Kerk

Een symposium over ‘Vreemdelingen en priesters’

Afgelopen vrijdag was er in Kampen een symposium rond het nieuwe boek Vreemdelingen en priesters van Stefan Paas. De bijdragen van dit debat zullen we de komende dagen hier op Theoblogie plaatsen. We beginnen met deze impressie van Henk Medema.

 

Een symposium: om de tafel rond ‘Vreemdelingen en priesters’

 

 

Gaat het om het boek, om de kerk, of om de missie, of om de wereld? Het was een volle bak in de Broederweg in Kampen, dit symposium over Vreemdelingen en priesters, het nieuwe boek van Stefan Paas, waar iedereen nu iets van mocht vinden. Jan Wolsheimer, één van de gesprekspartners tijden het symposium op 13 november, vond het vooral een ‘heerlijk ontspannen boek’, precies passend bij de les die hij als volijverig evangelicaal had moeten leren. Niet de wereld (of Utrecht, of Amsterdam, of Rotterdam) voor God veroveren, ‘doelgericht’, maar er rustig zijn voor God. Bidden. Mensen helpen. Luisteren. Er zijn. Geloven, hopen, liefhebben. Dat is de missie van de kerk in de wereld.

Een boek dat, volgens het dagblad Trouw, ‘met kop en schouders boven de rest uitsteekt’, maar inhoudelijk in de woorden van de auteur het etiket meekrijgt ‘klein, vol hoop, zonder illusies’. De combinatie van beide is inderdaad (ont)spannend.

In zijn korte inleiding bezigde Stefan Paas de uitdrukking ‘liminaliteit’, het ervaren van intense begrensdheid en beperktheid. Dat kun je van Gods kerk wel zeggen, meende Paas:
de kerk is in een moeilijke situatie beland. Woestijn, ballingschap, vreemdelingschap en andere metaforen maken de nood duidelijk, die alleen maar tot een positieve deugd kan worden als je in die omstandigheden de stem van God kunt verstaan.

Drie referenten (Jeroen Smith, Niels de Jong, Jan Wolsheimer) mochten in twee rondes vertellen wat het boek hun te zeggen had. Eerst: hoe spreekt dit boek je aan in je eigen traditie? Daarna: hoe komt dit boek in je missionaire praktijk naar binnen? En natuurlijk was er volop gelegenheid tot interactie met de zaal.

Het gesprek kwam op allerlei onderwerpen: de aard van het priesterschap en van de sacramtentele traditie in de rooms-katholieke traditie (Smith), het plaatsvervangend geloven – of was het priesterlijk bidden? – om de wereld te vertegenwoordigen (De Jong), de aard van een overtuigende, maar in de marge aanwezige spiritualiteit, het wezen van de communio (gemeenschap), de aanbidding ook in klaagzangen zodat de kerk God verheerlijkt in alle toonaarden. Gespreksleider Embert Messelink speelde de bal telkens terug in de zaal: wie heeft ervaring met dit soort priesterlijke missionaliteit? En wie ziet uit naar zulke ervaring?

Jan Wolsheimer was de hekkesluiter, en kon zo ook een paar uitsmijters kwijt, bijvoorbeeld de lessen die hij had geleerd van Eugene Peterson om niet onder druk te leven, niet te gaan voor maakbaarheid – in plaats daarvan vertelde hij zijn bronnen te hebben gevonden in katholieke en Keltische spiritualiteit. We moeten de podia van de theaterkerkerk verlaten, was zijn oproep. ‘Zijn’ kerk was een luisterkerk, en hij had geleerd elke maandag door Amsterdam te zwerven en te luisteren naar de levensverhalen van mensen, met Jezus als de derde Toehoorder.
De enige kritiek die Wolsheimer tenslotte had na het lezen van de zeven hoofdstukken van het boek van Stefan Paas had, was de vraag: waar is het achtste hoofdstuk? Iemand moet hier toch een slothoofdstuk aan toevoegen? Maar hij had tenslotte begrepen: dat hoofdstuk moeten we allemaal zélf gaan schrijven, want het is de praktijk van onze eigen kerk. Met een rondvraag in het publiek (‘hoe ga je dit nou doen?’) legde Embert Messelink de bal weer op de stip. Tijd om te beginnen – misschien nóg eens het boek lezen, en dan doen.

 

Klik hier voor meer informatie over Vreemdelingen en priesters.