Dogmatiek

Een geloofsleer die uitnodigt tot gesprek

Wie had durven voorspellen dat een nieuwe Christelijke Dogmatiek binnen een maand zou moeten worden herdrukt? Al even verrassend was de grote belangstelling voor de IZB-leeskringen voor predikanten rond dit vuistdikke boekwerk van de VU-theologen dr. Gijsbert van den Brink en dr. Kees van der Kooi. Wat is er vanuit missionair perspectief te zeggen over de geloofsleer? Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Tijding, IZB.

In totaal hebben al zo’n 60 predikanten uit de breedte van kerkelijk Nederland zich onder leiding van dr. Wim Dekker met die vraag beziggehouden. Dit najaar start nog weer een groep, met vijf maandelijkse middagbijeenkomsten.
Dekker: ‘Dit boek leent zich uitstekend voor een gesprek over de geloofsleer. De auteurs typeren hun werk als ‘loyaal orthodox’. Dat klinkt toegankelijk en dat is het ook, veel meer dan de andere dogmatieken die we kennen in de gereformeerde orthodoxie. Van den Brink en Van der Kooi staan in de traditie van de grote concilies van de Vroege Kerk. Ze zijn dankbaar voor wat ons is overgeleverd en gaan ermee in gesprek. Zonder meteen elke letter van de traditie klakkeloos over te nemen, zoeken ze naar een eigentijdse vertaling. Vanuit missionaire optiek vind ik het waardevol dat ze de onvanzelfsprekendheid van geloven serieus nemen. Ze gaan er niet vanuit dat lezers op voorhand aannemen dat iets waar is ‘omdat het in de Bijbel staat’.

Anders dan de meeste dogmatieken van gereformeerde snit begint de Christelijke Dogmatiek niet bij de Bijbel. Die komt pas in hoofdstuk 13 aan bod.
‘Ze beginnen meer bescheiden. De openbaring van God in de natuur, in de geschiedenis, in de woorden van de profeten. Illustratief is hoofdstuk 5 ‘Waarom komt U ons hinderen?’, over openbaring. Dat hoofdstuk begint met een ervaringsverhaal van iemand die via een droom een ontmoeting met God kreeg en zo de Bijbel op het spoor kwam. Zo’n ‘aanvliegroute’ is gedurfd. Het is ook kwetsbaar, want het roept allerlei vragen op: Hoe onderscheid je visioenen van inbeelding? Er zijn zoveel mensen die zeggen iets met God te hebben….Wat is het criterium?’
Maar op deze, en veel andere plaatsen laten de auteurs wel merken dat ze de moderne mens kennen. Aan het begin van elk hoofdstuk is een paragraaf ‘om erin te komen’ opgenomen: een fragment uit een film of uit moderne literatuur, een paar gespreksvragen om aan te knopen bij de ervaringswereld van de lezer. Vervolgens wordt dan belicht waar deze ‘matcht’ met, of juist haaks staat op het onderwerp dat ze aansnijden.’

Is het een apologetische dogmatiek?
‘Het leest als een uitgebreide ‘oriëntatiecursus christelijk geloof’. ‘Het is zeker geen rationele apologetiek, eerder een relationele. De toon is die van de verwondering, geraakt te zijn door deze God. Het leest daardoor als een getuigenis of een preek, waarin je wordt uitgenodigd om in de beweging van God te gaan staan, in de wind van de Geest die in alle waarheid leidt. De auteurs proberen het Woord en onze hedendaagse context op elkaar te betrekken. Dat doen ze ontspannen en blijmoedig. Dat geeft het boek iets lichtvoetigs.
Veel predikanten gaven aan dat de lezing hen had bemoedigd of getroost; sommigen omschreven het zelfs als een bron van vreugde. Dat kan ik meevoelen. Pas in tweede instantie volgt dan de reflectie: ben ik het ermee eens? Dan herlees je de tekst ook anders: waar vallen de beslissingen? Welke keuzes zijn gemaakt? Dan blijkt deze dogmatiek op punten onhelder. Is het openbaringsbegrip niet te vaag? Wordt het genoeg afgebakend ten opzichte van algemeen menselijke religie? Voor wie van scherpe standpunten houdt, is het dan waarschijnlijk te vervagend.’

Waarom biedt een missionaire organisatie als de IZB zo’n kring aan?
‘Net als in veel Areopagus-cursussen gaat de leeskring in op de ‘vertaalslag’ waar predikanten wekelijks voor staan: Hoe kun je de grote woorden van de dogmatiek – drie-eenheid, de Godheid van Jezus, verzoening door voldoening, etc. – zo over het voetlicht brengen dat het moderne hoorders raakt? Je kunt je preek larderen met allerlei voorbeeldjes, maar voor je gevoel blijf je toch met een paar harde brokken zitten waar kerkgangers hun tanden op stuk bijten. Hoe kun je de geloofsleer zo communiceren dat de woorden landen in de ervaringswereld van mensen? Deze dogmatiek doet een waardevolle poging.
Dat lukt in het ene hoofdstuk beter dan in het andere. In de uiteenzetting van de scheppingsleer wordt sterk rekening gehouden met het dominante evolutionistische wereldbeeld. Ook als daarmee wezenlijke noties onder spanning komen te staan, kiezen ze toch voor dit wereldbeeld, omdat ze anders buiten de tijd komen te staan. Ze doen niet net als Voetius indertijd, die honderd jaar na Copernicus nog schreef alsof er geen ‘wending’ had plaatsgevonden. Niet dat ze een knieval maken voor de wetenschap, maar om de boodschap van de Bijbel in déze tijd te communiceren kiezen ze er bewust voor om aan te sluiten bij gangbare beelden. Opvallend is wel dat ze dat in de scheppingsleer wél doen, maar bij de eschatologie, de leer van de laatste dingen, merk je daar weinig van. Bij de schepping rekenen ze wel met inbreng vanuit de wetenschap, maar allerlei inzichten over het einde der tijden schuiven ze terzijde. Dan beperken ze zich tot een traditionele visie op de wederkomst.’

Hoe verliepen de bijeenkomsten?
‘Het waren spannende gesprekken, waarbij lastige vragen niet uit de weg gegaan werden. En als gespreksleiding zoek je natuurlijk steeds naar het springende punt. Zo van: ‘Zeg je dat nu omdat het je zo geleerd is, of méén je het?’
De ervaringen hebben geleerd dat het boek zowel voor steile orthodoxen als meer liberale gelovigen waardevol is. Dat komt door de kern: de ontmoeting met de levende God, die zich openbaart en die wij van onze kant in gebed kunnen ontmoeten. Eigenlijk is het een heel bevindelijke dogmatiek. Beide groepen lezers worden meer naar het midden getrokken. De orthodoxe predikanten worden wat uit hun gesloten bastion gehaald. De meer liberalen vragen zich bij het boek af of ze niet te veel hebben ingeleverd. De eersten ontdekken dat je behoorlijk orthodox kunt blijven en toch in gesprek kunt gaan met onze cultuur. Je hoeft niet zoveel op te geven als je altijd vreesde. De anderen keren wat op hun schreden terug. Zoals een predikant tegen me zei: ik ben van midden-orthodox weer loyaal orthodox geworden.’

Predikanten die willen deelnemen aan de leeskring kunnen meer informatie krijgen via www.izb.nl. Aanmelden: areopagus@izb.nl.

Koos van Noppen