Geen categorieOverige

Een erudiete, uitdagende en eigenzinnige studie over de kerk – door Mgr. Dr. Gerard de Korte

Lichaam en Geest van ChristusmWij kennen Prof. Dr. Bram v.d. Beek als een zeer productief theoloog. Op zijn naam staan vele titels. Zijn studies zijn grondig en zijn ondanks de leesbare schrijfstijl niet altijd gemakkelijk. Maar wie tijd investeert, krijgt echter wel voedsel voor hoofd én ziel.

VdB is niet  in een hokje te plaatsen. Hij is erudiet, uitdagend en veelal eigenzinnig. Binnen de wereld van de protestantse theologie heeft hij een heel eigen positie. Enerzijds is hij stevig geworteld in zijn eigen traditie maar tegelijkertijd is er ook een grote oecumenische openheid, met name ook naar de Romana. In de nieuwe studie over de Kerk Lichaam en Geest van Christus wordt dat heel expliciet doordat het boek is opgedragen aan de Faculteit Katholieke Theologie. In zijn “Woord vooraf” schrijft Dr. v.d. Beek dat Rome en de Reformatie niet zonder elkaar kunnen en alles moeten doen om het verdeelde lichaam te helen.(12) De openheid voor de Romana heeft ongetwijfeld te maken met de intense studie van de kerkvaders die vdB heeft gemaakt. Rome en de Reformatie hebben in de heilige Schrift en de vroegchristelijke vaders immers stevige gemeenschappelijke wortels.

Verzet tegen koninkrijkstheologie
In het eerste hoofdstuk over het wezen van de Kerk verbindt VdB stevig met Christus. De Kerk vindt haar identiteit in Hem. Waar Jezus Christus is, daar is de katholieke Kerk (91).

VdB plaatst de Kerk principieel onder het kruis.”Aan de voet van het kruis leeft de gemeente” (24). De Kerk leeft vanuit de Eucharistie, geneesmiddel ten leven. God heeft in deze wereld het gelaat van de Gekruisigde. Dat zal nooit anders worden (131).

De kruisgestalte van de Kerk maakt het de VdB onmogelijk om binnen de geschiedenis een positieve vooruitgang richting het Koninkrijk Gods te zien. Het Koninkrijk komt door de dood heen. (27). Voor hem vormt de Kerk geen bruggenhoofd van het Koninkrijk. Zij  is de gemeenschap die aan Christus toebehoort en “geheel anders” is. Geïnspireerd door de vroege Kerk pleit VdB voor een Kerk die, levend als eucharistische gemeenschap, werkelijk een radicaal alternatieve gemeenschap is.(132). Dit heeft consequenties voor de relatie van christenen tot de politiek. Een christen relativeert vanuit zijn geloof in de macht van Christus en Gods heerschappij juist de politieke macht (124). Een christen is zich bewust van het feit dat wij hier op aarde geen blijvende stad hebben. En in de voorlopige stad stellen wij voorlopige doelen. Wie zich met politiek bezig houdt, komt immers ook al snel in aanraking met het thema geweld. Het gebed van de Kerk vormt de grootste dienst aan de wereld ( 125). 

VdB roept met deze visie tegenspraak op. Wordt de vroege Kerk als alternatieve gemeenschap niet te zeer geïdealiseerd?  Was er niet vanaf het begin licht én donker binnen het christelijke gemeenschap? De brieven van Paulus waren zonder onderlinge conflicten waarschijnlijk niet eens geschreven. Met andere woorden: vanaf het begin is er veel “wereld” binnen de Kerk maar ook gelukkig veel Geest buiten de Kerk. Nog andere vragen zijn te stellen. Wordt de verantwoordelijkheid van de christen voor de polis niet te zeer geminimaliseerd? Ook als wij beseffen dat wij niet zomaar het Koninkrijk van God binnenhuppelen, zou ik die verantwoordelijkheid, met alle nuchterheid en realisme, meer accent willen geven. VdB  neemt in ieder geval afstand van een “koninkrijkstheologie” die breed onder theologen en gelovigen is gegroeid en volgens mij niet alleen onder invloed van de secularisatie (130). Veel koninkrijkstheologie komt voort uit een intens verlangen naar heelheid en gerechtigheid op deze aarde, juist dankzij het volbrachte werk van Christus en het geloof dat in Hem als de autobasileia ( Origenes) het eeuwig leven is aangebroken.

(on)heilige Kerk
Uitgebreid worden de vier kenmerken ( “notae ecclesiae”) van de Kerk besproken: eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit. Gezien de actualiteit bleef ik zelf heel bijzonder haken bij de paragraaf over de heiligheid van de Kerk. Het nieuws over het seksueel misbruik binnen de Romana plaatst bij die heiligheid immers grote vraagtekens. De Kerk als lichaam  toont veelal maar heel beperkt haar Hoofd, Christus. De recente geschiedenis heeft de weerbarstigheid van het kerkelijk leven in de schijnwerpers geplaatst. Er zijn veel wolven binnen en veel schapen buiten. Maar VdB wil zich hier niet gemakkelijk bij neerleggen. Het spreken over de Kerk als een “corpus permixtum”, een gemengd lichaam, is dan ook een uiting van verbijstering ( 156). De onheiligheid van kerkmensen kan nooit een acceptabele zaak zijn maar vormt een teken van crisis binnen de Kerk. Het betekent niet minder dan ontrouw aan onze roeping.

Protestantse zelfkritiek
In de vroege Kerk was het helder: “waar de bisschop is, daar is de Kerk”. Maar sinds de tijd van de Reformatie is dat criterium voor de nieuwe kerkelijke gemeenschappen onacceptabel. VdB maakt echter duidelijk dat de nieuwe protestantse criteria voor de ware Kerk – de  zuivere prediking van het Woord en de rechte bediening van de sacramenten- in de praktijk een bron van verdeeldheid zijn geworden. VdB schetst juist rond deze criteria een eindeloze en tragische reeks van breuken en afsplitsingen. Hoe meer meningen, hoe meer kerken. Als protestantse theoloog trekt VdB een zelfkritische conclusie: “ De weg terug naar de katholiciteit in de volle betekenis van het woord is voor protestanten veel moeilijker te vinden dan voor rooms- katholieken” (99).

Uitgebreid aandacht voor Maria
Voor een rooms-katholiek is ook de lange beschouwing over Maria boeiend om te lezen. Binnen de Romana geldt Maria als symbool voor de Kerk ( 158-176). Niet voor niets spreekt het Tweede Vaticaanse Concilie over Maria in de Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, 8 (173). Zij is een nieuw begin dat niet berust op kracht of geweld, maar op de Geest van zachtmoedigheid en ontvankelijkheid (160). Maria is de eerste van hen die Jezus navolgen. Zij is de oergelovige en zo de moeder van de Kerk (164). Het is belangrijk om Maria niet boven de menselijke maat te verheffen. Als Maria te dicht bij Christus komt te staan, neemt zij in feite de plaats van de Heilige Geest over. Maria moet geen goddelijke trekken krijgen. Zo ook wordt recht gedaan aan de uniciteit van Christus. Als moeder Gods hoort zij bij de hoogste rang van mensen die aan God gewijd zijn. Met Logister kan VdB spreken over Maria als altijd maagd maar dan geïnterpreteerd als symbool voor kwetsbaarheid, weerloosheid en volstrekte afhankelijkheid van Gods genade (172).

Crisis als oordeel
Boeiend is ook de paragraaf over de crisis van de Kerk (176 e.v.). Hoewel het aantal christenen op dit moment groter is dan ooit, verkeert de kerk in een crisis, gedefinieerd als probleemsituatie (177). Een en ander geldt niet alleen voor de kerken van de Reformatie maar ook voor de Romana. Prikkelend is de volgende constatering: “ Ook de Rooms Katholieke Kerk is in crisis. Zij is niet zo modern dat ze iets gaat doen. Zij buigt zich ook niet diep in boete en bekering. Zij lijkt eerder het hoofd in de schoot te leggen” (180). Ik las deze analyse met enige verbazing. Zeker de Romana in grote delen van Europa krimpt en worstelt met de geloofsinhoud maar tegelijkertijd bruist de wereldkerk op vele plaatsen en is vol van missionair elan. VdB heeft grote aarzeling bij menselijk activisme als het gaat om de crisis van de Kerk. Want de crisis is niet alleen probleem maar ook oordeel (182). Instemmend citeert hij W.Dekker die stelt dat de afbraak van de kerken in Nederland een oordeel van God is. Werkelijk kerkvernieuwing vraagt om het opzoeken van de binnenkamer en ons onder het aangezicht van God stellen (183). De Kerk wordt vernieuwd als zij werkelijk leeft van Woord en Sacrament en Christus weer heel ons leven gaat bepalen.

Hoop voor een hopeloos geval
De feitelijk Kerk faalt op alle terreinen als het gaat om eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit. En dan klinkt de verzuchting:” de Kerk is een hopeloos geval”. De ecclesiologie vormt het verdrietigste thema van de christelijke theologie en gelovigen schijnen daar geen verdriet meer over te hebben . De Kerk is gewoon ziek (185). Maar tegelijk valt er ook nog iets anders te zeggen. De Kerk, met haar falen en gebrokenheid, is ook de woning van de Geest (187). De Geest is present in het verscheurde lichaam van de Kerk (186). Met Paulus zegt VdB dat ons burgerschap in de hemel is. Wij zijn met Christus verborgen in God. Maar juist daardoor heeft het bestaan van de Kerk op aarde de gestalte die God op aarde heeft: de gekruisigde Christus en de Geest die inwoont in de reële Kerk (189). Zowel het kruis van Christus als de inwoning van de Geest in de Kerk maken de grondeloze liefde van God openbaar én onze grondeloze schuld zichtbaar. De feitelijke Kerk verdient Gods oordeel maar blijft tegelijk Gods instrument. Juist nu zijn wij geroepen tot hereniging (192). Verzoening kan niet wachten tot morgen. Het is een prikkelende stelling die de urgentie van de oecumenische dialoog zichtbaar maakt.

In een tweede deel De Kerk bij Christus bewaren bespreekt VdB drie instrumenten die de Kerk bij Christus bewaart. Het gaat om het ambt, de Schrift en de belijdenis. Deze drie instrumenten horen onlosmakelijk bij elkaar ( 195). Alle drie staan zij in dienst van de ene Christus.

Het belang van het ambt
De apostelen waren de eerste ambtsdragers van de Kerk. Het ambt komt niet op uit de gemeente maar is door God gegeven als een” tegenover” (197). Het ambt is een goddelijke roeping die grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt .De ambtsdragers binnen de geloofsgemeenschap zijn er om mensen bij Christus te houden en hen te bewaren bij wat door de apostelen geleerd is. De ambten representeren de levende Christus onder de mensen (208).

De ambtsdrager stelt de gemeenschap met Christus present. VdB is echter bijzonder huiverig om ambtsdragers een bijzondere status te geven. Hij citeert instemmend Calvijn die de ambtsdrager “ een of ander mensje uit het stof opgedoken” noemt. Tegen die achtergrond kan noch het celibaat noch het huwelijk van de ambtsdrager worden vereist (209). Vanzelfsprekend moet de ambtsdrager voorbeeldig leven en de navolging van Christus gestalte geven (210). Om valse leer te voorkomen is er binnen de geloofsgemeenschap tucht noodzakelijk. Tucht is training, correctie en in het uiterste geval verwijdering en amputatie( 218). Tuchtbeoefenen vraagt om prudentie en geheimhouding (219).

VdB bespreekt in dit hoofdstuk ook de verschillende modellen van kerkorde, van het vrije tot het papale type. In de veelheid van kerkordelijke modellen moeten wij onze positie bepalen ten aanzien van het ambt (231). In het Nieuwe Testament vinden wij nog een veelheid aan ambten. In de tweede eeuw zien wij steeds meer een drieslag van episkoop, presbyter en diaken. VdB verwijst hier naar de brieven van Ignatius die rond 110 worden gedateerd.

De Petrusdienst
Voor een rooms-katholiek is het boeiend hoe VdB spreekt over de betekenis van de bisschop.

Hij bespreekt daarbij de vier motieven ten gunste van het bisschopsambt zoals Kronenburg die geeft in zijn dissertatie Episcopus Oecumenicus (246). Het gaat dan om het pastorale motief, de bisschop als herder van de schapen; het ecclesiologische motief, de bisschop als symbool van de eenheid van de Kerk; het oecumenische motief, de bisschop maakt de katholieke verbondenheid van de wereldkerk zichtbaar; en tenslotte het culturele motief, de bisschop als identificatiefiguur. Naast deze vier motieven noemt VdB ook het traditiemotief en het openbaringsmotief (250). VdB relativeert de koudwatervrees voor hiërarchie. De woord betekent immers letterlijk “ heilig bestuur”. Alle mensen zijn voor God gelijk maar dat verhindert God niet om mensen als gezagsdragers aan te stellen. Uiteindelijk moet de episcoop/ toeziener/ bisschop de gelovigen in de gemeenschap met Christus bewaren door het Woord en de Eucharistie. Tegen die achtergrond, en opvallend voor een protestants theoloog, doet  VdB een oproep aan gereformeerde wereld om het ambt van bisschop serieus te nemen.(252). VdB bespreekt ook de wording van het pausdom. Hij spreekt positief over de bisschop van Rome als bekleder van het Petrusambt mits dit ambt maar in dienst staat van het geloof in Christus( 259). Voor VdB heeft de acceptatie van de bisschoppelijke kerk en het Petrusambt als coördinator alles te maken met een hartstochtelijk verlangen naar een hereniging van het gescheurde lichaam van de ene Kerk (260).

Ruime ambtscriteria
VdB houdt, gevoed door het sacramenteel denken van Augustinus, een pleidooi voor de visie dat de ordinatie tot het ambt een sacrament genoemd kan worden( 261). De ambtsdrager moet de apostolische traditie doorgeven en bewaken, wettig geordineerd zijn en van onbesproken gedrag. Zo worden de eenheid en de waarheid van de Kerk en het geloof bewaard ( 270). Steeds moet de vraag zijn: wie is de beste kandidaat?  VdB bespreekt in dit kader ook de boeiende vraag naar het geslacht van de ambtsdrager. Vanuit hét criterium “ wie houdt de gemeente bij Christus” relativeert VdB het geslacht van de ambtsdrager. Voor hem zijn mannelijk en vrouwelijk niet relevant (272). Datzelfde geldt ook voor de vraag naar seksuele geaardheid of opleidingsniveau. Zij zijn van bijkomstig karakter (273).

Christocentrische lezing van de Schrift
Het tweede instrument om de Kerk bij Christus te bewaren vormt de H. Schrift. VdB geeft een boeiend overzicht over de vastlegging van de canon van de Schrift (275 e.v.) De vier evangelies, de brieven, de Handelingen van de apostelen en het boek Openbaring zijn alleen goed te lezen in verbondenheid met het Oude Testament (281). Op een heldere wijze wordt ook de canonvorming van het Oude Testament, inclusief het verschil tussen Rome en Reformatie, beschreven. VdB pleit voor een christocentrische lezing van de Schrift. In Jezus wordt het Oude Testament bijeengehouden en krijgt de canon zijn ware betekenis (293). In Christus wordt alles vervuld. Door de Schrift hebben wij toegang tot Jezus en in Jezus kennen wij God (311).  In Christus krijgt alles zijn plaats (325; 335).

Als het gaat om het gezag van de Schrift wil VdB meerdere klippen omzeilen. Niet alleen het fundamentalistische model van letterlijke inspiratie maar ook het radicaal kritische model dat de historische en andere feitelijke gegevens van de bijbel irrelevant verklaart voor het geloof (315). Met meer waardering noemt VdB Herman Bavinck die een pleidooi heeft gehouden voor een organische inspiratieleer tegenover een mechanische. Zo wordt recht gedaan aan de menselijke en historische dimensie van de wording van de H. Schrift. Belangrijk is om zowel de contextualiteit van de bijbelschrijvers als van de hoorders van de Schrift in beeld te houden. De Schrift is het menselijk getuigenis van Gods openbarend spreken met als centrum het getuigenis omtrent Christus. Door beide polen, de Schrift als Gods Woord én de Schrift als mensenwoord, vast te houden komt de uitleg van de Schrift onder hoogspanning (327).

VdB zelf komt verder door de Schriftleer te verbinden met de pneumatologie. In de christologie vormt het sleutelwoord “incarnatie”; in de pneumatologie is dat “inhabitatie”. De Schrift is, evenals de Kerk, een plek waar de Geest aanwezig is. Het is goed te beseffen dat de Schrift niet met de Geest identiek is. Zo kan recht worden gedaan aan de menselijke, feilbare, onvolmaakte en zelfs zondige kanten van de bijbelschrijvers (329). Alleen zo kan de Schrift toch Gods Woord heten. Zij maakt zichzelf geloofwaardig door haar eigen zeggingskracht. In dat kader verwijst VdB naar Calvijn die zegt dat de Schrift “autopistos” is.

Zij overtuigt zelf de lezer (331). Ons rest niets anders dan een ingewikkeld proces van studie en luisteren om zo te stem van God te verstaan als een geschenk (332). Uiteindelijk is heel de Schrift gericht op die God die ons in Christus wil ontmoeten (334).

Belang van de geloofsbelijdenis
Naast ambt en Schrift als bewakingsinstrumenten om de Kerk bij Christus te bewaren bespreekt VdB nog een derde instrument: de geloofsbelijdenis (338 e.v.). In de veelheid van interpretaties van de Schrift heeft de Kerk ook gezagvolle interpretaties gegeven. In dat kader spreekt VdB over geloofsregel of symbool (= samenvatting) (340). De oudste versie is een christologische formule: Jezus Kyrios/ Jezus is Heer. Overal in de Schrift gaat het om Hem (341) Al spoedig zijn er uitgebreidere versies van het Credo, meestal in de vorm van doopbelijdenissen. De geloofsbelijdenis vormt een leeswijzer voor de Schrift en een richtsnoer voor prediking en theologie. In een gezonde Kerk zijn er regels om dit te bewaken en tuchtmaatregelen voor gelovigen die zich niet aan de regels houden (345). VdB spreekt verwijtende woorden tot kerken die deze tucht niet houden en daarmee de waarheid verkwanselen. In een boeiende paragraaf geeft VdB een overzicht van de christelijke hermeneutiek als reflectie op de interpretatie van teksten(346 e.v.). In de vroege Kerk wordt al snel een onderscheid gemaakt tussen de letterlijke, morele en geestelijke lezing van de Schrift. Een geestelijke lezing heeft alles te maken met de Heilige Geest. Christus vormt binnen de Kerk het centrum en de bron van de geestelijke uitleg (351). Vervolgens geeft VdB ook een boeiend overzicht over de verschillende wijzen van Schriftlezing: historisch; allegorisch, confessioneel. Symbool/ geloofsbelijdenis en dogma zijn niet identiek. Het dogma is breder dan de geloofsbelijdenis en berust op officiële leeruitspraken van de Kerk (368). De Kerk verkeert op het moment in een grote crisis. Juist nu zijn de instrumenten ambt, Schrift en Credo van belang om de Kerk bij Christus te houden (389). Het is belangrijk om te blijven beseffen dat de drie bewakingselementen niet de zaak zelf zijn. Uiteindelijk gaat het om een bewaard blijven bij Christus. (391).

In een derde hoofdstuk En in de Heilige Geest bespreekt VdB de nauwe relatie tussen de Kerk en de Heilige Geest.

Incarnatie en inhabitatie
VdB wil de pneumalogie plaatsen in het licht van de christologie (394). De werken van God zijn immers één. Het werk van de Geest kan nooit van het werk van Christus worden losgemaakt. Met waardering spreekt VdB over de vroegchristelijke visie dat Christus en de Geest de twee handen van God zijn ( Irenaeus). God handelt door zijn Zoon en door de Geest (400). Het is belangrijk om het onderscheid én de eenheid van de personen van de drieëne God recht te doen. De Zoon en de Geest zijn beide God “in action” en gaan beide uit van de ene Vader als de bron van alle godheid (405). God is de ene handelende God door de Zoon en de Geest. God is aanwezig in Jezus en woont door de Geest in de Kerk (408). De vroege christenen spreken over Christus en vieren de (eucharistische) gemeenschap als het werk van de Geest (409).

De incarnatie is eenmalig; de inhabitatie is meervoudig (417). De Geest woont bij de mens in. Tegelijkertijd is het christelijk mensbeeld realistisch. Met een verwijzing naar Romeinen 7 verwijst VdB naar de dichtregel van Jean Racine: ”Twee mannen voeren in mij strijd”. In iedere mens wordt een strijd geleverd tussen een leven in de liefde van de Geest én een leven dat vastzit aan de zonde ( 413). De oude mens moet afsterven (mortificatio) zodat de nieuwe mens kan opstaan (vivificatio) (414).

Stevige trits:Geest- Christus -Kerk
Binnen de christelijke theologie bestaan verschillende benaderingen van de Geest. VdB heeft moeite met theologische visies die de Geest werkzaam zien in de gehele kosmos en in het goede. Naar meerdere kanten neemt VdB afstand, niet alleen van de “koninkrijkstheologen” maar ook van evangelische en charismatische gedachten. Kern van de kritiek is dat de nauwe band tussen Geest, Christus en de Kerk  in deze visies op de werkzaamheid van de Geest zo volkomen  dreigen te worden gerelativeerd. Het gaat dan niet meer, of in ieder geval onvoldoende, om Christus en zijn inwoning in de eucharistische geloofsgemeenschap die de Kerk is . VdB houdt een hartstochtelijk pleidooi om de Geest primair werkzaam te zien binnen de viering van Christus door Woord en Sacrament onder verantwoordelijkheid van het geordineerde ambt. Het moet steeds weer gaan om “diepte die de breedte draagt” ( Hoek) ( 432).  De Kerk is geen instrument dat zichzelf overbodig maakt. De Geest spreekt van Christus en de gekruisigde en Verrezen Heer is present in Woord en Sacrament. Het gaat principieel om een pneumatologie van het kruis (436) De Geest gaat in deze wereld de weg van de Gekruisigde. Het gaat om een lijden om de zonde in de wereld maar ook binnen de                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              Kerk.  VdB bespreekt in een aparte paragraaf de enige zonde waarvan de Schrift getuigt dat die niet te vergeven valt: de zonde tegen de Geest. Het is een zonde van gelovigen die de Geest lasteren door zijn goddelijkheid aan te tasten en die ontkennen dat de Kerk de woning van God is in de Geest (440). Anders gezegd: het gaat om de ontkenning van het heil dat de Geest in de Kerk heeft gegeven (471).De Geest spreekt door de Schrift. Er is een nauwe band tussen Geest en Woord. Steeds moeten gelovigen dan ook drinken uit de Schrift als basis van onze kennis van God (443). De prediking staat dan ook altijd in dienst van het goddelijk Woord. Er wordt goed gepreekt als er naar de Schrift wordt gepreekt met als centrum Christus en zijn kruis (447).

Verkiezing
Het is Gods Geest die het gepreekte Woord ook doet landen in de harten van de gelovigen. In kracht van de Geest kan het heil worden toegeëigend (450). Het geloof zelf is een groot geschenk van de Geest. Mensen worden aangeraakt door het evangelie en meegenomen op de weg naar God (453). Het is Gods initiatief dat door mensen van harte wordt beaamd. Het is goed te beseffen dat God en mens geen concurrenten zijn. God is de eerste oorzaak en de mens bevindt zich in het domein van de tweede oorzaken (458). God verkiest als eerste oorzaak en doet de mens geloven. Tegelijkertijd is er op het niveau van de twee oorzaken sprake van vermaning, oproep tot geloof en geloofsbeslissing (460). Het is Gods Geest die mensen tot christenen maakt door hun een nieuw leven te schenken (463). De christen wordt door Gods Geest geheiligd d.w.z. afgezonderd voor God. De gelovige is niet meer van zichzelf maar van Christus.  Dat heeft ook consequenties voor de levenswijze van de gelovige (464). Christelijk leven is eschatologisch leven d.w.z. het staat in het teken van wat de volle gemeenschap met God zal zijn (466). Het christelijk leven staat in het perspectief van het kruis (470). Christenen zijn geroepen tot een dienen in de Geest, in navolging van Christus die niet gekomen is om te gediend te worden maar om te dienen (474). Het gaat om een dienst van de Heer en het dienstbetoon van de gelovigen onderling tot opbouw van de Kerk als lichaam van Christus (476). Binnen de christelijke gemeenschap is ook ruimte voor de gaven van de Geest. De charismata zijn uitzonderlijke gaven (482).

Waardering
In deze studie over de Kerk toont prof. v.d Beek zich opnieuw een erudiet theoloog, die zich met name laat inspireren door de wijsheid van de theologen van de vroege Kerk. Hij is eigenzinnig en uitdagend. VdB durft tegen veel theologische opinies in de gaan en talrijke heilige huisjes zijn bij hem niet veilig. Christus, Geest en Kerk houdt hij dicht bijeen. Over de actuele Kerk is VdB niet optimistisch. Zij verkeert in een diepe crisis. Het gaat VdB bij het woord crisis niet primar om een probleemsituatie maar juist om Gods oordeel. Deze studie ademt een grote zorg voor de verdamping van het eigene van de Kerk. De wereld is niet doel van de Kerk, maar de Kerk is doel van de wereld. De wereld moet Kerk worden ( 476-477). Allen moeten gedoopt worden en deel krijgen aan het eeuwig leven. Deze noties ziet VdB bedreigd door theologen van verschillende achtergrond. Het gaat binnen de Kerk niet primair om een gerichtheid op de wereld of de persoonlijke beleving (431). Vandaar zijn grote reserves m.b.t. een zogenaamde “koninkrijkstheologie” maar ook tegen tendensen binnen de evangelische en charismatische theologie. De Kerk als lichaam van Christus leeft van Woord en Sacrament . Zij leeft vanuit de Eucharistie als geneesmiddel van het eeuwig leven (434). Hier ligt de eigen identiteit van de christelijke gemeenschap. Het gaat de Kerk om het radicaal nieuwe leven in Christus. Vandaar dat liefdeloosheid en onverschilligheid Gods Geest bedroeft. Onheiligheid van kerkmensen is onacceptabel en een teken van crisis. Een Kerk die niet heilig is, is geen Kerk (68). Geloven is persoonlijk maar nooit individualistisch. Ambt, Schrift en belijdenis houden de Kerk stevig bij Christus. Vanuit een hartstochtelijk verlangen naar eenheid binnen het lichaam van Christus wil VdB ook serieus nadenken over het bisschopsambt en de Petrusdienst (252,260). Regelmatig daagt deze eigenzinnige studie uit tot tegenspraak. Het is goed dat VdB bij veel breed gedeelde vooronderstellingen vraagtekens plaatst. Niet om automatisch met hem mee te gaan maar wel om de eigen ecclesiologische positie opnieuw te overdenken en te verantwoorden. Al met al een studie over de Kerk en de Geest die tegen dominante theologische stromingen ingaat en vriend én vijand uitdaagt tot een positiebepaling. Of misschien beter gezegd: een studie die uitnodigt naar het zoeken van de waarheid omtrent de onopgeefbare identiteit van de Kerk van Jezus Christus.

Mgr. Dr. Gerard de Korte
Bisschop van Groningen – Leeuwarden

3 reacties

  1. lezer
    10 april 2012 om 16:34

    Geachte dr. de Korte,
    Hartelijk dank voor uw heldere informatieve samenvatting van het boek.
    En uw waarderende woorden voor het boek.

  2. 18 april 2012 om 11:08

    Hooggeachte Dr.Gerard de Korte
    U schreef:’De brieven van Paulus waren zonder onderlinge conflicten waarschijnlijk niet eens geschreven’ Dat ben ik volstrekt niet met u eens! De leerstélligheid van beide Evangelien, laten zien, dat het twee totaal verschillende Goede boodschappen móesten zijn. Een Boodschap voor een volk, dat onder de Wet was, Israel, waarin de mens Jezus optrad als Wetsprediker. Wie de Wet volkomen zou houden, kon gerechtvaardigd worden. Volgens Jezus was dit echter een smalle weg en een enge poort, die tot het leven leidt en weinigen zouden hem vinden! Maar dan komt Paulus met zijn Evangelie, waarin géén Jezus gepredikt wordt, maar de Géést, die in Jezus was, en die, dank zij het offer van Jezus’lichaam voor alleen zijn volk, werd uitgezonden in alle mensenharten (Galaten 4.4-7). En in dit Evangelie van Paulus gaat het dus niet meer om werken der Wet, maar om geloof! Geloof waarin? Dat God de Geest zijns Zoons ook in onze (heidenen) harten uitgezonden heeft’ Paulus noemde dit ‘Het geloof in Christus Jezus’ Dus niet:in Jézus Christus, want dan geloven we ‘slechts’dat Gods Geest in een ánder mens woonde. Het was dus een vooropgezet Plan Gods! Ook noemde Paulus zich als énige apostel, een apostel van Christus Jezus, namelijk een apostel van de Geest van Jezus, want de Zoon, die in Paulus geopenbaard werd, opdat hij Hem onder ons, heidenen, verkondigen zou, was niet Jezus van Nazareht, maar de Geest, die in Jezus van Nazareth was. De mens Jezus kunnen we beter vergeten (2 Kor.5.16).

  3. […] van A. van de Beek is een reactie op eerdere bijdragen op Theoblogie van dr. A.J. Plaisier, dr. Gerard de Korte, Evert van der Veen en drs. Teun van der Leer. Zij gaven een reactie op Van de Beeks nieuwe boek […]