Geen categorieOverige

Een drietal bekentenissen van ds. Peter Verhoeff n.a.v. de Christelijke dogmatiek

Op donderdag 18 oktober nam mr. Piet Hein Donner het eerste exemplaar van de Christelijke dogmatiek in ontvangst. Hij kreeg de nieuwe dogmatiek uit handen van de auteurs dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi tijdens een feestelijke bijeenkomst aan de Vrije Universiteit.

Tijdens de presentatie hield ds. Peter Verhoeff (preses van de generale synode van de PKN) een toespraak. U kunt de toespraak hieronder bekijken op video. Ook kunt u de integrale tekst lezen. Zaterdag publiceren we de toespraak van Nico de Waal, algemeen directeur van Boekencentrum Uitgevers en uitgever van de Christelijke dogmatiek.

De integrale tekst van de toespraak van ds. Peter Verhoeff vindt u hieronder.

Een drietal bekentenissen
Amsterdam, 18 oktober 2012

Ik wil beginnen met een drietal bekentenissen. Een: ik heb het boek nog niet gelezen. Ik begin met deze bekentenis omdat ik het sterke vermoeden heb dat ik mij in goed gezelschap bevindt. Zo erg is het dus niet. Op de enkele uitzondering na die het reeds geheel tot zich genomen heeft, zult u het mij willen en ook wel moeten vergeven. Gisteren ontving ik de drukproef, en het is dus bij snuffelen gebleven.

Twee: ik was oorspronkelijk helemaal niet van plan om hier vandaag iets te zeggen. Wij ontvingen als moderamen een uitnodiging om de presentatie van de ‘Christelijke Dogmatiek’ bij te wonen, en besloten daar graag gehoor aan te geven. Het komt immers niet wekelijks voor – zelfs niet jaarlijks – dat een standaardwerk als het onderhavige ten doop gehouden.

Daar wil de kerk graag bij zijn. Maar de kerk ontving eerst dinsdagavond – eergisteren – het verzoek er ook nog iets over te zeggen. Toen de auteurs eenmaal mijn naam op de lijst van hen die zich aanmeldden ontwaarden, was mijn telefoonnummer snel gevonden. En zie hier, u roept en de kerk is er.

Mijn derde bekentenis is het meest ernstig van aard: ik heb in Leiden gestudeerd. Ik heb ik Leiden gestudeerd in de jaren ’80. Dat betekent dat ik gepokt en gemazeld ben met de duplex ordo. Staatsvakken en kerkelijke vakken strikt gescheiden. En als ik zeg: strikt gescheiden, dan mag u dat niet dan in de meest letterlijke zin opvatten. Wij leerden godsdienstwijsbegeerte, historische vakken, en natuurlijk vooral exegese in de staatsopleiding. Daarbij werden wij natuurlijk niet geacht te geloven, integendeel niet geloven strekte tot voordeel, zoveel werd mij reeds in het eerste jaar duidelijk gemaakt.  Met enige zorg werd er gedacht over de mogelijkheid om met de aldus opgedane wijsheden na de staatsopleiding tijdens zoiets als een kerkelijk opleiding verder te gaan. Mag ik een weinig chargeren? Het was een beetje alsof je na een voltooide gymnasiumopleiding je studie vervolgde op de kleuterschool. Zo werd dat gezien.

U voelt wel aan: dogmatiek fungeerde in deze constellatie niet als koningin van de wetenschap. Ik houd tot op de huidige dag – laat mij niet mijn nest bevuilen, ik hoop dat u de ironie verstaat – het onderscheid tussen staatsvakken en kerkelijke vakken voor zinvol. Niettemin had en heb ik moeite met de striktheid van het onderscheid. U moet mij niet voor dapperder houden dan mij toekomt, maar ik heb dan ook reeds tijdens de studie een sluipweg gevonden die niet velen durfden gaan. Ik koos tijdens mijn staatsopleiding een kerkelijk bijvak. Veel gekker moest het niet worden, maar ik ben inmiddels waar ik wezen wil, want dat bijvak was dogmatiek.

Gedurende mijn studie namelijk ontstond bij mij het verlangen het geloof te doordenken. Geen godsdienstwijsbegeerte, maar geloof doordenken. Dat was dan ook de definitie van dogmatiek die ik hanteerde en voor mijzelf ook nog steeds gebruik: dogmatiek is de systematische doordenking van het christelijke geloof. Ik heb daar behoefte aan: om te ontkomen aan vluchtigheden, om mij te wapenen tegen oppervlakkigheden: dogmatiek! Zet u dat maar boven mijn bijdrage vandaag: dogmatiek, goed voor u.

De auteurs op hun beurt hanteren ook een definitie van dogmatiek.Dat is hun hun woorden ‘ de samenhangende beschrijving van de hoofdbestanddelen van het christelijk geloof.’ Het komt mij voor dat beide begripsomschrijvingen niet al te ver uit elkaar liggen en dat stemt mij uiteraard tevreden. Ik heb dus behoefte aan dogmatiek, maar heeft de kerk dat ook? De auteurs beantwoorden de vraag natuurlijk bevestigend en roepen daarbij de gewaardeerde hulp van niemand minder dan Karl Barth in. Niemand heeft immers de relatie tussen de dogmatiek en de kerk zo nauw gelegd als Karl Barth. Hij definieerde de dogmatiek als ‘het wetenschappelijke zelfonderzoek van de christelijke kerk met betrekking tot de inhoud van haar spreken over God’. Vanuit deze omschrijving gezien vormt de titel van Barths hoofdwerk, de Kirchliche Dogmatik, goed beschouwd zelfs een tautologie. Dogmatiek is voor Barth immers per definitie een kerkelijke aangelegenheid.

Nu heet dit boek niet ‘Kerkelijke Dogmatiek’.De auteurs zijn natuurlijk wel wijzer. Wij allen, en zij ook, weten allen wat een pretentie er uit die titel zou spreken. En toch is er meer, hun keuze voor ‘Christelijke Dogmatiek ’ in plaats van ‘Kerkelijke Dogmatiek’ is ook inhoudelijk geïnspireerd. Zij zijn van mening dat dogmatiek niet alleen een kerkelijke maar ook een publieke functie heeft. Christelijk geloof beïnvloedt immers ook de cultuur, en vaak ten goede volgens de auteurs.  Geloof heeft iets te zeggen over elk terrein van het leven. Daarom gaat het in dit boek ook over trivialiteiten als Europa. Dogmatiek gaat over ‘allemansvragen’  Vandaar dat de auteurs niet de suggestie willen wekken dat dogmatiek alleen voor kerk en kerkmensen interessant zou zijn.

Goed, wel een kerkelijk vak dus, dogmatiek, maar niet exclusief eigendom van of louter bedoeld voor de kerk. Toch getuigt het van realisme om vast te stellen dat dit boek voornamelijk gebruikt zal worden in kerkelijke setting, niet in de laatste plaats door studenten. Ook dat is niet exclusief, maar dit boek is in de eerste plaats geschreven voor studenten theologie in hun eerste studiejaren.  Ik verstout mij op dit moment echter ook de opmerking dat dit boek goed is voor wat predikanten en kerkelijke theologen als het even kan moeten weten en kunnen. Dit boek biedt een basis, die je als theoloog eenvoudig weg behoort te kennen. Zelf heb ik het vermoeden dat daar ook de reden ligt dat de auteurs – mijn naam op de aanmelders voor de presentatie ontwarend – er als de kippen bij waren om mij te vragen hier vandaag ook enkel woorden te spreken: een soort kerkelijke goedkeuring. Ik hoop dat ik met deze woorden u niet teleurstel.

Ondertussen hebben zij gelijk, want de kerk behoeft goede dogmatiek. Dogmatiek gaat over how to make sense of things. En daar is bij velen, ook binnen de kerk, behoefte aan.  Er is, te midden van alle pluraliteit, behoefte aan een grondige oriëntatie op wat christelijk geloven nu wel en niet inhoudt. Aan verheldering van waar de kerk voor staat, aan verantwoording van het geloof ook, te midden van het steeds groter wordende aanbod op de hedendaagse levensbeschouwelijke markt. Ik hoop en verwacht dat dit boek daar aan kan bijdragen.

Dit boek zal zeker niet iedere theoloog en elke ambtsdrager binnen de PKN in alle opzichten overtuigen. Ik slaak een zucht van verlichting en zeg: gelukkig niet.

Boeken die iedereen kunnen overtuigen hebben meestal niets te zeggen. Deze ‘Christelijke Dogmatiek’ is niet de dogmatiek die het geloof van de Protestantse Kerk beschrijft of dat zelfs maar beoogt. Het zal op tal van punten ongetwijfeld tegenspraak oproepen, ook binnen de kerk, van links en rechts en door het midden zo u wilt. Maar juist zo zal het hopelijk wel de bezinning op het geloof stimuleren. Op datgene waar het christelijk gesproken op aankomt.

Op wat altijd, overal en door iedereen geloofd is, zoals de beroemde formulering van Vincentius het stelt. Maar ook op wat vandaag, in de situatie waarin de kerk zich nú bevindt, vooral gezegd moet worden.

Dogmatiek is – en dan ben ik voor de inclusio teruggekeerd bij mijn uitgangspunt – dogmatiek is systematische doordenking van het geloof, en dat is goed voor u. Deze dogmatiek wil geloofsverheldering voor onze eigen laat- en postmoderne tijd bieden. Of ze daarin slaagt, zal de toekomst moeten leren. Ik wens dit boek in ieder geval een behouden vaart. En ik spreek de wens uit dat er op het werk van de auteurs Gods zegen mag rusten.

Ds. Peter Verhoeff