Een van de sprekers tijdens de presentatie van het boek Gouden oogst van Dr. Wim Verboom was ds. Bert Karel Foppen. Hij ging op een persoonlijke wijze in op de wijze waarop Verboom denkt over het verbond. In dit artikel reageert Wim Verboom op de reflecties van Bert Karel Foppen.

Beste Bert Karel,

Jouw vraag op de presentatieavond van mijn boek Gouden oogst, over de plaats van het vriendinnetje van jullie dochter ten aanzien van het verbond, zoals ik daarover  schrijf in mijn boek, wacht nog steeds op antwoord.

Dat mijn antwoord niet zo gauw komt heeft mede als reden dat ik het verre van eenvoudig vind om een bijbels antwoord op jouw vraag te geven. Behoren niet- kerkelijke kinderen tot het verbond?  Die vraag is niet met een simpel ja of nee te beantwoorden. Het zijn kinderen op de drempel van jullie huis, een drempel met een open deur. Je ziet de kinderen met elkaar naar binnen gaan.  Zou het zo mogen en kunnen zijn, dat Jezus zich identificeert met jullie huisdeur en dat drempelkinderen in Gorinchem door Hem mogen ingaan en door Hem behouden worden? (Joh.10:9) Dat zou een groot wonder zijn.

In mijn hart is een passie om in deze richting te denken. Het is de passie van de liefde gouden oost wim verboomvan God voor het verlorene. Wie zelf ooit als kind van het verbond, als een verloren zoon Thuis kwam en door Vader gevonden en omarmd werd, kan niet anders dan geloven, hopen en in liefde bidden dat anderen eveneens gevonden en  omarmd worden door onze Vader. Ook het voor mij onbekende meisje in Gorinchem. Vanuit deze – stellig aangevochten –  passie probeer ik mijn gedachten over jouw vraag onder woorden te brengen.

Ik zou de vraag naar de relatie van het verbond en het vriendinnetje van jullie dochter graag vanuit een paar invalshoeken willen benaderen. Allereerst vanuit het verbond als genadeverbond, waarvan het sacrament van de doop het teken en zegel is. We laten als gelovige ouders onze kinderen dopen omdat wij geloven dat zij evenals wijzelf tot het genade verbond van God behoren. Wat dat betekent wordt bezongen in het klassiek gereformeerd doopformulier. Ik ga daar nu niet expliciet op in, maar verwijs slechts naar wat in dat formulier gezegd wordt over de doop in de Naam van de Drieenige God. Het staat uitvoerig in mijn boek beschreven.

Nu kwam jullie kind in aanraking met een ander kind met wie het tot een relatie van vriendschap kwam. Maar dat andere kind is niet gedoopt, het gezin waarin zij opgroeit behoort niet tot de christelijke kerk. Wie de vragen naar het eeuwig heil van ons mensen, ook van dat meisje serieus neemt, loopt dan al spoedig tegen de vraag, zelfs de worsteling aan, hoe het dan geestelijk bezien met haar zit. Het gaat er dan toch om dat ook zij deelt in het heil dat de Heere Jezus tot stand bracht door zijn kruis en opstanding. Je moet er niet aan denken dat zij daar buiten zou staan. In dit verband rijst de existentiele vraag of dit meisje ook tot het verbond behoort, of ook aan haar de belofte van het heil van Christus door God is gegeven.

Hier rijst de  vraag hoe we het verbond zien. Wat houdt het verbond van God met ons in? Vaak wordt over het verbond als iets substantieels gedacht, in termen van het behoren tot een bepaalde aanwijsbare groep mensen. In protestants Nederland zal de een dan zeggen: het gaat om mensen die tot de kerk behoren; de ander: mensen, die gelovig zijn; anderen: mensen die uitverkoren zijn.  Ja, zeg het maar, aan welke mensen je denkt als je zo over het behoren tot het verbond (genadeverbond) denkt. Ik denk dat je zo niet over het verbond moet denken, alsof het om een duidelijk af te grenzen groep mensen gaat. Nee, we moeten naar mijn mening niet substantieel, maar relationeel over het verbond denken. De term verbond zegt het al. Wie verbond zegt, zegt verbinding, bijzondere verbinding, gekwalificeerde verbinding. Het verbond is die genadige relatie van God met mensen, waarin Hij die mensen zoekt, met die mensen wil omgaan en het goede voor die mensen op het oog heeft.

‘Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich aldus in de      lichamelijke en geestelijke dood gestort en zich volkomen ongelukkig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij al bevende voor Hem vluchtte en heef hem getroost, door hem te beloven zijn Zoon te geven, die worden zou uit een vrouw (Gal.4:4) om de kop van de slang te vertreden (Gen.3:15) en hem gelukzalig te maken.’ (NGB, art. 17)

God wil dat zijn zondige en schuldige schepselen delen in het heil dat Zijn Zoon heeft tot stand gebracht. Want zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. ( Joh.3:16)

Het gaat in mijn overwegingen uiteindelijk niet maar om de term, die wij verbond noemen, maar het gaat om de God van het verbond. Zodra je het verbond los maakt van de God die  relatie zoekt, abstraheert het. En raakt het los van de concrete mens, in dit geval het vriendinnetje van jullie dochter. Dat concrete meisje, dat zonder het te weten, zegt: kijk toch naar mij vanuit de relatie van God met mij. Die onbewust aan ons vraagt: hoor ik er nu wel of niet bij?

Wanneer je denkt en gelooft vanuit de relatiezoekende God, word je op je plaats gezet. Word je er aan herinnerd dat het ons niet toekomt om aan te wijzen waar het verbond begint en eindigt. Wij zijn mensen.

Laten we daarom het verbond vergelijken met een lichtkring. Het heil van God, door zijn Zoon bereid, is als een licht dat zich verspreidt: het licht van het verbond. Kun je zeggen: hier ligt de grens tussen licht en donker? Hier begint of eindigt het verbond? Ik zou die grens niet kunnen en niet durven aan te wijzen.  Wanneer het onkerkelijke vriendinnetje van jullie dochter in jullie huis komt, dan komt ze binnen de lichtkring  van Gods verbond. Dat is niet alleen een geweldige gedachte, vol van een missionaire lading. Maar het is vooral een diepe bijbelse notie. Telkens weer komen in de Schrift ‘heidenen’ binnen de lichtkring van het verbond. Een voorbeeld is Naäman uit Syrie. Hij kwam van ver. Toch brengt Elisa hem de belofte van Gods heil over, ook voordat hij geloofde. Wanneer hij de weg van de gehoorzaamheid gaat wordt Gods belofte werkelijkheid. Dat is het spannende en het spanningsveld in het leven van zo iemand als Naäman. Dat komt je telkens tegen in de Bijbel: Tamar, Ruth enz. Drempelmensen.

In het Nieuwe Testament lezen we van gezinnen die tot geloof komen. (Hand.16:31 e.v.; 1 Kor.1:16) Letterlijk gaat het dan om ‘huizen’ (oikoi). Dat is geen biologische aanduiding, maar een aanduiding van een levensgemeenschap. Geen gesloten ommuurde substantiële ruimte, maar een relationele ruimte waarin  het leven zich afspeelt. Een leefruimte met een erf, een drempel, vensters op de wereld. Open huizen die de buitenstaander uitnodigen: kom en deel in de zegen van het heil van Christus. Huizen waar vrienden en vriendinnen naar binnen mogen lopen.

In Gorinchem liep een vriendinnetje de lichtkring van Gods verbond binnen. Daar worden jullie voor gebruikt. Zijn hier soms de woorden van Mordechaï tot Esther van toepassing: En wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent? (Esther 4:14) Namelijk tot redding van haar volk.

Als het dan zo is dat we mogen geloven dat dit concrete meisje in de lichtkring  van  het verbond gekomen is – een meisje dat God bij name kent – , dan mogen jullie pleiten op het verbond van God met jullie eigen kinderen en op het wonder dat een  ander kind door hen binnen de lichtkring van dat verbond is gekomen. Misschien zijn jullie wel een beetje een soort verborgen peter en meter van het vriendinnetje, in alle stilte tussen God en jullie. Gods verborgen omgang vinden jullie zielen waar Zijn vrees in woont. (Ps. 25: , ber.) Om der wille van Gods beloften voor mensen die na de breuk van het verbond in het paradijs, verloren mensen zijn, naderen wij op hoop tegen hoop met vrijmoedigheid tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid  verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip. (Hebr. 4:16)

Het zou niet ondenkbaar zijn dat in dit geval niet de ouders kun kind tot Jezus brengen, maar dat een onkerkelijke kind het licht van het verbond waarin het zelf ging delen, mag brengen in het eigen gezin, zodat ook haar eigen ouders en andere gezinsleden verlicht worden.

Dan wordt zo zichtbaar, dat God zijn verbond niet bedoeld heeft als een exclusief, gesloten mechanisme, maar als een inclusief open organisme. Niet afstotend, maar aantrekkend en richting wijzend.

Ik weet niet hoe het met het voorgeslacht van het meisje was? Het zal misschien ook zichtbaar behoord hebben tot het verbond van God, bezegeld door de heilige doop. Is het ook geen diepe geloofswaarheid wat we lezen in Psalm 105:8: Hij gedenkt aan Zijn verbond voor eeuwig, aan de belofte die Hij gedaan heeft tot in duizend generaties. Is dat het niet wat Paulus bedoelt, als Hij zegt dat God wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen. (1 Tim. 2:4) Daarom is de zaligmakende genade van God verschenen aan alle mensen. (Ti.2:11) Precies omdat het zo erg is en tegen Gods bedoeling dat mensen buiten het heil van God leven en sterven. Ook niet gedoopte kinderen behoren als geboorteleden volgens art. III.4. van de kerkorde van de PKN tot de kerk. Hoe ver reikt het verbond eigenlijk? Zou het misschien zover zijn als wij geloven? Soms tilt God je op de toppen van het geloof en je stamelt: zo ver het west verwijderd is het van  het oosten, zo ver heeft Hij om onze ziel te troosten, van ons de schuld en zonden weggedaan. (Ps. 103: 6)

Het zou – bijbels gezien – niet ondenkbaar zijn dat de lichtkring van het verbond van genade, het knooppunt is waar de verbinding met dat andere verbond, het levensverbond van God met alle mensen plaats vindt. Dat is de tweede invalshoek. Dan gaat het om het verbond van God met Zijn schepselen, het verbond dat Hij met Noach (weer) oprichtte en bevestigde en waarvan de regenboog nog altijd het teken en zegel is. (Gen.9) Die regenboog van God welft zich ook over onze gezinnen en over het gezin en het leven van het vriendinnetje van jullie kind. Dr. J. Hoek en ik spreken hierover in ons boek Eeuwige vriendschap. Om de waarde van Gods verbond.( 2010) Mogen we ook vandaag in onze geseculariseerde wereld onze biddende handen niet leggen op de belofte van God aan Abraham in Genesis 12: En in uw zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden? (vers 3). Dan gaat het om de levenwekkende zegen van de drieenige God. Van God de Vader die ons verkiest, van God de Zoon die ons verlost en van God de Heilige Geest die ons vernieuwt. Het Pinksterwonder dat eenmaal plaats vond in Jeruzalem, reikt tot in de lichtkring van het verbond op de drempel van jullie huis, naar het vriendinnetje toe, als een concreet schepsel van God.  Dit alles is een zaak van geloof. Mag van ons gelden: door het geloof hebben de ouders van het kind dat een onkerkelijke vriendinnetje heeft, geloofd dat de Heere ook dit kind zoekt om het zalig te maken. (Hebr. 11) Hij is het die ons zijne vriendschap biedt. Hoe is het mogelijk, vriendschap voor vijanden die met God verzoend worden. Als dat voor Jan Raap kan, dan kan het ook voor zijn maat.

Na dit gezegd te hebben kom ik terug op het hoofdstuk in Gouden oogst, getiteld: ‘Het antwoord van het geloof’. Het genadeverbond, de lichtkring van het verbond, het levensverbond wil beantwoord worden in geloof en bekering. Daar ben ik nu kort over, daar ik er uitvoerig over schreef in mijn boek. Er is niet alleen het wonder van Gods verbond, maar eveneens het wonder van ons antwoord. Dat is ook het werk van Gods Geest in ons leven. Anders was het antwoord er niet. Dat het dan heel spannend wordt, ook in het concrete geval van jullie kind en haar vriendinnetje, wordt duidelijk. Wat ……als we de Heere maar laten beloven? Wat …… als we zijn vriendschap afwijzen? Juist als die vriendschap zo hartelijk en welmenend wordt aangeboden. Er is de waarheid van Psalm 81:13: Maar Mijn volk wou niet, naar Mijn stemme horen. Dan worden we stil. Dan geldt: Maar hen die buiten zijn, oordeelt God. (1 Kor.5:13)

Laten we in onze houding iets mogen weerspiegelen van de liefde van de Goede Herder, die Zijn leven gaf, ook voor drempelkinderen. Die het verlorene zoekt en het verdorvene vernieuwt.

Beste Bert Karel, zie maar wat je hiermee kunt. Het is geschreven uit dank voor het vele goede dat je in je reactie op mijn boek naar voren hebt gebracht. Over de manier waarop het geschrevene handen en voeten kan krijgen in de praktijk, gaat het nu niet. Komt wellicht nog.

Een hartelijke broedergroet,

Wim Verboon

Andere boeken van Dr. Wim Verboom:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *