Geen categorieOverige

Een blik in de werkplaats van SHOET – door dr. Leo Mietus

Onderstaande toespraak werd gehouden door dr. Leo Mietus tijdens de presentatie van het eerste deel van het Verzameld Werk van J.H. Gunning Jr. op 12 oktober 2012. Deze presentatie wordt mogelijk gemaakt door steun van de PThU en het Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. De komende dagen zullen ook de lezingen van de andere sprekers op Theoblogie worden geplaatst:

Prof. dr. H.W. de Knijff over de actuele betekenis van Gunnings ethische theologie;
Prof. dr. J. de Bruijn: Gunnings invloed in de politiek;
Dr. A. de Lange: Gunning en de ‘gereformeerden’.

Mede namens dr. Nico den Bok, die hier vandaag niet aanwezig kan zijn, wil ik u een kijkje gunnen in de keuken van het stichtingsbestuur.

Er is in de afgelopen jaren veel werk verzet. Zo zijn we lange tijd bezig geweest met het samenstellen van de titellijst en de daarbij komende afwegingen, met als belangrijk moment ons gesprek met een klankbordgroep van deskundigen, met wie we allerlei kwesties rond de uitgave hebben besproken.  Verder waren er de contacten met de uitgeverij en dhr. Nico de Waal met wie we uiterst plezierig samenwerken. Om onze PR te verbeteren bood hij o.a. aan een website voor ons te laten ontwerpen. Die website kwam er in 2010.

En dan de geldwerving. Die taak lag bij Nico, die behalve onze secretaris ook onze penningmeester is. Hij schreef tal van fondsen aan, maar we merkten al snel dat het tij niet mee zat. De economische crisis leek ook fondsen minder toeschietelijk te maken, maar op 5 maart 2009 kwam de eerste toezegging binnen. En zo ging het verder. Dat was gelukkig voor ons, want we hadden geen stuiver meer op onze rekening staan. Nu er financieel schot in kwam, konden we met meer vertrouwen de toekomst van ons project tegemoet zien. De gedroomde mecenas hebben we tot op heden niet kunnen vinden, maar wie weet? Om de financiën verder rond te krijgen gaan we ook proberen individuele personen warm te krijgen voor een donatie. U begrijpt dat er veel creativiteit nodig is om een project als dit van de grond te krijgen. Maar we werken met veel plezier samen en hebben er lol in als we toch weer een ‘vis’ gevangen hebben.

Nico schrijft over de huidige stand van zaken: Na twee intensieve rondes fondswerving is er voldoende geld ontvangen en/of toegezegd om twee delen van het Verzameld Werk van Gunning te kunnen bekostigen. Voor het derde deel – dat een enigszins eigen karakter draagt – is aparte geldwerving nodig. Dat zal deels opgevangen kunnen worden met een donateurcampagne, deels door het zoeken naar andere bronnen (onder meer in het circuit van Spinoza-onderzoek in Nederland).

Onderwijl werkte ik in de afgelopen jaren steeds door aan de uitgave. Dat begon met het inscannen van de teksten en het treffen van voorbereidingen voor de annotatie. Daarover maakten we allerlei afspraken: niet te uitvoerig, maar wel ter zake. Maar hoe kom je tot de bronnen van Gunnings werk?

Gunning liet zelf een manuscript na van meer dan duizend pagina’s dicht beschreven tekst, waarin hij uittreksels en citaten uit de literatuur die hij las, opschreef. Van die titels maakte ik een lijst. Evenzo maakte ik een transcriptie van alle handgeschreven aantekeningen die Gunning bij een aantal werken noteerde. Dat werd een boek van meer dan honderd pagina’s. Ook daarin staan literatuurverwijzingen en vaak interessante aanvullingen op de gedrukte teksten. In het Verzameld werk is daar op beperkte schaal gebruik van gemaakt. Deze aantekeningen zullen te zijner tijd integraal op het internet verschijnen. Wat voor mij een uitdaging was, was het ontcijferen van het codeschrift dat Gunning gebruikte. Gunnings zoon liet een soort van sleutel na om het schrift te ontcijferen, maar het kostte soms veel moeite om Gunnings kriebeltjes te lezen.

Extra aandacht vroeg in dit deel de vaststelling van een tekst, die in theologische kring bekend is vanwege het beruchte conflict dat Gunning erover kreeg met Abraham Kuyper: de eerste aflevering van Het Leven van Jezus. Het kostte het nodige speur- en reconstrueerwerk om vast te stellen of er nog exemplaren van die eerste aflevering bewaard zijn gebleven. Dat was gelukkig het geval en daaruit bleek dat Gunning rond 15 januari 1878 een nogal incomplete tekst liet verschijnen: alleen het eerste hoofdstuk en een gedeelte van het tweede, maar zonder de uitvoerige inleiding, waarvan werd aangenomen dat die er bijzat. In het eerste deel van het Verzameld Werk kunt u deze tekst terugvinden. En onder ons gezegd: Het is maar goed dat Gunning en Kuyper niet hebben kunnen vermoeden dat die eerste aflevering die Gunning terugnam, vandaag uitgerekend in het hoofdgebouw van de VU – al is het dan wel in deze PThU-zaal – weer het licht ziet!

Een ander tijdrovend werk was het aanpassen van de spelling voor de gedrukte versie. Daarvoor kreeg ik hulp van mijn collega dr. Theo Hettema, die diverse waardevolle handreikingen deed voor spellingaanpassing.

Onderzoekers kunnen trouwens binnen afzienbare tijd de teksten ook in de oorspronkelijke spelling raadplegen op het internet. Met de beheerder van het Gunningarchief in Utrecht en met de uitgever zijn daarover afspraken gemaakt.

Extra steun kreeg ik nog van dr. O.W. Dubois, die bereid was het manuscript aan het einde door te lezen en foutjes die door leesblindheid niet meer opvallen, eruit te halen.

Voor de finishing touch rond de inleidingen op de verschillende werken en de algemene inleiding werd ik bijgestaan door dr. Albert de Lange, die met zijn grote kennis van zaken voor mij onmisbaar is en met wie ik regelmatig contact heb over het project.

Het project Gunning verzameld werk is doordoor een mooi voorbeeld geworden van ambachtelijk samenwerken. Het is ook een kwestie van lange adem en stug volhouden. Als bestuur en helpers worden we gedreven door onze passie voor Gunnings werk en zijn we ervan overtuigd dat het ontsluiten van zijn teksten ook voor de huidige theologie en kerk waarde kan hebben.

Ten slotte verklap ik al iets over deel 2. Voor de zomer rondde ik het eerste concept af. De komende maanden zal dr. Albert de Lange de inleidingen en voetnoten controleren en dan hoop ik in de loop van het volgende jaar tot afronding van deel 2 te komen. Tegen de tijd dat u enthousiast geworden bent over deel 1 hoeft u dus waarschijnlijk niet lang te wachten op deel 2.

Maar vanaf vandaag is deel 1 beschikbaar en dat geeft na jaren van stil monnikenwerk een heel blij gevoel.

Het is gepast om met een woord van Gunning zelf te eindigen. Als hij zijn Blikken in de Openbaring voltooid heeft in 1869 is hij er zich zeer van bewust dat hij ‘iets halfs en gebrekkigs levert’. Maar dit ziet hij niet alleen als een nadeel. Het kan de lezer ook stimuleren zelf aan de slag te gaan met de grote vragen en uitdagingen van geloof en openbaring. Om die reden citeert hij een woord van Philipp Matthäus Hahn: “Het halve verblijdt soms meer dan het voltooide, en de opgaande zon belooft meer dan de volle middag. In de lezer moet het eerst middag worden, en het lezen van een boek moet hem niet het volle licht, maar slechts blikken en opwekking geven om zelf het volle licht te vinden.” Ik hoop dat het met het Verzameld Werk ook zo zal gaan.

Dr. Leo Mietus

Dr. L. Mietus promoveerde in 2006 in Kampen op een dissertatie over J.H. Gunning Jr. Hij is werkzaam als docent aan het Seminarium van de bond Vrije Evangelische Gemeenten. Als Gunning- onderzoeker participeert hij in een onderzoeksgroep van Protestantse Theologische Universiteit.