Kerkgeschiedenis

200 jaar protestantse zendingsopleiding

Protestantse zendingsopleiding in Nederland (1797-2010) - Gerrit Noort (onder redactie van)Op vrijdag 14 december vond de presentatie plaats van het boek Protestantse zendingsopleiding in Nederland 1797-2010, de eerste uitgebreide studie naar zendingsopleiding in Protestants Nederland in de 19e en 20e eeuw. Aart Verburg, in 1986 uitgezonden door de Gereformeerde Kerken als studentenpredikant naar Indonesië en vanaf 2002 rector van het HKI, hield een lezing waarvan we de tekst hieronder publiceren. We danken hem hartelijk voor de toestemming om zijn lezing te publiceren.

1.
Bij mijn afscheid als rector van het HKI, eind augustus 2010, kregen de algemeen secretaris van de PKN, Arjan Plaisier, en ik beiden een exemplaar van boek aangeboden. En wel een boek in wording. Het boek heette: ‘Geen gesneden beelden’, met als ondertitel: over twee eeuwen Nederlandse zendingsopleiding. Arjan en ik waren beiden ‘producten’ van die zendingsopleiding. We volgden in 1985 samen de najaarsbasiscursus aan het HKI, in het zendingshuis in Oegstgeest, als voorbereiding op onze uitzending naar Indonesië. Arjan kreeg het boek met een belofte, ik met een opdracht. Aan de algemeen secretaris  van de kerk werd beloofd dat het laatste hoofdstuk nog geschreven zou worden en ik kreeg de opdracht om dat hoofdstuk te schrijven.

Het hoofdstuk zou de geschiedenis van de zendingsopleiding der PKN in de eerste tien jaren van de eenentwintigste eeuw beschrijven. Toen het HKI eind 1999 uit Oegstgeest mee verhuisde naar het Protestants Landelijk Dienstencentrum was Hans Visser rector. Hij vervulde die functie sinds 1993 en deed dat nog een jaar in Utrecht, totdat hij aan het eind 2000 ziek werd. Hoewel hij wonderwel herstelde en zeer intensief bij het HKI betrokken bleef, moest hij het rectoraat neerleggen en werd ik zijn opvolger. De laatste hoofdstukken van dit boek zijn geschreven door mensen die de wording van de geschiedenis wel van zeer nabij hebben meegemaakt.

Na mijn afscheid informeerde af en toe eens iemand – voorzichtig – hoe het toch was met het boek. Ik noem twee namen van mensen die ernaar vroegen. Jenny de Sonneville, medeauteur van het boek en Bep Tange, de gastvrouw van het Guesthouse van het PLD in Utrecht, waar deelnemers aan de HKI-cursussen verbleven tijdens de cursus.

2.
Welnu, het boek is af en ik vind het een eer dat de stichting de Zending der Protestantse Kerk in Nederland mij heeft gevraagd om het aan u te presenteren. De namen die ik tot nu genoemd heb staan voor al die mensen en de enorme variëteit van hun betrokkenheid bij de wereld van de zending en de opleiding van uit te zenden medewerkers. Dat maakt het ook wel wat ingewikkeld om het boek te presenteren. Wat zal ik erover zeggen om enigszins aan te sluiten bij uw gevarieerde en persoonlijke betrokkenheid bij de zending en de zendingsopleiding? Het is de kracht en in zeker opzicht ook de zwakte van het boek dat het aandacht geeft aan groot aantal aspecten van de zendingsopleiding. U, zoals u hier vanmiddag bij elkaar bent, zult er hoogstwaarschijnlijk allemaal elementen in vinden waarin u geïnteresseerd bent of bij betrokken was, maar het is niet het wetenschappelijke werk geworden waarvan tijdens het wordingsproces wel sprake van is geweest.

3.
Met de namen die ik tot nu toe noemde heb ik al een aantal aandachtsvelden van de zendingsopleiding aangeduid.

De algemeen secretaris van de Protestantse Kerk, Arjan Plaisier, staat voor de verhouding tussen de kerk en de zending. De eerste twee hoofdstukken beschrijven de ontwikkeling van de genootschappelijke zendingsopleiding tot en met de kerkelijke zendingsopleiding aan de Zendingshogeschool na de Tweede Wereldoorlog. Zending is eigenlijk nooit een kwestie geweest van ‘alleen maar gericht zijn op het buitenland’. Zending heeft altijd vragen gesteld aan en is van betekenis geweest voor de ontwikkeling van het kerk zijn in Nederland. Tegenwoordig niet in de laatste plaats vanwege de vraag naar de relatie met de Migrantenkerken, of – beter – de internationale kerken in Nederland.

Met Hans Visser had ik op heel veel doelgroepen kunnen duiden, maar licht er hier even uit dat hij en zijn vrouw Annie tot de eerste generaties Doggers (uitgezonden via Dienst over Grenzen) behoorde. Daarmee staat hij voor het enorme aantal cursisten die ter voorbereiding op uitzending in het kader van ontwikkelingssamenwerking een voorbereidingscursus aan het HKI volgden. Daarmee staat Hans ook voor het veranderende profiel van uit te zenden medewerkers dat in twee eeuwen zendingsopleiding voortdurende aandacht kreeg.

Hoewel hij later nog uitgezonden is geweest door de GZB, dus als echte ‘zendeling’, is het tevens opmerkelijk dat hij de tweede ‘niet – (officieel) – theoloog’ was die rector werd van de zendingsopleiding. Neurdenburg (zie het boek) was de eerste rector die geen theoloog was.

In het boek staat ook de tekst van het prachtige afscheidscollege dat Jenny gaf bij haar afscheid als coördinator van de taalafdeling van het HKI in 2008. De titel is: Speaking with a new voice; on identity, power and culture in adult language learning.

Haar verhaal staat voor de voortdurende discussie over de plaats en de betekenis van het taalonderwijs in de zendingsopleiding. U vindt hierover in dit boek gedachten van twee eeuwen opleiders.

Bep Tange was benieuwd naar het boek om de verschillende activiteiten van het HKI nog eens op een rij te zien en te kijken bij welke namen ze nog gezichten en verhalen zou weten. En dat zijn er veel want Bep was trouw in het lezen van rondzendbrieven van uitgezonden medewerkers en genoot van het weerzien van voormalige cursisten in het teruggekeerdenweekend. Haar naam noemde ik als aanduiding van de voortdurende discussie over de vraag of de zendingsopleiding nu wel of niet in internaatsverband moest plaatsvinden. De diverse plaatsen waar de zendingsopleiding gehuisvest was en de omstandigheden waaronder de voorbereiding op uitzending plaatsvond zijn in dit boek beschreven.

Met name die laatste twee onderwerpen hebben alles te maken met een centrale, misschien wel de centrale vraag in alle missionaire activiteit; die over de communicatie. Onlangs kreeg ik het boekje ‘Communicatie, een tijdvraag’ van Hendrik Kraemer uit de nalatenschap van de gereformeerde predikant (ds. Hendrik Moll) die mij ooit in het ambt bevestigde. Het boekje bevat de vertaling van de Laidlaw Lectures die Kraemer in 1956 hield voor Knox College in Toronto. De lezingen werden door prof. Jan Jongeneel niet genoemd in zijn bijdrage aan de studiedag over Hendrik Kraemer georganiseerd in het HKI op 11 april 2002. Jongeneel sprak over de ontwikkelingen in het zendingsdenken van Hendrik Kraemer aan de hand van de drie grote werken van Kraemer. De Laidlawlezingen mogen dan niet behoren tot de hoofdwerken van zijn waarschijnlijk wel de opmaat geweest voor wat Jongeneel noemt ‘het meest interessante onderdeel van Kraemers tweede grote studie namelijk het deel over ‘het christelijk gesprek (cursivering Jongeneel) met de godsdienst en de godsdiensten’.

Kraemer maakt in zijn boekje onderscheid tussen ‘communicatie tussen’ en ‘communicatie van’. Daarover schrijft Kraemer: ‘die moeten worden onderscheiden maar niet van elkaar worden losgemaakt. Omdat, welverstaan, communicatie van de Christelijke boodschap, wanneer deze beantwoordt aan zijn goddelijke doel, dat wil zeggen in Christus een nieuw schepsel tot leven wekt, tezelfdertijd in principe de rechte communicatie tussen, de rechte intermenselijke relatie tot stand brengt’.

In de zendingsopleiding zoals beschreven in dit boek gaat het er steeds weer over hoe uit te zenden medewerkers het best voorbereid konden worden op de communicatie van het christelijke geloof. En daarvoor is de rechte, wij zouden zeggen de echte, intermenselijke relatie, absolute voorwaarde. En volgens Kraemer zelfs (deel van) de boodschap zelf. Gert Noort schreef in een eerdere versie van de conclusie bij het hoofdstuk over de Genootschappelijke zendingsopleiding: ‘Het welslagen van zendingswerk heeft niet zozeer te maken met opleidingsniveau, als wel met het vermogen om over grenzen van cultuur heen te communiceren’. Hans Visser placht te zeggen: ‘Er is nog nooit iemand voortijdig teruggekeerd van een uitzending omdat hij of zij te weinig vakkennis had. Eerder terugkomen had meestal te maken met moeite hebben met goed communiceren’.

4.
Na aandacht voor mensen / namen in relatie tot de thema’s uit de zendingsopleiding en voor het centrale gegeven van de communicatie nu iets meer over het boek zelf.

Het is een ‘gegroeid geschift’. Het idee om ‘de volgende vijftig jaar zendingsopleiding te beschrijven’ kwam van Huub Lems toen hij in 2005 in de bak met ‘boeken om mee te nemen’ (dubbele exemplaren uit de Bibliotheek van het HKI, vaak verkregen uit aan het HKI nagelaten particuliere bibliotheken) een gedrukt exemplaar van de lezing over Vijftig jaar Zendingsopleiding had gevonden. De lezing was door dr. Jansen Schoonhoven, rector van Zendingshogeschool in Oegstgeest, gehouden bij de opening van de nieuwe cursus op 4 oktober 1955 in de Pauluskerk te Oegstgeest.

Het was nu 2005, en nog een paar maanden voor oktober…dus: zouden we een poging wagen om de volgende vijftig jaar te beschrijven?

Al gauw realiseerden we ons wat Jansen Schoonhoven ook al schreef: ‘Toen op 2 October 1905 de feestelijke opening plaats had van de Nederlandse Zendingsschool te Rotterdam, betekende dat niet het begin van de zendingsopleiding in Nederland’.

In enkele zinnen schetste Jansen Schoonhoven wat er aan zendingsopleiding had plaatsgevonden vanaf 1623 tot aan1905. Dat verdiende meer aandacht dan die paar zinnen. Gert Noort schreef dat hoofdstuk, met aandacht voor de context van de tijd waarin de opleiding plaatsvond – van de VOC en de teloorgang ervan, de oprichting van het Nederlands Zendelinggenootschap in de tijd van het piëtisme tot en met het ontstaan van diverse andere zendingsgenootschappen, onder meer onder invloed van een meer liberale theologie (invloed van het Verlichtingsdenken), als ook over mensen / directeuren zendingsopleiding als Hiebink en Neurdenburg en de integratie van de diverse zendingsopleidingen in de Nederlandse Zendingsschool in Rotterdam.

Huub Lems en Gert Noort schreven samen het hoofdstuk over de Nederlandse Zendingsschool en de Zendingshogeschool in de periode 1905 tot 1971. Opnieuw is er aandacht voor de context zoals de verhuizing uit Rotterdam naar het Zendingshuis in Oegstgeest, de invloed van de tweede wereldoorlog op het denken over kerk en zending, de dekolonisatie en de zelfstandig wording van de kerken op de ‘zendingsterreinen’.

In 1971 ging het Hendrik Kraemer Instituut van start. Het was ontstaan uit de samenvoeging van de Zendingshogeschool van de Nederlandse Hervormde Kerk en het Zendingsseminarium van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Baarn.

De geschiedenis van de Gereformeerde zendingsopleiding was ook nog niet beschreven. We zochten mensen die Baarn nog zelf hadden meegemaakt, maar vonden niemand die die taak op zich kon nemen. Gert Noort deed dat toen en beschreef de geschiedenis van de Gereformeerde zendingsopleidingen aan de hand van bestaande bronnen. Het werd hoofdstuk 3 in dit boek. De geschiedenis van de zendingsopleiding van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt is niet in dit boek te vinden.

Hans Visser beschreef de ontwikkelingen van de zendingsopleiding bij het HKI tussen 1971 en eind 1999 toen het HKI met diverse andere kerkelijke kantoren verhuisde naar het PLD in Utrecht. Hans begint met een verwijzing naar de context van de roaring sixties (hoogtepunt 1968) en de politieke en sociale veranderingen die zich toen in rap tempo voltrokken. De invloed van evangelicale stromingen en de pinksterkerken werd wereldwijd voelbaar. Ontwikkelingssamenwerking nam een hoge vlucht. Hans beschrijft op een dynamische wijze de dynamiek van die jaren waarin de zendingsopleiding omschreven werd als een sluis, een proefpolder en een laboratorium (het woord laboratorium omvat ‘ora et labora’). Het was in ieder geval wat betreft de aantallen cursisten een glorietijd voor de zendingsopleiding, met name vanwege de instroom voor de acculturatiecursus die ontwikkeld was. In de jaren negentig werden aanzetten voor weer nieuwe cursusactiviteiten gegeven, zowel internationale cursussen als cursussen voor Nederland. Te denken valt aan de eerste aanzetten voor de SKIN-cursussen (internationale kerken in Nederland) en internationale cursussen.

5.
Dan de laatste tien jaar van de beschreven periode. Midden in die periode viel het jubileum van de tweede vijftig jaar zendingsopleiding die aanleiding was om over dit boek te gaan denken. Nu had de staf van het HKI in het jaar daarvoor hard gewerkt aan de publicatie van de afscheidsbundel voor Hans Visser: ‘A New Day Dawning’. Dat boek was gepresenteerd op een zeer druk bezocht symposium met als thema:

Elkaar leren verstaan (over communicatie gesproken…!). Besloten werd om 100 jaar zendingsopleiding op een bescheiden wijze te vieren.

Op 7 oktober 2005 werd een minisymposium georganiseerd. De lezingen die daar gehouden werden zijn in de bijlagen bij dit boek opgenomen. Dhr. Peter Demberger (van VEM uit Wuppertal) haalde herinneringen op aan zijn opleiding aan het HKI in 1972. Zeker in de beginjaren van het HKI was er ook internationale deelname aan de cursussen. Demberger herinnerde zich vooral hoe er aandacht was voor het omgaan met het koloniale verleden t.a.v. van Indonesië waar hij als Duitser echt gevoelig voor moest worden gemaakt.

Dr. Andreas Yewangoe voorzitter van de Indonesische Gemeenschap van Kerken sprak over wat partnerkerken in Indonesië vooral verwachtten van uitgezonden medewerkers. Kom samen met ons contextueel theologiseren. Zo leren we samen het Evangelie communiceren in een steeds veranderende context, zowel de onze als jullie eigen context. Hij verwees expliciet naar de communicatie met de Islam waarmee in Indonesië al zo lang ervaring werd opgedaan; minder goede en goede ervaringen.

Na het symposium werd verder geschreven aan de geschiedenis. De laatste twee hoofdstukken bevatten de beschrijving van het organisatorische wel en wee van het HKI in Utrecht als onderdeel van het de dienstenorganisatie van de PKN. Reorganisaties, verhuizingen en notities, vooral veel notities. Samenwerking met steeds weer nieuwe partners in of buiten de organisatie  moest worden afgewogen en uitgeprobeerd. Nieuwe expertise, met name op het gebied van missionaire ontwikkelingen in Nederland werd opgebouwd. Achteraf is daar weinig gebruik van gemaakt. U zult de worstelingen, met zijn teleurstellingen en frustraties niet alleen tussen de regels door lezen. Het vond allemaal plaats in een context die gekenmerkt werd door spanningen in de verhouding tussen de godsdiensten (na de terroristische aanslag op het World Trade Centre in New York in 2001) en de verschuivingen in de economische verhoudingen in de wereld, uitlopende op de economische crisis die in 2008 uitbrak.

Ondertussen ging het opleidingswerk door. De SKIN-cursussen bloeiden, interessante internationale cursussen en expertmeetings vonden plaats, de diversiteit aan cursisten en daarmee ook de diversiteit aan opleidingsbehoeften nam toe, het denken over onderwijs was in volle gang… Bij het HKI werd ook het competentiegericht onderwijs werd ingevoerd.

Na 2007 nam het aantal cursisten drastisch af en werd de vraag naar het voortbestaan van de zendingsopleiding steeds prangender. Bij het vertrek van Gert Noort en mijzelf in 2010 was er nog geen zicht op hoe het verder zou gaan met het HKI. Maar begin 2011 heb ik de tekst van de eerste versie van de door mij geschreven hoofdstukken voor dit boek al gestuurd aan Kees van Dam die samen met anderen de doorstart van het HKI mocht gaan trekken.

En nu is het boek er. Het heet niet meer ‘Geen gesneden beelden’. Dat was een werktitel die vooral refereerde aan het vak dat ik doceerde in de 17 jaar dat ik mocht bijdragen aan de protestantse zendingsopleiding. Als docent interculturele communicatie ben ik steeds meer onder de indruk gekomen van de diepgang van het goddelijk gebod om geen gesneden beelden (van dogma’s tot en met karikaturen) te maken. Niet van God, maar ook niet van mensen en ik voeg daaraan toe ook niet van de zending of het christelijk geloof. En dus ook niet van ideologieën of van situaties die door mensen zijn gemaakt en/of in stand worden gehouden.

Echte communicatie breekt door gesneden beelden heen en maakt open voor de boodschap van het Evangelie. Of, zou Kraemer kunnen zeggen: geslaagde communicatie is Evangelie.

Ik hoop dat u uit dit boek een beeld krijgt van ruim 200 jaar protestantse zendingsopleiding. Niet het beeld, maar wel een mooi boek.

Aart Verburg, predikant Protestantse Gemeente Oegstgeest