Bij het verschijnen van De Liefde Achterna gaf auteur Willem Marie Speelman een lezing over ‘de economie van het goede leven.’ Hieronder kunt u zijn tekst nalezen. Later deze week publiceren we ook de bijdrage van Theo van Adrichem (Vice-provinciaal Minderbroeders Franciscanen).

Meestal is er iets gebeurd waardoor de mens zich de vraag stelt naar het leven dat hij of zij leeft en, wat een andere vraag is, óf hij of zij dit leven ook echt leeft. Is mijn leven eigenlijk een goed leven? Sommige mensen denken nu aan een soort bucket list van dingen die je ooit nog een keer gedaan moet hebben om te kunnen zeggen: “Ik heb alles uit het leven gehaald!” – alsof het leven een consumptieartikel is dat je ad fundum leeg moet drinken, want je leeft immers maar één keer! Maar dat is niet de vraag die je dichter bij het goede leven brengt. Het gaat er namelijk niet om dat je alles moet meemaken, of van alles een belevenis moet maken. Het gaat erom dat je het goede herkent in het leven zelf, dat je leidt en zoals je het leidt.

Vreemd genoeg waren de mensen die zich de vraag naar het goede leven radicaal gesteld hebben niet te vinden in de stad waarin van alles te beleven viel; integendeel, de zoekers naar het goede leven zochten juist de eenzaamheid op van de woestijn of de wouden. Met name de woestijn is de bakermat van de leefregels die wij nog altijd kennen en nog altijd belangrijk vinden: de tien geboden van Mozes, het ene gebod van Jezus, de lessen van Antonius, de regels van Pachomius, Basilius, Cassianus, Augustinus, Benedictus en de Karmel. En ook Franciscus van Assisi heeft de wereld verlaten om het goede leven te vinden. Het waren allemaal mensen die zich uit de bewoonde wereld teruggetrokken hadden om zich de vraag te stellen die we volgens vader en zoon Skidelsky tegenwoordig zelden meer stellen: de vraag naar het goede leven.

Regel regelt verhoudingen met de mens, met de omgeving en met God

De vraag naar het goede leven wordt weliswaar gesteld in de eenzaamheid van de woestijn, maar het goede leven zelf kan niet bestaan dan in betrokkenheid. Het goede leven wordt niet geleefd dan in betrokkenheid met jezelf, met de wereld en met God. De betrokkenheid met jezelf ontstaat meteen al in de vraag: “Wat voor leven leef ik eigenlijk, en leef ik het wel echt?”, maar ook in de strijd tegen jouw driften en waandenkbeelden. De betrokkenheid met de wereld is allereerst een negatieve, want je hebt de wereld verlaten om het goede leven te vinden. Maar omdat je een mens van vlees en bloed bent ben je afhankelijk van wat de aarde je geeft en wat anderen je gunnen. De betrokkenheid met God krijgt vorm in de memorisatie van de heilige Schrift, waarin vooral het evangelie en de psalmen een centrale rol spelen.

de liefde achterna speelman

 

 

 

 

 

 

 

 

Regel als richtingwijzer en als ruimte

De betrokkenheid met de mens, de aarde en met God moet worden geregeld, in ongeschreven of geschreven regels. De regels zoals we ze kennen zijn ontstaan uit het geleefde leven, en uit het onderlinge overleg van monniken. De aldus geregelde levenswijze heeft een dubbelzinnig karakter: enerzijds is het leven een weg, die gevolgd kan worden, anderzijds is het geregelde leven een wet, die onderhouden moet worden. De weg geeft de mens gevoel van richting, en de wet creëert een ruimte waarbinnen de mens zich veilig mag weten.

Ruimte voor de komst van het rijk Gods

Kenmerkende motor van de leefregel is dat het probeert ruimte te creëren voor de komst van het koninkrijk van God, de volmaaktheid van het Evangelie. Deze ruimte wordt gevormd door ascese en armoede en stilte en eenzaamheid:  In bekering en berusting ligt uw behoud, in stilheid en vertrouwen is uw kracht gelegen (Jes. 30:15).

De regel van Franciscus

Edith van den Goorbergh maakt een onderscheid tussen een Levensvorm (forma vitae) en een Regel (regula). In een Levensvorm is een levende persoon model, in een Regel grenzen de regels een binnenruimte af. Franciscus en Clara kenden natuurlijk het benedictijnse leven, dat goed geregeld was, maar zij wilden iets anders: zij wilden Jezus Christus volgen en zijn Moeder. In een levensvorm volgt de mens een persoon, een verhaal, een handelingsmodel, zoals een kind (zelfs onwillekeurig) zijn ouders volgt om maar zoveel mogelijk op hen te lijken.

Ik denk dat Franciscus de weg geopend heeft voor een christelijk leven waarin de mens zich niet alleen op het Evangelie afstemt, maar ook op broeders en zusters, mannen en vrouwen, armen en kinderen, ja ieder schepsel. Hij opent deze weg door de macht van dominante figuren te erkennen en te relativeren.

Vader ontmanteld

De drie gezellen getuigen dat Franciscus ten overstaan van de bisschop en van vele omstanders afstand heeft gedaan van alles wat zijn vader Pietro di Bernardone hem gegeven had, en dat hij nu alleen nog maar de Vader in de hemel als zijn vader beschouwde. Franciscus kleedde zich bij deze gelegenheid helemaal uit, maar in feite ontmantelde hij de macht van zijn vader. Hij zou vanaf nu naakt de naakte Christus volgen.

Paus gerelativeerd (3 Gez 46)

Als in 1209 Franciscus en zijn broeders ook buiten Assisi willen preken moeten zij naar de paus om toestemming te vragen voor hun manier van leven. Zij trekken dus naar Rome, naar de paus die plaatsvervanger van Christus is. Onderweg leert Franciscus zijn broeders een les: ‘Laten we een van ons tot onze leider maken en hem zien als plaatsvervanger van Christus, met de bedoeling dat wanneer hij ergens naar toe wil gaan, wij hem daarheen volgen, en waar hij zijn tenten opslaat, ook wij dat doen.’ Toen kozen ze broeder Bernardus, die zich als eerste na de zalige Franciscus bij de gemeenschap had aangesloten, en hielden zich aan wat hun Vader voorgesteld had.

Franciscus treedt zelf terug als generale minister

Op het kapittel in 1220, dat is dus een jaar voordat de voorlopige regelredactie door de broeders wordt goedgekeurd, treedt Franciscus terug als generale minister van de broederschap. Hij zegt zijn broeders: ‘Vanaf nu ben ik dood voor jullie. Maar hier staat broeder Petrus Cattani. Laten ik en jullie allen hem gehoorzamen.’ Meteen daarna boog hij voor hem en beloofde hij hem gehoorzaamheid en eerbied. Daarna stond Franciscus op. Hij vouwde zijn handen, richtte zijn ogen op de hemel en bad: ‘Heer, ik beveel U mijn familie aan, die Gij tot nu toe aan mij hebt toevertrouwd. Vanwege de zwakheden die U bekend zijn, allerliefste Heer, kan ik de zorg over hen niet meer aan. Daarom draag ik die zorg aan ministers op. Laten zij eraan gehouden zijn op de dag des oordeels er bij U, Heer, reken­schap over af te leggen als een broeder door hun nalatigheid of hun slechte voorbeeld of eventueel ook door een te strenge bestraffing verloren is gegaan.­’ Tot aan zijn dood bleef hij daarna een eenvoudig lid van de orde en gedroeg hij zich nederiger dan alle anderen. (2Cel 143)

Het regelen van het leven van de broeders sicut mater – als moeder

Broeder Leo, je broeder Franciscus wenst je heil en vrede. Zo zeg ik je, mijn zoon, als moeder: alles wat wij onderweg besproken hebben, regel ik beknopt in deze uitspraak en ik geef je de raad – en je hoeft om raad niet naar mij toe te komen, want ik geef je deze raad –: als je een of andere manier beter vindt om aan de Heer God te behagen en zijn voetspoor en armoede te volgen, doe dat dan met de zegen van de Heer God en in gehoorzaamheid aan mij. En als het voor je ziel noodzakelijk is en je voor een andere bemoediging opnieuw naar mij wilt komen, kom dan.

Willem Marie Speelman

N.a.v. De liefde achterna / Willem Marie Speelman / Uitgeverij Meinema / gebonden

Wie was Franciscus van Assisi en wat waren zijn leefregels? Hier lees je meer over hem als persoon.

Meer boeken over Franciscus: