Kerk

Over echt contact in een digitale kerk

In het nieuwste nummer van het tijdschrift Open Deur verscheen onderstaand artikel over de mogelijkheid van écht contact in een digitale kerk.
‘Ik merkte dat virtueel contact echt contact is.’

 

 

Digitaal dichtbij

Fred Omvlee is krijgsmachtpredikant bij de marine en sinds enige tijd ook een van de dominees die verbonden zijn aan www.mijnkerk.nl.
Aart Mak vraagt hem hoe echt contact mogelijk is in een digitale kerk, met een beeldscherm ertussen.

 

‘Weet je dat kerk en krijgsmacht heel veel gemeen hebben? Plechtige gebaren, tenues, muziek. Moeilijke gelegenheden worden altijd omlijst met rituelen en ceremoniën. Militairen begeleidden de kisten met stoffelijke overschotten die terugkeerden uit Oekraïne. Met dit ritueel boden ze een kader waarin deze vreselijke gebeurtenis tot een zekere rust kon komen.’

Alle hens aan dek!
We hebben het over handen. Fred noemt de uitdrukking alle hens aan dek. ‘Dat betekent: iedereen aanwezig! In noodgevallen was dat nodig op een zeilschip. Tegenwoordig worden alle manschappen ermee verzameld, bij een praatje van de commandant of bij het vuilstorten, bij terugkeer van een missie. Ook de dominee gebruikt zijn handen bij dat vieze werkje. Het is goed om met je handen te werken, mee te doen met verven, koken, sporten. Je hebt contact met mensen en het geeft invulling aan de dag.’

‘Ik ontdekte de digitale wereld door mijn werk bij de marine. Tijdens de uitzending naar Afghanistan in 2006 mailde ik nieuwsbrieven als PDF. In 2007 ging ik met mijn gezin naar Curaçao, voor de marine. Daar ontdekte ik LinkedIn als medium om oude vrienden en schoolgenoten te ontmoeten. Ik had gesprekken met vrienden die nooit meer in de kerk kwamen maar toch iets misten. Zodoende bedacht ik een LinkedIn-kerkdienst. Ik merkte dat afstand en tijdzones geen rol speelden. Toen kwamen Twitter en Facebook, via familieleden in Canada en Florida. Ik kreeg contact met allerlei mensen. En ik merkte dat virtueel contact echt contact is.’

Opgestoken duim
‘Facebook en Twitter werden gewoon. Het is voor veel mensen een makkelijke plek om alledaagse en wezenlijke ervaringen met anderen te delen. Een collega zei dat ze veel pastoraat via Facebook doet. Pastoraat is voor mij exclusieve en belangeloze aandacht voor een ander. Daar hoort bij dat je iemand feliciteert of je duim opsteekt (‘liken’ heet dat op Facebook) bij een mooie foto. Dat moet ik soms nog verdedigen. Ik proef bij een aantal collega’s weerstand, terwijl het een eenvoudige en oprechte vorm van aandacht is.’

‘Het contact met jonge militairen is voor mij heel vormend. Ze kennen geen kerkelijk jargon. Ze zijn niet intellectueel maar wel intelligent. Ik kan geen onzin verkopen. Een prima leerschool voor mij. Het contact gaat moeiteloos van sociale media naar een ontmoeting in de echte wereld en vice versa. De mensen rondom mijnkerk.nl zijn anders. Meer dertig-plus en vooral vrouwen. Vrouwen durven veel te delen. Zij reageren op onze berichten op de website of op wat wij op Facebook zetten. Soms krijgen wij een mail van iemand die een langer verhaal kwijt wil. De kerkdiensten zijn in feite drie-minuten-preekjes. Ik groet, ga in op een vraag of onderwerp (liefst een die uit de groep komt) en dan eindig ik met een kaarsje, een zegen of gebed. We noemen het preken, maar het zijn in feite filmpjes.’

Als het echt is, komt het over
Bidden en zegenen via internet en in het echte leven zijn ‘…verbijsterend hetzelfde. Mensen voelen zich aangesproken. De energie komt over als die oprecht is. Zoals muziek die opgenomen is: dat is opgeslagen energie. Zelfs als het niet je smaak is, voel je of het echt is of niet. Internetdominee zijn is jezelf laten zien. Het is zoveel kleiner dan in een grote kerk. Mensen kijken naar een scherm dichtbij, net zo dichtbij als je een boek vasthebt wanneer je leest. Ook het tijdstip speelt ook een rol: de ontvanger kiest het moment, dan is de behoefte er.’
‘Bij een gebed wil ik niet gefilmd worden. Mijn handen mogen wel in beeld. Ook als ik zegen, uiteraard. Mijn favoriete zegen is:
Voor onderweg wens ik je toe, dat de weg je tegemoet komt, dat de wind steeds in je rug is, dat de zon je gezicht verwarmt en dat zachte buien je velden beregenen, en dat God, tot ons weerzien, jou en mij bewaart in de palm van zijn hand.

Over handen gesproken! Deze Ierse zegen, heb ik ooit uit mijn hoofd geleerd. Die tekst wordt dan dragend, ook voor mijzelf. Het is de belangrijkste tekst die ik bij me heb. Zo probeer ik efficiënt en intiem te zijn. Weinig woorden beklijven. Mensen onthouden toch die ene zin waar een trilling in zit. Daar worden ze aangeraakt omdat ik was geraakt.’

Aart Mak is pastor bij Kerk zonder Grenzen (het omroeppastoraat van Radio Bloemendaal) en redactielid van Open Deur.

 

 

Opmaak 1