GeloofZending

Dromen en dienen

Marieke Luiten-van Meijeren (1983) woonde van 2011 tot 2013 in de Democratische Republiek Congo, waar haar man werkzaam was voor hulporganisatie ZOA. In deze periode sprak ze met Congolese vrouwen, werkte aan haar debuutroman en maakte onveiligheid van dichtbij mee omdat Goma, haar woonplaats, door rebellen werd ingenomen. In haar Congo-tijd hield ze een weblog bij waarop ze dingen deelde die haar hart raakten. Hieronder een aflevering die de moeite waard is. Van Marieke Luiten verscheen op 25 februari de Congo-roman Vleugelslag.

Dromen en dienen

Engelenvleugels. Windvlagen. Dromen die naar onbekende verten stijgen. Zou de 18-jarige Ange veel over haar naam nadenken? Misschien heeft ze hem weleens stevig naar de hemel geslingerd. Ange, engel? Haar leven is in elk geval niet zo paradijselijk. Ange’s ouders zijn sinds de genocide vermist. Als klein Rwandees meisje is ze meegenomen naar Goma. Daar werd ze van gezin naar gezin gesleept en sliep in tientallen huizen. In 2010 trouwde haar laatste ‘moeder’ waarna de echtgenoot haar uit het huis zette. Na die tijd leerde ze een jongen kennen die haar verkrachtte en verliet. Ze werd zwanger en noemde haar baby Marie. ‘Als het een jongen zou zijn, zou ik hem Socrates genoemd hebben. Omdat ik Socrates een goede filosoof vind.’ Had ik iets gezegd over dromen?

Voordat ze zwanger werd, gaf Ange les en verdiende wat geld. Ze werd echter ontslagen door de directeur. Tijdens een bezoek vraag ik waarover Ange droomt. ‘O, ik heb zoveel dromen! Ik droom nog steeds dat ik mijn moeder op een dag terugvind. Ik ben één keer terug geweest naar mijn dorp, maar ik heb niemand gevonden. Ook zou ik dolgraag een baan willen vinden!’ Ze lacht. ‘Ja, en natuurlijk mijn haren laten vlechten, maar dat kost vijf dollar en dat zou het domste zijn wat ik zou kunnen doen. Gisteren heb ik niets gegeten, vandaag ook niet. Als ik wat geld heb, koop ik brood met wat suiker, daar krijg ik energie van. Ik heb amper borstvoeding omdat ik dagen niet eet. Mijn baby heeft vaak honger, dan zit ze op haar knuistje te sabbelen. Ik heb geen geld voor poedermelk.’ Ange wijst naar Marie op mijn schoot. ‘In plaats daarvan geef ik haar water. Van vrienden krijg ik af en toe 500 francs (0,40 eurocent) op straat, dan kan ik weer wat kopen. Maar meestal heb ik niets.’

Een kleine engel zonder ouders. Met een baby die gevoed moet worden. Met een huurschuld van zes maanden.

Ange droomt over 40 eurocent, een blik poedermelk of een warme meelbal. Zelf droom ik over andere dingen. Een vakantieoord bijvoorbeeld, waar het zo stil is dat je geen geweerschoten, helikopters en brommers hoort. Of een stuk appeltaart van mijn moeder. Heel soms droom ik hoe ik de Heere Jezus meer kan volgen, maar vaak denk ik aan andere dingen. Toch blijft iets me bezighouden, en dat heeft alles te maken met mijn verhaal over Ange.

Vroeger dacht ik dat alles draait om een gedegen kennis en beleving van het christelijk geloof. God zou gediend worden als je trouw de kerk bezocht, Bijbelstudie deed en veel boeken las. Nu blijf ik dit nog steeds belangrijk vinden, maar nooit realiseerde ik me dat er misschien iets anders van ons wordt gevraagd. Of we bereid zijn onze handen en ons hart te gebruiken voor onze naaste. Pas las ik Jesaja 58 waarin het mij opviel dat het volk van Israël meer gericht was op het uitoefenen van rituelen en gebruiken (als doel op zichzelf) dan op het praktisch gelovig zijn. De profeet geeft hierop kritiek. We eren God pas echt als we ons brood delen met degenen die honger hebben, ontheemden een thuis bieden en een naakte kleding geven (vers 7). Uiteraard betekent dit niet dat het kerkbezoek en andere dingen onbelangrijk zijn, integendeel. Zelf schaam ik me dat ik me zo vaak druk maakte om van alles en nog wat. Was het niet om mezelf een mening te vormen over tradities, Bijbelvertalingen en kleding dan wel over theologische vraagstukken die me afhielden van de kern waar het om gaat. Nu kan dit misschien allemaal best belangrijk zijn, maar ik denk dat de Heere Jezus iets anders liet zien. Hij gaf blinden het gezicht, deed goed aan iedereen en bekommerde zich om zijn naaste.

De laatste tijd ben ik de Bijbel zo anders gaan lezen. ‘Als u uw hart opent voor de hongerigen, en de verdrukte ziel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid als de middag zijn. En de Heere zal u voortdurend leiden, Hij zal uw ziel in dorre streken verzadigen, uw beenderen kracht geven; u zult zijn als een bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit ontbreekt.’ (Jes. 58:10).

Vraagt God niet gewoon van ons dat we Hem dienen, juist in ons geld, in ons voedsel, in onze aandacht en tijd? Jakobus 2 was voor mij ook nieuw hoofdstuk. Natuurlijk wist ik al jaren dat een geloof zonder werken dood was. Altijd had ik bepaalde ideeën bij die vruchten of werken (meer geestelijke groei, een rijker gebedsleven, diepere inzichten etc.). Nu geloof ik zeker dat deze dingen onmisbaar zijn, maar ze krijgen pas meerwaarde als we actie ondernemen. We moeten onze tijd en aandacht geven aan onze naaste en ons geld uitdelen aan hen die het nodig hebben.

Dit betekent niet dat dit soms verdraaid lastig kan zijn. Vooral in Congo is het altijd de vraag of mensen bevriend willen zijn om wie je bent als mens, of dat ze stiekem het toch wel handig vinden vanwege je geld. We bidden vaak om wijsheid. In het geval van Ange heb ik duidelijk ervaren dat God haar op mijn weg heeft gebracht. Maar ook in Nederland kunnen we praktisch dienen. Ik hoef hier geen concrete voorbeelden te noemen.

Ik schrijf dit stukje niet om jullie, lezers, een boodschap of preek mee te geven. Integendeel, ik wil graag iets delen wat mij persoonlijk heeft geraakt. Aanleiding hiervoor was Ange en het lezen van specifieke gedeelten uit de Bijbel. Soms denken we misschien ook te moeilijk. Alsof God iets heel ingewikkelds van ons vraagt. Ik heb geleerd dat zelfs een bord eten waardevol kan zijn. Neem Evariste, de bewaker van onze compound in Gisenyi. We kunnen gebrekkig met hem communiceren omdat hij geen Frans en Engels spreekt. Maar steevast grijnst hij als hij een warme maaltijd krijgt. Dat het soms Nederlandse hutspot is, wat zou het hem deren?

Onlangs raakten de woorden van Jezus mij meer dan ooit. Het leek alsof ik toen pas begreep wat er stond. ‘Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.’ (Mat. 25:34-36).

Windvlagen. Dromen die naar onbekende verten stijgen. Ik blijf bidden en dromen, zeker omdat ik zoveel fouten en tekortkomingen bij mezelf zie. Juist daarom zie ik verlangend uit naar ons Voorbeeld dat spoedig zal komen. Ik verheug me erop dat Hij de mooiste pagnes zal uitdelen aan hen die amper kleding hebben. Hij zal verkrachte vrouwen bij zich roepen en hun tranen wegwissen. Hij zal vluchtelingen uit Massisi, Rutshuru en uit zoveel plaatsen en landen een eeuwig Thuis geven. Iedereen zal knielen en Hem aanbidden. Jezus, de vervulde droom bij uitstek.

 

Karakteristiek Fotografie 8 web
Marieke Luiten (1983) is kunsthistoricus en schreef diverse journalistieke artikelen.
De roman Vleugelslag wordt op zaterdag 8 maart, Wereldvrouwendag,  gepresenteerd. Klik hier voor meer informatie.

1 reactie

  1. Lydia
    27 februari 2014 om 12:46

    Wauw Mariek…… ik moet er even diep van zuchten. Wat een ontroerend mooi stuk. Dankje!
    Liefs, ons