Geen categorieOverige

Door een vreemde stem gestoord… – door dr. Peter Verbaan

Peter VerbaanUit het leven gegrepen: iedereen herkent de stem van het geweten in allerlei dilemma’s. Niemand die zich erop voorstaat geen geweten te hebben, toch? Maar het lastige is: waar de een zijn leven geeft voor zijn geweten, haalt de ander zijn schouders erover op.

‘Bij de deur van Albert Heijn stond hij weer. Die opdringerige man met die straatkranten. Of ik er eentje wilde kopen. Soms doe ik dat wel, maar je hebt niets aan zo’n blad. Nu ja, je doet het om zo iemand te helpen. Ik had vandaag geen zin om er een te kopen. Maar het voelt niet goed. Zelf vind ik dat het niet elke keer hoeft. Maar iets in mij is het daar niet mee eens… ‘ (Carolien, 21 jaar, student)

Raadselachtig fenomeen
Het geweten intrigeert; omdat het om een eeuwenoud, oermenselijk fenomeen gaat. En het irriteert; niet allereerst omdat het zo lastig tot zwijgen te brengen is, maar omdat iedereen er zo anders tegenaan kijkt en ieder gesprek erover lijkt te verzanden. De woorden van Augustinus (over de tijd) zijn ook hier van toepassing: ‘Zolang niemand ernaar vraagt, weet ik wat het is. Wil ik het iemand uitleggen, dan weet ik het niet meer…’

De redactie van opiniërend magazine voor protestants Nederland Woord & Dienst (dit artikel werd eerder gepubliceerd in het maart-nummer) vroeg me aan de hand van een of enkele casussen wat licht te werpen op het geweten, de gratis ‘consultant’ waarop ik afgelopen jaar promoveerde. Waar de Evangelische Kirche in Duitsland (EKD) er ruim tien jaar geleden een studiegroep op zette en er een Thesenreie aan wijdde, bleef het in Nederland – althans op het protestantse erf – stil rondom dit thema. Tijd om daarin wat verandering te brengen aan de hand van enkele ‘vaak gestelde vragen’.

Hoe werkt het geweten?
Het geweten is een eeuwenoud symbool. Seneca en Kant gebruikten de metafoor van het innerlijke gerechtshof ervoor. Het is een intern forum waarin als het ware een rollenspel wordt opgevoerd. Er is een aanklager die herinnert aan, of staat voor een bekend veronderstelde norm of standaard. Er is een verdediger die als een advocaat het opneemt voor het ‘ik’. Er is een beschuldigde – het denkende, handelende ik – die uiteindelijk als rechter een weg moet vinden in de dingen, liefst zonder zich schoon te praten of stemmen te verdraaien.

In de confrontatie met de straatkrantverkoper zien we ze aan het werk. Alleen al zijn aanwezigheid appelleert (als aanklager) aan een bepaald besef: er zijn mensen die het veel slechter hebben dan jij. En je kunt niet iedereen helpen. Maar deze man wordt, als je langs hem loopt, een naaste voor je. Tegelijk zijn er goede redenen hem voorbij te lopen, zegt de innerlijke advocaat. Die kranten zijn van nul en generlei waarde. Bovendien: heeft deze persoon zijn kansen in het leven wel gegrepen? Het is aan Carolien wat ze ermee doet. En dat is het nou net: het voelt voor haar niet goed!

Is een goed geweten zoiets als ‘een goed gevoel’?
De theoloog Pannenberg benadert het geweten als indicator van de niet-identiteit. Wanneer we last hebben van ons geweten, schort er – althans in de eigen beleving – iets aan onze integriteit. Het fascinerende daarbij is dat in het geweten, als op een drielandenpunt, de drie dimensies van ons mens-zijn samenkomen: de relatie met God, de relatie met jezelf en de relatie met de naaste. Het vraagt met andere woorden door naar de bronnen waaruit je leeft.

Maar pas op! Het begrip geweten is tegelijk volledig uitgewoond. Het is in de geschiedenis van de mensheid al zo vaak misbruikt, dat er alle reden is het begrip overboord te zetten. Terecht sprak de filosofe Hanna Ahrendt na het zien van het proces van Eichmann en zijn getuigenis van een goed geweten over ‘de banaliteit van het kwaad’.

Soms blijkt eerder ons ‘dikke ik’ aan het woord
Dat blijft het dubbele ervan. Enerzijds is het begrip door de helden van het geweten – Sophie Scholl, Václav Havel – op een voetstuk gezet, anderzijds is het ten gevolge van alle misbruik en verwarring zeer aan inflatie onderhevig en dikwijls een leeg begrip geworden. Net als die uitdrukking ‘een goed gevoel bij iets hebben’. Het begrip geweten wordt wel gebruikt om het einde van een discussie aan te geven: ‘dat zegt mijn geweten’. Net als: ‘ik voel het nu eenmaal zo’. Maar hier is, hoe vroom soms ook gebracht, eerder ons ‘dikke ik’ aan het woord (H. Kunneman).

Mijns inziens functioneert het begrip dan ook vooral bij intern gebruik; juist daar, waar een mens of een gemeenschap zich weet te staan in zijn relatie tot God, de naaste, de aarde en zichzelf.

Wat zegt de Bijbel erover?
Het Oude Testament kent het begrip niet, al zijn er vertalingen die het begrip gebruiken op plaatsen waar je in de grondtekst dan begrippen leest als het binnenste van de mens, het hart of de nieren. In het Nieuwe Testament vind je het begrip sun-eidésis (letterlijk: samen-weten) dertig keer. Het is ongetwijfeld overgenomen uit de toenmalige cultuur, maar lastig op één noemer te krijgen. De helft van het aantal keren dat Paulus erover spreekt, is dat in verband met het eten van offervlees (1 Kor. 8 en 10). Hij benadrukt dan niet alleen het eigen geweten te laten gelden, maar ook rekening te houden met dat van anderen. Maar daarmee zit je al midden in de vragen: Hoever gaat dat? Wat betekent hier vrijheid, zonde, navolging en gemeenteopbouw? In de latere geschriften uit het Nieuwe Testament vinden we dan de uitdrukking: ‘uit een rein hart, een zuiver/goed geweten en een oprecht geloof’ (bijv. 1 Tim. 1:5).

In de kerkelijke traditie werd het geweten vaak gekoppeld aan de natuurwet. In de Catechismus van de Katholieke Kerk uit 2008 wordt het geweten genoemd ‘de meest verborgen kern en het heiligdom van de mens, waarin hij alleen is met God’. Het heet wel de eerste plaatsbekleder van Christus op aarde – en komt dan voor de paus! Tegelijk wordt krachtig gesteld dat het geweten kan dwalen.

Luther werd voor velen de held van het geweten. Het protestantse geloof is zelfs als ‘Gewissensreligion’ gekenschetst. Al stelde Luther feitelijk in Worms: ‘Mijn geweten is gevangen in het Woord van God.’ Hij wees het geweten zo ook direct z’n plaats…

God of het superego?
Maar is die stem die Carolien hoort, niet gewoon die van haar opvoeders en culturele achtergrond? Van geïnterneerde normen en waarden? Dat is het terechte punt van Freud en de zijnen. Wat een vrijheid en verdiepend inzicht heeft juist die benadering gebracht! Dat kunnen we niet genoeg benadrukken.

Vormt niet juist het horen naar Gods woord ons geweten?
Alleen – is daarmee God met zijn Woord buitenspel komen te staan? Is de mens met zijn innerlijke resonantieruimte slechts het product van anderen? Heeft de geloofstraditie niet altijd gezegd dat geloven vooral betekent: je geroepen weten? Of met de woorden van Gezang 329: ‘Door een vreemde stem bekoord’? Ook als je weet dat die stem bemiddeld wordt door mensen? Vormt niet juist ook het horen naar Gods woord – en dat gaat ook via mensen – ons geweten?

Bestaan gewetensloze mensen?
In debatten zoals nu rondom het ontoerekeningsvatbaar verklaren van Anders Breivik, valt vaak het begrip gewetenloos – zoals ook eerder rondom Folkert van der G. Nu het ‘brein’ zo op allerlei manieren in discussie is, waag ik me niet aan een uitspraak hierover. Al lijkt het me bij psychopaten een uitgemaakte zaak. Het houdt, zo heb ik begrepen, ook in de forensische psychiatrie de gemoederen bezig. Vaak gebruiken we het begrip gewetenloos trouwens vooral als een morele (dis)kwalificatie.

Bestaat een té streng geweten?
Als het geweten geen weet heeft van de christelijke vrijheid, kan het gemakkelijk iets farizees krijgen. Luther kon zich er geweldig aan storen dat mensen luttele zaken tot gewetenkwestie verhieven. In een preek over het geweten beroept hij zich op Matteüs 23:23, waar van de schriftgeleerden wordt gezegd dat ze tienden van de munt, de dille en de komijn geven, maar het recht, de barmhartigheid en het geloof nalaten.

Hij gebruikt daarbij een prachtig beeld ter onderscheiding van drie verschillende niveaus waarop het geweten functioneert. De driedeling van de kerk of de tempel – met een voorplein, het heilige ofwel de kerk, en het heilige der heilige ofwel het koor van de kerk – vormt als het ware drie cirkels waarin ons een beweging van buiten naar binnen wordt voorgehouden. De buitenste cirkel of eerste gestalte van geweten is die waarbij uiterlijke zaken voorop worden gesteld en het volk door zijn leiders gebonden wordt aan tijd- en plaatsgebonden gebruiken. Dit noemt Luther het rituele gebruik. En hoewel dit het meest verbreide is, wijst hij dit stellig af – en daarmee ook de leiders die het geweten zo willen gebruiken! De tweede cirkel, daarbinnen, richt de focus op hoe de mens leeft; of hij Gods richtlijnen volgt en een deugdzaam leven leidt. Aan dit ethische gebruik hebben wij mensen volgens Luther ‘beyd hend vol’. Tegelijk gaat Luther verder dan deze ethische opvatting van wat geloven is en hij stoot door tot wat hij als de kern van het geloof ziet – de binnenste cirkel. Door zijn geweten ontdekt de mens dat hij ook met zijn goede werken een zondaar is, en de veroordeling van het geweten drijft hem in de armen van Christus. Op grond van Zijn volbrachte werk kunnen wij met een bevrijd geweten leven.

Peter Verbaan

Dr. P.A. Verbaan is predikant van de Oude Kerk te Ermelo. Peter Verbaan is hoofdspreker tijdens de landelijke conferentie over ‘God, brein en geweten’ van de Confessionele Vereniging in de Protestantse Kerk op woensdag 18 april te Nijkerk. In 2011 verscheen bij Uitgeverij Boekencentrum zijn dissertatie onder de titel Het geweten.

1 reactie

  1. hans
    12 april 2012 om 13:13

    Mag je God en mens op eenzelfde vlak met elkaar in verband brengen en bespreken? ”Geweten” is toch alleen een menselijke categorie (schepsel)?
    Dus van hier ”beneden”? (”antropologie” i.p.v. ”theologie”?).