Adventstijd

Derde adventszondag – Wat Lucas 1 zegt over geloofsopvoeding

Jong en ouder

(Lezen: Lukas 1:39-45)

 

We maken ons vandaag de dag veel zorgen over de geloofsopvoeding van onze kinderen. De tekst hierboven kan ons troosten. Want er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht. Uit onderzoeken blijkt dat stem en stemming van de moeder het kindje dat ze bij zich draagt heel sterk beïnvloedt. Maar dat is niet de belangrijkste reden voor geloofsopvoeding vanaf het moment dat de zwangerschapstest positief uitvalt. Want in Lukas 1 is meer aan de hand dan psychologie. Dat blijkt uit de volgorde. Toen Christus Zich aankondigde in de groet van Maria, was het Johannes die als eerste opsprong van vreugde. Mede daardoor raakte Elisabeth vol van de heilige Geest en roept zij in blijde verbazing uit: ‘Waaraan heb ik dit te danken?’

Dus niet alleen via de stem en de stemming van de moeder, ook rechtstreeks werkt heilige Geest bij onze allerjongste kinderen! Een wonderlijke bemoediging voor alle vrouwen in verwachting. Leg jullie hand maar op het kleintje dat groeit. Misschien deed Elisabeth dat ook. En zing dan maar: Vervul, o Heiland, het verlangen waarmee mijn hart Uw komst verbeidt. Zoiets. Misschien springt het hart van jullie kleintje dat groeit wel op van vreugde, omdat al zingend de heilige Geest hem of haar aanraakt! Want er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht.

 

Ook niet voor onze ouderen. Al vele jaren geleden hoorde ik het ouderenkoor van onze gemeente zingen op een adventsbijeenkomst. Ik ben vergeten welke liederen er toen klonken. Maar één ervan ging over de grote toe­komst. Over de zilveren stromen. Dat was indrukwekkend met de gezichten erbij, en die stemmen – oud en toch jong. Zo ongeveer zal het ook bij Elisabeth geweest zijn. Op hoge leeftijd gekomen. Maar alles wat ze nog kan geven dat legt ze nu in haar stem om haar Koning te bezingen. Komt verwondert u hier mensen. Leer dat van Elisabeth.

 

Over een paar weken is het kerstfeest. Eerlijk gezegd weten we al wat er komt. Belangrijker is te weten wie er komt. Elisabeth kreeg het in de gaten. Toen riep ze: Waar heb ik het te danken dat Hij tot mij komt? Hij tot mij. Herhaal dat maar voor jezelf de komende weken. Gewoon het minstens drie keer per dag tegen jezelf zeggen: Hij tot mij! En overweeg dan wat een lange bange weg het voor Hem was. Tot mij, dat was: kribbe, kruis, doornen­kroon. Hij tot mij, dat was ook: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Daar moest Hij doorheen om ons te bereiken. God de Zoon in het menselijk vlees. Nu nog verborgen in de moederschoot. Straks door iedereen uitgeworpen op Golgotha. En toch gekomen om met ons te ruilen. Al het mijne op hem, al het Zijne voor mij. Verwon­der je dat Hij zo kwam. Niet te vuur en te zwaard. Maar zo klein als een kind bracht Hij alles mee. Zodat voor jong en oud zal gelden:

 

‘k Lag machteloos gebonden:

Gij komt en maakt mij vrij!

Ik was bevlekt met zonden:

Gij komt en reinigt mij!

Het leven was mij sterven,

tot Gij mij op deed staan.

Gij doet mij schatten erven,

die nimmermeer vergaan.

 

We zijn benieuwd naar uw tips. Reageer nu via Facebook.

 

Bergschenhoek, advent 2014

Wim Markus

Auteur van o.a. de boeken Grond onder je voeten en Multiple choice?