Verborgenheid

Het is met God blijkbaar een beetje zoals met vluchtelingen. Dachten we in Nederland eindelijk een manier gevonden te hebben om voorkomen dat zij ons leven verstoren, blijken zij toch steeds manieren te hebben om binnen te komen. Zoals wij met regelmaat spreken over een vluchtelingencrisis, zo kondigen we ook regelmatig Gods terugkeer af. Maar evenmin als de vluchtelingen, is God ooit weggeweest. Hij verborg zich misschien een beetje, maar moeten we ons niet schamen dat we Yvonne Zonderop nodig hadden om hem op te merken?[1]

Als we onze klassiekers nog een beetje zouden kennen, met voorop de Bijbel, dan zouden we weten dat verborgenheid God bij uitstek eigen is: aanwezig te zijn door afwezigheid waar je hem zou verwachten. Dat is altijd lastig geweest. Waarom zeggen de volkeren toch: “Waar is hun God?” vraagt Psalm 115 (vers 2) al vertwijfeld.

Is-t-ie er nou of is-t-ie er niet?

Maar waar de psalm zelfbewust antwoordt: ‘Onze God is in de hemel’ (vers 3), daar kunnen wij dat vage gedoe blijkbaar niet verdragen. Is-t-ie er nou of is-t-ie er niet? Merk je er iets van, dat God er is? Gedragen mensen zich ernaar? Gaan ze naar de kerk? Bidden ze? Lezen ze in de Bijbel? Of zijn er tegenwoordig andere instanties dan God waar zij inspiratie aan ontlenen? Zoeken en vinden zij het in yoga, in mindfulness? Beleven zij in muziek een kracht die boven henzelf uitgaat?

Als we dat weten, dan kunnen we ze helpen en zo nodig bijsturen, zorgen dat ze er meer aan hebben en er meer uithalen. Dan kunnen er professionals worden opgeleid die ze helpen er meer aan te hebben en er meer uithalen. Daar functioneert onze samenleving beter door en dan hebben onze theologische faculteiten en hogescholen weer business. Iedereen wint als wij klaar zijn om te wenden![2]

 

De koningen van de aarde

Maar: ‘Die in de hemel troont, lacht’, zo werd door de Psalmist al eeuwen gelezen opgetekend en wordt sindsdien steeds opnieuw gezegd (Psalm 2,4). Om er direct aan toe te voegen: ‘Dan spreekt Hij tot hen in woede, en zijn toorn verbijsterd hen’ (vers 5). Die ‘hen’, dat zijn ‘de koningen van de aarde’ die zich tegen God verzetten. Die het spuugzat zijn dat als het gelukt is de Nederlandse jeugd ervan te overtuigen dat zij de gelukkigste van de wereld is, jonge mensen massaler dan ooit burn-out raken.

Dat waar alles toch zo goed geregeld is, mensen toch weer laten blijken dat ze geen regels willen maar waardigheid en betekenis.

Dat juist degenen die toch zouden moeten weten dat zij zich maar het beste kunnen aanpassen, maar blijven geloven dat ze in Gods ogen meer zijn dan wat anderen van ze willen.

Dat waar het eindelijk tot iedereen lijkt te zijn doorgedrongen dat het industriële kapitalisme ons ongekend rijk maakt, de aarde zelf protesteert tegen haar reductie tot grondstof voor onze projecten. Want we leven in een democratie, en dat wil zeggen dat die koningen zich in ons allemaal genesteld hebben.

 

God is een vluchteling

Als de theologie terug wil keren in het publieke leven, dan moet zij het ongeziene en ongehoorde asiel verlenen

Vorig jaar werd God is een vluchteling van David Dessin uitgeroepen tot het beste theologisch boek. Nu schreef Dessin helemaal geen theologisch boek, maar zijn boek getuigt van een intuïtie die theologisch uiterst belangrijk is.

God verdwijnt uit beeld doordat diegenen waarmee God zich bij uitstek verbindt uit beeld verdwijnen. God is verbonden met ervaringen, gebeurtenissen, mensen die doorgaans buiten ons blikveld vallen en waar geen taal voor beschikbaar is. Gesteld dat wij theologen de terugkeer van God willen aangrijpen om ook de theologie in het publieke leven te laten terugkeren, dan moet wij niet willen zeggen wat gezegd kan worden. Dat wat gezegd kan worden, schept nu juist de illusie dat God afwezig is.

Als de theologie terug wil keren in het publieke leven, dan moet zij het ongeziene en ongehoorde asiel verlenen. Dan krijgen wij theologen misschien bij het ongeziene en ongezegde asiel. Want nog één keer met Psalm 2: ‘Gelukkig wie schuilt bij God’ (vers 12).

 

Een kleine bekentenis

Ik denk achteraf dat ik theoloog geworden ben omdat ik al tamelijk vroeg wist dat gewoon zijn en gewoon doen er voor mij niet inzat. De druk bij ons thuis was niet heel groot, maar zoals alle kinderen probeerde ik een tijdje hartstochtelijk te zijn. Het bleek er niet in te zitten en ik kwam tot de conclusie dat het dan misschien wel niet de bedoeling was. En waar mensen vaak afwijzend of lacherig op reageerden, dat werd, zo ontdekte ik, in hetgeen waarnaar in de kerk verwezen werd nu juist geprezen.

Neen, ik ben niet bezig op mijzelf een hagiografisch cliché toe te passen, in de trant van: als klein kind vastte hij al op vrijdag door de moederborst te weigeren of op jonge leeftijd was hij al nergens liever dan in de kerk – hoewel dat laatste wel een beetje waar was. Ik wil hier vooral duidelijk maken dat ik tot op de dag van vandaag niet goed begrijp waarom veel van mijn collega’s zo graag ‘normaal’ willen zijn. Hoewel ik het toen niet zo kan zeggen, wist ik al jong dat het feit dat je je vaak een misfit voelt, een uitverkiezing kan betekenen. Dat ik het nu wel kan zeggen, dat dank ik aan de theologie.

 

En daar sta ik dan

Nog maar een bekentenis. Eigenlijk ben ik helemaal geen straatvechter. Zo heb ik al heel vaak in de verborgenheid van mijn binnenkamer gezegd. Daar behoren we immers volgens het Matteüsevangelie (6,6) met God te spreken, die ook in het verborgene is. Van conflicten houd ik niet en als het even kan zoek ik liever de harmonie en het compromis. Het liefst wil ik dat mijn redelijkheid herkend wordt en ik wil verstandig en reëel overkomen. ‘Ik ben geen redenaar’, zei Mozes tegen God bij de brandende doornstruik. ‘Ik ben dat nooit geweest, en ik ben het nu nog niet ook al hebt U tot uw dienaar gesproken’ (Exodus 4,11).

Zoals u weet heeft het hem niet geholpen. Of je nu veehoeder en vijgenkweker bent (vgl. Amos 7,14), of het liefst achter je boeken en je computer zit. Je kunt er zomaar achter vandaan gehaald worden. Je kunt nog zo op je rust en op de goede verhoudingen gesteld zijn, ineens kan het blijkbaar je taak zijn om te vragen om moeilijkheden. En daar sta ik dan.

 

Cultuurchristen

De God waarvan Yvonne Zonderop de terugkeer aankondigt in haar boek Ongelofelijk: Over de verrassende comeback van religie, die zal ons niet redden. Dat is geen beschuldiging of verwijt. Zonderop noemt zichzelf cultuurchristen. Dat betekent dat zij beseft in de christelijke traditie te staan en dat waardevol vindt, maar geloof in God?

Ze laat overtuigend zien dat wij leven in de fragmenten van wat ooit door het Godsidee bij elkaar gehouden werd. Dat betekent dat er een gat in onze cultuur zit: we willen ergens in geloven, wij weten dat het eigenlijk niet anders kan, maar we weten bij God niet hoe en in wat. Voor wie daarentegen werkelijk vanuit God probeert te denken, alles probeert te zien sub ratione Dei, zoals mijn traditie het in navolging van Thomas van Aquino zegt, onder het opzicht van de relatie die het heeft met God, voor diegene is het andersom. Hij of zij komt er niet onderuit te geloven.

Ook al vindt zij het nog zo ongemakkelijk en weet hij bij God niet waar dat goed voor is, lees er de briefwisseling van Stephan Sanders en Yvonne Zonderop in De Groene Amsterdammer van 11 november 2018 nog maar eens op na om dat verschil te zien.[3]

 

Terug in ons bewustzijn

Hij is immers niet ver van ieder van ons, want door Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij

God vraagt er blijkbaar om gediend te worden, maar dient zelf niets of niemand: dat is deel van de definitie van God. Daarom ben je altijd al van God. Je kunt dat vergeten en ontkennen, of ontdekken en geloven, maar God kan nooit van jou worden. ‘De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat die bevat’, zo zou Paulus in Athene de Bijbelse grondovertuiging geformuleerd hebben, ‘woont niet in door mensenhanden gemaakte tempels’. Mensen zijn geroepen en hem tasttenderwijs te vinden; ‘Hij is immers niet ver van ieder van ons, want door Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’ (Handelingen 17,24.36-37). Als deze God terug is in ons bewustzijn, wat zou dat dan betekenen?

 

(…)

 

– Erik Borgman

 

Lees de tekst hier verder. 

 


 

[1] Y. Zonderop, Ongelofelijk: Over de verrassende comeback van religie, Amsterdam: Prometeus 2018.

[2] Zie het rapport Klaar om te wenden…: De academische bestudering van religie in Nederland – een verkenning, Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 2015.

[3] ‘ Y. Zonderop/S. Sanders, “In geval van twijfel, grijp naar het iets”: Geloofsbrieven van twijfelaars’, De Groene Amsterdammer 139 (2015) no. 46.

 

2 thoughts on “Als God terug is, waar wacht de theologie dan nog op?”

  1. We willen zo graag ”terug-keren” naar de hemel. Terugkeren betekent dat we terug gaan naar waar we waren. Waar waren we dan, in de hemel toch! God de Vader kwam ook als mens naar deze aarde om de ongelukkigen te zoeken, die uit de hemel zijn gezet vanwege hun gewelddadigheden. Tegen wie waren wij dan gewelddadig; tegen God de Vader en God de Moeder, de Elohim, de Scheppers van hemel en aarde. De [mannelijke van de Elohim] God zegt: Laten Wij mensen maken naar Ons evenbeeld, die op Ons lijken, en de [Elohim] God schiep de mensen mannelijk en vrouwelijk; dus naar ‘Hun’ evenbeeld. Als wij geloven in de Elohim Goden, God de Vader en God de Moeder, en veranderen; ons niet meer gewelddadig opstellen, kunnen wij de vergeving krijgen en de belofte van eeuwig leven. Zomaar; ja, maar met de vraag om de geboden te onderhouden zoals , o.a. de Sabbat en de feesten. Als we niet veranderen heeft het geen enkele zin gehad om ons naar de aarde te sturen. God wil dat we veranderen. Voor de persoon die wil zeggen dat er niet is gezondigd in de hemel, laat God de Vader weten dat Hij dan ook nog uitgemaakt wordt voor leugenaar. Laten wij lof en eer geven aan de Redder in dit laatste tijdperk, het tijdperk van de Heilige Geest, met de nieuwe naam van onze Redder [Openbaring 3 vers 12] en terugkeren naar het Koninkrijk van de hemel. Vragen aan een ieder: is de naam Jezus, de nieuwe naam?[ lees Openbaring 2 vers 17] Hoe werd de mannelijk God vader? en wie heeft dan de kinderen gebaard? [2 Korinthe 6 vers 18] [ Galaten 4 vers 26 ]
    Het ga u goed, m.v.g Ari

  2. Deze stelling dat de God van de Bijbel en theologie samen gaan, zie ik niet.
    Is het niet zo dat Hij Zijn Woord heeft gegeven en of Zijn Waarheid maar dat er juist door menselijke interpretaties / theologie, zoveel meningen zijn in de wereld? Theologen die nog nooit een Bijbels vraagstuk gezamenlijk hebben opgelost maar alleen maar voor nieuwe vragen hebben gezorgd!

    Zijn Waarheid en Zijn evangelie heeft Hij vanaf de eerste bladzijde al duidelijk gemaakt, waarbij de Bijbel zelf zegt dat wie werkelijk zoekt het zal vinden.
    Wat Hij voor de mens heeft bedoeld was en is altijd de aarde geweest
    Voorbeeld uit het oude test. Ps 25:12 Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.
    13 Nun. Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven.
    Voorbeeld uit het nieuwe test. gesproken door God zelf Math.5 Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.

    God lijkt er niet te zijn maar de vraag is niet; is God weggegaan maar of de mensen bij Hem zijn weggegaan.
    Hij roept al vanaf het begin om terug te keren naar Hem, heeft allerlei beschermende regels gegeven om de mens te laten kiezen voor Zijn leven ten overstaande voor de wereldse dood.
    En heeft in de gedaante van een mens de mens zelfs de ultieme genade gegeven om niet alleen terug te komen maar om de straf van de zonde (dood) op Zich te nemen.

    De aloude vraag waardoor de mens in problemen kwam is nooit veranderd; geloven wij werkelijk dat God Zijn woord heeft gegeven, heeft God gezegd?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *