Maatschappij

De Moslimgemeenschap in ons land verdient respect – door rabbijn Lody van de Kamp

rabbijn

De Moslims? Nergens zijn ze in en rond het debat in de Tweede Kamer over Koosjer en Halal slachten te bekennen. Waarom sluiten zij niet de rijen? Waarom laten ze niet één stem horen?
De Joodse gemeenschap heeft de organisatie, de Moslims hebben de massa. Samen zouden we het toch moeten kunnen redden. Ook in de jaren tachtig hebben zij de Joden het werk laten doen. Hun stem hoorde je toen ook al niet.

In het publieke debat van de afgelopen maanden werden bovenstaande uitspraken veelvuldig gehoord. In een radiodebat, nog maar enkele dagen geleden, kreeg het CMO, het Contactorgaan Moslims en Overheid, opnieuw het verwijt dat zij zich nauwelijks roerde en dat zij de belangen van de Islamitische gemeenschap in Nederland zou verkwanselen.

Zelf had ik het genoegen de afgelopen maanden met en te midden van de Moslimgemeenschap gezamenlijke standpunten in te nemen en belangen te verdedigen met betrekking tot het ritueel slachten. Wij waren samen in gesprek in de gebouwen van de Eerste en de Tweede Kamer. Wij bezochten samen fractiebijeenkomsten. Wij ontmoeten elkaar tijdens expert meetings.

Daardoor is bij mij wel een ander beeld ontstaan over de inzet en de participatie van de Islamitische gemeenschap in Nederland en de beeldvorming daarover dan de hierboven geschetste.

Hoe zit de situatie feitelijk in elkaar?

In de jaren tachtig was het de Dierenbescherming die door middel van een studierapport over ritueel slachten de strijd aanbond met de Moslim en met de Joodse gemeenschap. De Joodse gemeenschap confronteerde toenmalig staatssecretaris Ad Ploeg met een aantal belangwekkende feiten die de auteurs van het studierapport foutief, ondeskundig en onvolledig hadden weergegeven. De strijd werd toen inderdaad nagenoeg volledig door de Joodse gemeenschap alleen gevoerd. Voor ons als Joodse gemeenschap bleek al heel gauw hoe dat kwam. De eerste generatie van de moslimgemeenschap, althans van Marokkaanse en Turkse herkomst, was nog helemaal niet zo lang hier. Bij velen van hun leefde de gedachte dat zij na het beëindigen van hun werkzame periode in Nederland terug zouden gaan naar hun moederland. De pogingen van een staatssecretaris, daartoe gestimuleerd door de Nederlandse dierenbescherming, om het Halal-slachten te beperken, en het ging op dat moment alleen maar over het export slachten was voor de Moslims niet belangrijk. Hoe een negatief beeld door het beperken van Halal-slachten zou kunnen ontstaan over de Islamitische levenswijze hield die generatie niet echt bezig. “Over een aantal jaren hebben wij dit land allang weer verlaten”.

In de loop der tijd ontstond echter toch een ander beeld. De eerste generatie bleek voor een groot deel toch hier te zijn gebleven. Haar kinderen groeiden hier op. Deze gingen naar school, gingen aan het werk, studeerden en trouwden. En zo ontstond een tweede en een derde generatie Moslims die inmiddels goed geëmancipeerd was binnen de Nederlandse samenleving.

Aan de ene kant ontstond hierdoor de situatie dat in ieder geval dit segment van Islamitisch Nederland goed aanspreekbaar werd en prima voor haar belangen kon opkomen. Maar aan de andere kant stonden de veranderingen inde opbouw van de samenleving niet stil. Ook Moslims uit andere nieuwe immigratielanden voegden zich bij de immigrantenstromen. Uit tal van andere landen kwamen Moslims naar Europa. Ieder met hun eigen achtergrond, verstaan van de Koran en de traditie. En ieder ook met de eigen interpretatie en uitleg van de religieuze verplichtingen. Anders dan de Joodse gemeenschap was de diversiteit van de nieuwgekomen Islamitische groeperingen vele malen groter. Daarnaast hadden zich al veel eerder de Moslims uit het voormalig Nederlands-Indië en later uit Suriname de Antillen hier al gevestigd.

Dit creëerde niet alleen diversiteit op nationaal of politiek gebied maar ook binnen de presentatie van religieuze context van de Islam.

De beschikbare ruimte binnen deze beschouwing is eigenlijk te beperkt om die diversiteit in haar geheel te beschrijven. Maar zij is er mede oorzaak van dat het nauwelijks doenlijk is om van de Moslimgemeenschap hier in ons land ook maar te verwachten dat zij zich massaal door één of ook enkele organen kan laten vertegenwoordigen.

Daarnaast moeten wij ook niet uit het oog verliezen dat op een aantal andere gronden de vergelijking met de Joodse gemeenschap eveneens mank gaat. De Joodse gemeenschap maakt al bijna vierhonderd jaar deel uit van de ‘gevestigde orde’ in onze samenleving. Daar was de eenheid ook niet zo vrijblijvend ontstaan. De Joodse gemeenschap werd verenigd onder slechts twee kerkgenootschappen niet omdat zij dat zo graag wilde. Dit gebeurde op last van een dwingende negentiende-eeuwse overheid.

Door de relatief korte tijd van het verblijf van de Moslimgemeenschap in Nederland zijn ook nog lang niet alle sociale en maatschappelijke verschillen binnen al die verschillende nationaliteiten en culturen vereffend. Iets wat een langduriger verblijf voor een goed deel wel zal kunnen bereiken.

Dit zijn allemaal factoren die in mijn ogen een waardeoordeel over het gebrek aan eensgezindheid en het nog niet voldoende gezamenlijk optrekken niet terecht maakt. De afgelopen maanden heeft het CMO, maar ook andere organisaties, een geweldige krachtinspanning getoond om zich te weer te stellen tegen de aanvallen op de Halal-slacht. krachtinspanning die een afspiegeling is van de mogelijkheden die er op dit moment bestaan. Het is een krachtinspanning die bij mij in ieder geval veel respect afdwingt.

Amsterdam, 12 december 2011-12-11
Rabbijn Lody B. van de Kamp (BEd.)


Lody B. van de Kamp (1948) studeerde voor rabbijn aan talmoedscholen in Zwitserland en Engeland. Hij was daarna als rabbijn verbonden aan verschillende orthodox-Joodse gemeenten. Van de Kamp publiceert regelmatig in landelijke en lokale dag- en weekbladen. Ook geeft hij regelmatig spreekbeurten over Israël en het Jodendom.

Lody van de KampBij Uitgeverij Boekencentrum verschijnt in maart zijn nieuwe boek Dagboek van een verdoofd rabbijn. In dit dagboek schrijft hij over al zijn pogingen, debatten en gesprekken om inzicht te geven in zijn drijfveren, zijn traditie en de liefde van Joden voor de dieren. Om dit boek te bestellen, klik hier.

Bij Uitgeverij Mozaïek verscheen van zijn hand een aantal romans: Oorlogstranen, Weeskinderen en Alleen.