Kerk

De kerk en social media

Eric van den Berg Frank BosmanVanmiddag vond tijdens de uitreiking van de Webfish Award de presentatie plaats van het Handboek kerk en social media van Eric van den Berg en Frank G. Bosman.
Klaas van der Kamp van de Raad van Kerken sprak daar onderstaande tekst uit.

Een maand geleden heb ik een digitale versie van dit boek ontvangen. We hebben het gebruikt aan de Vrije Universiteit tijdens een symposium. Het ging over de rol van de sociale media bij conflicten. Er waren bijdragen uit Nigeria, Indonesië en Nederland. Iedereen was het er over eens, dat de sociale media laagdrempelig zijn en snel werken. Tegenstellingen zijn sneller gecreëerd en conflicten zijn eerder geboren. De sociale media geven een revolutie door hun snelheid. Als de kerken daar greep op willen hebben, moeten ze meegaan in de vernieuwing. ‘Met het goud van Egypte’, zegt Frank Bosman, ‘is het gouden kalf gemaakt en de tabernakel’. In de verschillende landen was er eerst de negatieve geruchtenspiraal om daarna te constateren dat daar om de lieve vrede paal en perk aan gesteld moet worden door ook positief met de sociale media te werken.

Ik ben blij met dit nieuwe Handboek voor de sociale media en de kerk. Blij ook, dat ik nu mijn stencils – een testimonium paupertatis –  kan weggooien. Blij dat de kerken op deze manier zich de sociale media verder kunnen toeëigenen. In een eflits van de Raad hebben we het als volgt geformuleerd: Een theoloog heeft in zijn werk een Bijbel, een woordenboek en een grammatica onder handbereik, en het is raadzaam om daar het ‘Handboek Kerk en social media’ aan toe te voegen.

Dit boek heeft één hindernis eenduidig genomen, namelijk de vraag of de kerk moet participeren in de sociale media. Anton ten Klooster schrijft onder de titel ‘presentatie op Facebook is een opdracht’. Hij vertelt dat hij de pastor is van rooms-katholieke jongeren die de Wereldjongerendagen in Madrid bezochten. Ik citeer: ‘Op Facebook ben ik de pastor die ik ook in Madrid was: een vertegenwoordiger van de Rooms-Katholieke Kerk en dus ook pelgrim met hen. Ze weten niet alleen elkaar makkelijker te vinden, ook de kerk is maar een muisklik verwijderd’. Hij maakt duidelijk dat het nuttig is als kerk op de sociale media te zijn.  Het feit dat @Pontifex in enkele uren meer dan 100.000 volgers heeft, zonder dat er een letter is getweet, toont het belang.

Ik merkte bij het lezen en bij het overdenken, dat ik zelf op enkele vervolgvragen stuit. En dat wat mij betreft na deze versie 1.0 er artikelen verschijnen die toewerken naar een versie 2.0. Laat me bij wijze van prikkels die punten noemen.

1. Strategie. Ik denk dat we als kerken verder kunnen nadenken over de strategische inzet van de sociale media. Dit fraaie handboek bevat een hoofdstuk ‘strategische inzet van sociale media’. Het gaat dan om adoptiemodellen, implementatie; kritische succesfactoren voor de introductie.
Ik zou de vraag willen introduceren: welke rol spelen de sociale media in het totale spectrum van communicatiemiddelen? Kunnen we de caleidoscoop van mogelijkheden analyseren?
Laat me als voorbeeld een rouwbegeleiding van een pastor nemen. Om de eigenlijke rouw een plek te geven is communicatie van aangezicht tot aangezicht de meest impactvolle. Sympathie kan alleen op die manier een ziel krijgen. De pastor kan naast de persoonlijke ontmoeting een kaart sturen met bijvoorbeeld de tekst ‘We leven niet om te sterven, we sterven om te leven’. Zo’n gedrukt medium is nodig om duurzaamheid van gedachten recht te doen. Stel dat de overledene een gemeentewerker was die onder meer aan sneeuwbestrijding deed, dan kan de pastor in deze tijd een tweet sturen: ‘Sneeuw. Sneeuw. Sneeuw. Ik moest vanochtend aan Andries denken’. Een tweet is snel en kan gedachten die al aanwezig zijn onderstrepen. Het gaat dus strategisch om orchestratie van middelen.

Zuster Marianne van Haastrecht laat wellicht onbewust in deze uitgave zien wat dat is: ‘In de ochtend lees ik altijd het evangelie van de dag en mediteer ik. Ik neem een korte zin of gedachte hieruit mee, de dag in. Deze gedachte of zin deel ik via Twitter. Na de dagsluiting deel ik het gebed via Facebook’. Je merkt dat het in de sfeer zit van voorzichtig herschikken van aanwezige informatie.
Anne van der Meiden noemt zeven effecten van de massamedia, die kunnen helpen bij het nadenken over effect van de sociale media: het informatieve effect, het initiërende effect, het imitatieve effect, het accelerende effect, het consoliderende effect, het polariserende effect en het centrifugerende effect. Tijdens het symposium aan de VU lieten veel gebruikers van social media weten dat bij conflicten de polariserende effecten de overhand krijgen; en dat er behoefte is aan informatieve, maar vaak ook aan depolariserende berichten.

2. Marktonderzoek. Een tweede gedachte wil ik delen. Naast de noodzaak aanwezig te zijn is er ook analyse nodig, liefst zo exact mogelijk. Als bureau van de Raad van Kerken houden we ons af en toe met die vraag bezig. We verzamelen op bescheiden schaal kwantitatieve gegevens over bijvoorbeeld groei van accounts. We stelden bijvoorbeeld vast bij een steekproef dat twitteraccounts met christelijke berichten groeien met 15 tot 100 procent per jaar. Institutionele twitteraars, zoals Christianity Today (75 procent) doen het daarbij iets beter dan individuele twitteraar als Bas Plaisier (20 procent). We kregen veel kritiek op twitter. Eric van den Berg twitterde: ‘Aantallen zeggen niets over engagement, en kwaliteit tweets/tweep’. Ik deel de kritiek dat cijfers oppervlakkig kunnen zijn. Toch overheerst bij mij het positieve gevoel, dat kwantitatieve benaderingen nuttig zijn op je strategie te verbeteren.

Als bureau van de Raad merken we verder bij de analyse van onze volgers, dat we een compleet andere groep van shareholders bereiken. We stuurden bijvoorbeeld pas een tweet over de armoede onder zzp-ers. In de reguliere Raadscircuits knikken mensen ons instemmend toe. Het besef van armoede –  om niet te zeggen de cultus van zorgzaamheid – is er gemeengoed. Op Twitter kregen we een 058-retweet met zoiets als: ‘Die Raad begint me steeds meer de keel uit te hangen’.

3. Internationale dwarsverbanden. Een laatste opmerking. Ik hoop op meer internationale accounts. We stelden vast bij het eerder genoemde VU-congres dat we nog maar mondjesmaat een internationaal netwerk hebben. Nationaal groeit het socialmedia-network, maar internationaal blijft het – in ieder geval in de kerkelijke accounts – beperkt.

Facebook creëert een profiel om je heen. Dat kan globaliserend, maar ook vernauwend werken. Je komt in bestanden die je vermoedelijke interesse registreren. Dat wordt nog spannend als @Pontifex-bezoekers huisgenoten krijgen in hun profiel. Een nieuw NRC-stukje is maar zo geboren.

We voelden als religies eind april de behoefte aan een internationaal account, toen de PVV een nieuwe film wilde uitbrengen en wij via de sociale media een reactie voorbereidden. Je bent er dan niet met een account te hebben. Je moet al in rustige tijden volgers hebben gevonden en boodschap aan elkaar hebben gekregen. Je moet leren elkaars spirituele taal te spreken, dus meer een cross-cultural approaching. Ik vermoed dat een deel van de tips die ook in het boek staan, alleen nog maar sterker naar voren komen, zoals het advies: ‘maak emoties kenbaar’, ‘wees ervan overtuigd dat de ontvanger de emotie niet altijd kan peilen’ ik citeer de Protestantse Kerk in dit handboek.

Kortom: we staan aan het begin van een nieuw epoche. Veranderingen in communicatiemiddelen veranderen de theologie. Het opschrijven van de Bijbelse verhalen ten tijde van de Babylonische ballingschap heeft het karakter van de monotheïstische religies veranderd. De boekdrukkunst heeft opnieuw een revolutie teweeggebracht in de theologie en de kerk, het heeft de reformatie en de verlichting gebracht. De sociale media vormen opnieuw het begin van een ander tijdperk van communiceren en christelijke beleving. Veranderen in communicatie zijn nu eenmaal directief voor de theologie. Theologie zal minder analytisch worden, beeldender, associatiever en directer. Wat een geluk dat wij deel mogen uitmaken van deze generatie en er met behulp van dit soort boeken verder onze weg in mogen vinden.

Dank u wel.

Voor meer informatie over het boek en de auteurs, klik hier.


Klaas van der Kamp is algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland.