Geloof

De kans van de crisis – door dr. Kees Bregman

Protestantse Kerk in NederlandMensen vragen mij wel eens of het niet ontmoedigend is te werken in een instituut dat zijn tijd gehad heeft. Maar dat is mijn zorg niet. Wat mij gaande houdt is het evangelie zelf.

Dat de kerk in ernstige crisis verkeert, is geen nieuws. De vraag is: wat gaan we nu doen? Op de rand van 25 jaar predikantschap dacht ds. Kees Bregman hierover nu tijdens een studieverlof. Als gidsen koos hij Henk de Roest Een huis voor de ziel en Wim Dekker Marginaal en missionair. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Woord & Dienst, september 2011.

Hartstocht en ziel

Henk de Roest schreef een boek met spirit, vol inventarisaties en aanwijzingen wat er gedaan kan worden om de kerk in deze tijd, desnoods kleinschalig, vorm te geven. Kerk is voor Henk de Roest een door Gods Geest bezield mensenwerk. Hij duidt de ziel als het vermogen om geraakt te worden. Dat betreft meer dan alleen een emotionele ontroering. De ziel is als een klankkast, een resonantieruimte in de mens die op verschillende manieren kan meetrillen: door vitaliteit, door liefde of angst of door een moment dat ons overstijgt. Voor mijzelf spreekt de mystieke duiding het meest. Volgens Eckhart is de ziel het vermogen om leeg te worden. In de psalmen is de ziel iets dat wel i­n de mens is maar niet van de mens: je kunt met je ziel praten (Psalm 42). De ziel is het andere in ons dat ons in verbinding brengt, veelal verborgen en onuitsprekelijk, met de kern van ons bestaan, met God.

In de zorg voor de ziel ben ik steeds meer de essentie van het predikantswerk en de betekenis van de kerk gaan zien. De kerk bedoelt een plek te zijn waar je in je existentie wordt aangesproken. Hier moet het gaan om de dingen die er ten diepste toe doen: humaniteit en rechtvaardigheid, liefde en lijden, leven en dood. Wat het moeilijk maakt, is dat de ziel schrale tijden beleeft. De samenleving mist een bezield verband en politici slagen er niet in daar zicht op te geven. Veel mensen hebben er moeite mee zich verbonden te voelen; met anderen, met hun leefwereld, met God. Met Henk de Roest geloof ik dat werken aan verbondenheid de core business van de kerk is.

Eerbied en oordeel

Wim Dekker schreef een ernstig boek in een sfeer van eerbied voor God en zijn Woord. Het wil de crisis van de kerk vooral theologisch peilen. Dekker benoemt de realiteit van de krimpende kerk als oordeel. Zoals Israëls profeten in de ballingschap het verlies van het land leerden zien als uiterste daad van de Eeuwige om zijn mensen aan te spreken, zo moeten we de teloorgang van geloof en kerkelijke gemeenschap in onze dagen zien als deel van het kruis van Christus dat wij in navolging van de Heer te dragen hebben. Voor Wim Dekker is de kerk primair Gods werk, ook in haar afbraak.

Aan de hand van Charles Taylor (Een seculiere tijd) laat hij zien hoe het wereldbeeld van moderne mensen zodanig veranderd is, dat zelfs voor de gelovige het geloof zijn noodzakelijkheid heeft verloren. Geloven is een optie geworden. Je kunt aan God doen (Kuitert), als dat voor jou goed voelt. Maar of God bestaat en of Hij in staat is iets in de werkelijkheid te veranderen, is onzeker. Dat verklaart waarom veel gelovigen moeite hebben met bidden. De diepste secularisatie zit van binnen.

Oordeel en kans

Crisis, letterlijk schifting, heeft voor mijn besef twee kanten. Het eerste is dat we er nog lang niet klaar mee zijn dat het in het christelijk Europa van de twintigste eeuw heeft kunnen komen tot de moord op de joden, de Shoah. Zou het oordeel er niet in bestaan dat God zwijgt vanwege het leed dat zijn minste mensen is aangedaan? En dat de huidige irrelevantie van geloof en kerk daarmee te maken heeft? God zwijgt zolang mensen het zwijgen wordt opgelegd. Hij kan zich niet laten horen zolang mensen niet willen luisteren naar wat zich aan menselijkheid in hun eigen ziel meldt. We moeten opnieuw leren dat God aan de kant van de zwakste staat, de vreemdeling, de gekruisigde. Christenen staan naast God in zijn lijden (Bonhoeffer). Zolang we daar overheen leven, zal de geschiedenis zich herhalen. Op Lampedusa en in Kamp Zeist.

In de tweede plaats: een crisis is een kans tot verandering. De kaalslag die de kerk treft, maakt ons bewust dat we werkelijk niets in handen hebben. Zo krijgen we de kans ons af te vragen waar het werkelijk op aankomt.

Geloven als discipline

In een tijd dat geloof niet meer dan een optie is, moeten we terug naar de kern: concentratie op Jezus Christus, de vreemdeling die het geheim van Gods liefde onder de mensen belichaamt.

Laat de kerk een plek zijn waar je even apart kunt zitten’

De Roest en Dekker sluiten beiden aan bij gedachten van Bonhoeffer, die al in 1944 een religieloos christendom voorspelde: een wijze van geloven die geen zekerheden meer kent, maar vasthoudt aan een discipline van het geheim: bidden, het goede doen onder de mensen en wachten op God. Geloven is in essentie een liefdesrelatie: van God houden. Als van niemand, ben ik geneigd Eckhart na te zeggen, omdat het een geheel eigen manier van liefhebben is. Wel analoog aan liefde voor een medemens, maar op een onvergelijkbaar ander niveau: voorbij mijn denken en voelen, voorbij mijn ontroering en beste bedoelingen. Dit geloof is als een geheim te bewaren. Dat betekent een continue oefening in ontvankelijkheid voor God, zijn presentie in de tijd, zijn woord in de Schrift, zijn Geest onder de mensen. Dat is hard werken. Geloven vergt dagelijkse inspanning of het wordt niets. Er moet ruimte gemaakt worden voor de ziel: lege plekken om te bidden, het goede te doen onder de mensen en te wachten op God. Vat bidden breed op als geloofscommunicatie en laat de kerk primair daarvoor dienen, in haar vieringen, pastorale ontmoetingen en vormingswerk. Laat de kerk een plek zijn waar je even apart kunt zitten, waar mensen elkaar persoonlijk willen kennen en met elkaar meeleven, waar je inspiratie vindt om te werken aan verbindingen in de samenleving.

De notie wachten op God relativeert alle activiteit en brengt de ontspanning van de hoop binnen. Mensen vragen mij wel eens of het niet ontmoedigend is te werken in een instituut dat zijn tijd gehad heeft. Maar dat is mijn zorg niet. Al zie ik de kerk in de komende decennia krimpen tot kleine kernen, wat mij gaande houdt is het evangelie zelf. Juist omdat het een ánder verhaal is, haaks op de hyperindividualistische en materialistische tendensen van de heersende cultuur. De boodschap van Jezus is een sterk alternatief en de kerk doet er goed aan zich daarop te concentreren. Dan heeft ze iets te melden in de samenleving: aandacht voor de ziel van de mens, weten van genoeg, rechtvaardigheid voor de vreemdeling en blijven werken aan verbindingen.

Met dank aan dr. Kees Bregman, predikant van de De Oude Kerk (PKN) te Soest en docent contextueel pastoraat. Dit artikel werd geplaatst in Woord & Dienst, september 2012.