Theologie

De hoofdlijnen van het Oude Testament?

Op woensdag 8 en donderdag 9 januari werd de jaarlijkse contio voor predikanten van de Gereformeerde Bond gehouden in Doorn. Een van de sprekers was dr. Mart-Jan Paul die reageerde op het referaat van prof. dr. Gert Kwakkel over het thema ‘Oudtestamentische theologie tussen joodse canon en gereformeerde traditie: De Bie, Koorevaar en Paul’. De aantekeningen van dit referaat kunt u hier lezen. De volledige tekst van de reactie van dr. Paul leest u hieronder. Bij Boekencentrum verscheen van zijn hand eerder het boek Vergeving en genezing. Ook werkte hij mee aan het boek Geestelijke strijd.

Prof. Gert Kwakkel gaat in zijn lezing in op het onderstaande boek. Ik wil hem hartelijk voor de nauwkeurige bestudering en de vele stimulerende opmerkingen. In mijn reactie noem ik eerst de aanleiding voor het schrijven en daarna ga ik in op de belangrijkste discussiepunten.

Boek
Hendrik Koorevaar en Mart-Jan Paul (red.), Theologie van het Oude Testament. De blijvende boodschap van de Hebreeuwse Bijbel.[1]

Medewerkers: Walter Hilbrands, Herbert Klement, Geert Lorein, Creig Marlowe, Siegbert Riecker, Eveline van Staalduine en Julius Steinberg (allen in heden of verleden betrokken bij ETF te Leuven).

Deel I: Inleiding in de Theologie van het Oude Testament
Deel II: Een literair theologische benadering
Deel III: Een thematisch theologische benadering (ses onderwerpen: schepping, wet, zonde, zaad, eredienst, aarde en Kanaän)
Deel IV: De verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament

Waarom een Theologie OT?
Wat zijn de hoofdlijnen van het Oude Testament? Wat zijn de verbindende lijnen tussen de onderling zo uiteenlopende bijbelboeken? Is er een eenheid te ontdekken tussen beloften, wetgeving, historische beschrijvingen, liederen en wijsheidsteksten? Waar kunnen predikanten, theologische studenten en geïnteresseerde gemeenteleden voor een overzicht terecht?

Het idee van een ‘Theologie van het Oude Testament’ leefde bij de beide redactieleden al geruime tijd. Meer dan tien jaar doceren zij dit vak en zij schreven ook cursusmateriaal voor gebruik in hun opleidingen. Aan de Evangelische Theologische Faculteit werd grondig nagedacht over een literair theologische benadering om de boodschap van het Oude Testament te ontdekken, aan de Christelijke Hogeschool Ede werden meer praktisch de afzonderlijke onderwerpen behandeld.

De ondertitel heeft de omschrijving ‘de Hebreeuwse Bijbel’, wat op zich een betere benaming is dan ‘Oude Testament’ en wijst in de richting van de volgorde van de bijbelboeken zoals die in de joodse traditie overgeleverd is. De aanduiding ‘de blijvende boodschap’ houdt in dat wij geloven in de blijvende actualiteit van dit deel van het Woord van God. Voor veel christenen bevat het Oude Testament echter oude en verouderde inzichten die in het Nieuwe Testament op een hoger plan zijn gekomen. In dit boek laten wij zien hoezeer er verbondenheid is in thema’s door de gehele Bijbel heen. Hoewel het zeker waar is dat het Nieuwe Testament indrukwekkende nieuwe dingen presenteert, wijzigingen aanbrengt en gedachten verder ontwikkelt, is naar ons besef de continuïteit van groot belang. Daarom hanteren wij de uitdrukking ‘de blijvende boodschap’.

Behoefte in praktijk
Bij veel opdrachten voor een exegese zijn studenten goed in staat de tekst op zich uit te leggen, maar veel minder in staat de canonieke en heilshistorische verbanden aan te geven. Wat wordt verondersteld en wat is nieuw t.o.v. de eerdere openbaring? Bijv. bij de uitleg van de profeten vindt men het moeilijk te zien welke verbondsbepalingen (met zegen en vloek) verondersteld zijn. Tevens is de verbinding naar het NT en de hedendaagse situatie lastig te leggen.

Hetzelfde geldt voor predikanten. Vgl. een recent voorbeeld in een preek over een tekst uit Genesis: ‘En omdat wij ervan uitgaan dat het OT Christocentrisch uitgelegd moet worden –  Luther heeft immers gesproken over ‘Was Christum treibet’ – gaan we nu de tekst bezien in nieuwtestamentisch licht.’ Vanuit de canonieke samenhang en de heilshistorische ontwikkelingen is een betere en overtuigender benadering mogelijk.

Wie de ‘moederbelofte’ exegetiseert, komt voor de keuze te staan: wat is oorspronkelijk bedoeld? Wat mogen we vanuit de latere openbaring ‘teruglezen’? Het schetsen van de lijnen in Genesis en de latere boeken toont een betere weg (zie TOT, hoofdstuk 8). Wie Ps. 16 uitlegt, kan moeite hebben met de toepassing die in Hand. 2 gemaakt wordt, maar wie let de op canonieke gestalte van het Psalmboek (gemaakt na de ballingschap), ziet reeds daar een messiaanse duiding.

Het primaire doel van ons boek is: hulp verschaffen bij het vaststellen van de boodschap van het OT. Het boek past naast andere hulpmiddelen: taalkundige en historische analyse, bijbelcommentaren, theologische woordenboeken (als NIDOTTE), enz. In de bijbelcommentaren is vaak een uitvoeriger formulering van de boodschap van de bijbelboeken te vinden.

Het werk van Th.C. Vriezen, Hoofdlijnen der Theologie van het OT, is nog steeds van waarde, maar is op onderdelen verouderd (tot 1966) en gaat nog veel uit van de Duitse historisch-kritische exegese.

Keuze voor canonieke eindvorm
Het is niet onze bedoeling de historische benadering te relativeren, maar daarin lagen te onderscheiden (par. 2.4.1): historische reconstructies (prima); ideologie en nogal wat hypothesen (problematisch). De historisch-canonieke benadering (par. 2.4.2) houdt waardering in voor het historische aspect. In de Studiebijbel OT ligt er veel nadruk op de historische achtergronden.[2]

Deze benadering gaat uit van de eenheid van de Schrift (dus niet: theologieën van het OT), gegrond in het uiteindelijke auteurschap van God zelf (inspiratie van de Schrift). Aansluiting bij Walter Chr. Kaiser: ontvouwing van Gods heilsplan door de eeuwen heen; al kiezen wij meer voor de canonieke gestalte van de Schrift dan voor een chronologische benadering).

Relatie Israël en de volken in het OT
Siegfried Riecker heeft een proefschrift geschreven over Ex. 19:6. Ein Priestervolk für alle Völker. Der Segensauftrag Israels für alle Nationen in der Tora und den Vorderen Propheten (ETF, 2006; Stuttgart, 2007). Deze positie berust op Gen. 12:3 en Ex. 19:6, maar ook op de verhaalstructuur in Genesis.

De structuur van de OT canon
De keuze voor de volgorde van de boeken van het OT zoals die te vinden is in Baba Batra 14b en een

driedeling volgens het ‘ballingschap-terugkeer’-model. Inderdaad speelt de volgorde van de Bijbelboeken meer bij de bundeling in een codex dan bij de losse rollen het geval is. Echter: de volgorde Genesis t/m 2 Koningen wordt algemeen erkend. Ook de volgorde van de twaalf kleine profeten is unaniem overgeleverd. Voor verdere argumentatie, zie het proefschrift van Julius Steinberg, Die Ketuvim – ihr Aufbau und ihre Botschaft (ETF 2004; Hamburg, 2006).

Bij de keuze voor een historisch-canonieke benadering van een Theologie OT is het nodig een volgorde van de bijbelboeken te kiezen. Naast de hoofdindelingen (Tora, Nebi’im, Ketuvim) is er enige ruimte voor variatie, maar die is niet van invloed op de boodschap van de afzonderlijke boeken. Het is van belang te onderscheiden tussen de boodschap van de boeken zelf (vanuit hun ontstaan) en de boodschap in later verband (zoals ook bij de Psalmen onderscheiden kan worden tussen hun oorspronkelijke functie en het canonieke verband).

De gekozen thema’s
Prof. Kwakkel vindt het een goede greep om de te bespreken thema’s allereerst te ontlenen aan Genesis, maar hij suggereert de mogelijkheid dat er na Genesis andere thema’s bijkomen. Mogen ook hedendaagse thema’s geen rol spelen bij de keuze van de onderwerpen?

Onze aanpak veronderstelt een eenheid in de canon die voor de huidige lezer van belang is. Dat is ook een eenheid in Gods karakter en zelfopenbaring. Daarbij blijkt tevens een heilshistorische ontvouwing van thema’s. Natuurlijk is de keuze van thema’s enigszins subjectief, maar wij zijn bewust niet uitgegaan van hedendaagse vraagstellingen, omdat het ons eerst te doen is om de eigen presentatie. Elk onderwerp verdient zeker een verdere uitwerking, toegespitst op actuele kwesties, maar wij kiezen hier bewust niet voor (zie hoofdstuk 1).

De historische ontwikkeling
Prof. Kwakkel signaleert de aandacht voor de ontvouwing van Gods beloften (m.n. m.b.t. het zaad) in de loop van de tijd, maar hij had graag gezien dat dit t.a.v. de zonde ook gebeurd was. M.i. wordt die ontwikkeling wel degelijk geschetst: van een zekere openheid om de zonde tegen te staan tot de constatering van de hardheid van het hart. Zie hoofdstuk 7 (bijv. p. 236, 244).

Concentratie
God concentreert zijn heilshandelen op één man (Abraham) en het volk dat Hij uit hem geboren laat worden (zonder de andere volken uit het oog te verliezen). Vervolgens kiest Hij binnen dat volk het koningshuis van David als de route waarlangs het heil gerealiseerd zal worden. Jesaja laat zien, dat een Dienaar de taak van Israël uitvoert. Het Nieuwe Testament laat vervolgens zien, dat dit zijn vervulling vindt in Jezus Christus. Hij is dus wat Israël had moeten zijn en Hij doet wat Israël had moeten doen. Zien wij dit ook zo? Ja, al blijft er nog steeds een eigen roeping voor Israël.

Eigen aanpak: een paar overwegingen
Prof. Kwakkel vraagt zich af of het schrijven van een theologie die recht doet aan alle of de meeste facetten van het Oude Testament volgens zijn eigen bedoeling niet te hoog gegrepen is.

Dat is een begrijpelijke overweging, maar zijn bezwaren gelden elke systematisering en vooral de dogmatiek. Het schrijven van een theologie OT  gebeurt pas sinds enige eeuwen. Het betekent inderdaad een erkennen van onze vraagstelling en ook onze beperktheid, maar tevens mogen wij wel hulpmiddelen creëren om te Bijbelse boodschap zo goed mogelijk te verstaan en deze toegankelijker te maken voor de hedendaagse lezer. Er zijn meer hulpmiddelen nodig dan alleen een theologie OT.

Hoofdstuk 11: de intertestamentaire periode
In veel theologieën OT ontbreekt een dergelijk overzicht. In zekere zin valt de periode buiten het OT, maar wie rekent met een Hebreeuwse Bijbel moet wel kennis nemen van het Jodendom waarin de canon vorm heeft gekregen (afhankelijk van de datering) en overgeleverd is. Tevens wordt inhoudelijke overgang naar het NT vergemakkelijkt.

Hoofdstuk 12: het NT als voortzetting en voltooiing van het OT.
Dit is een principiële keuze: wij lezen als christenen het OT en daar zijn de gezaghebbende geschriften van het NT aan toegevoegd en deze bepalen mede de interpretatie. Dus niet slechts ‘geschriften van Oud-Israël’. Belangrijk thema: continuïteit en discontinuïteit.[3] De zes hoofdonderwerpen van het OT keren hier terug.



[1] Boekencentrum, januari 2013, 2e druk mei 2013. Het is de bedoeling dat in 2014 een Duitse editie verschijnt bij SCM Hänssler Verlag.

[2] Zie www.studiebijbel.nl. Redactieleden M.J. Paul, G. van den Brink, J.C. Bette. Inmiddels zijn 10 van de 12 delen OT verschenen (deel 11 over Ezechiël en Daniël verschijnt binnenkort).

[3] Vgl. ook mijn Het nieuwe verbond en de uitleg van de profetieën over de toekomst van Israël. Baarn: Willem de Zwijgerstichting, 2013.