Kerk

De hartslag van het leven – door Janneke Nijboer

Wat inspireert mij uit de visienota? is de insteek voor deze column. Inspiratie ontspringt daar waar mijn hart geraakt wordt, waar het hart overslaat van blijdschap, herkenning, meeleven, ontferming… Het gaat in deze column over mijn persoonlijke verhaal. Wie ben ik? Waar in het visiestuk slaat mijn hart over en begint mijn inspiratie?

Ik zal me eerst maar eens voorstellen. Mijn naam is Janneke Nijboer, dominee in Breda, missionair in de pioniersplek Noorderlicht, buiten de kerk #eChick met een heilige missie. Vrouw van een man, waar ik veel van hou, stiefmoeder en moeder. Ik ben een kind van mijn ouders, een kind van God.

Wat me raakt in de nota is de eerlijke toon. Pijn, verdriet om wat niet meer is in kerk wordt benoemd. Er is erkenning voor de stand van zaken, die in veel kerkelijke gemeentes niet rooskleurig is. In mijn geliefde kerk is er achteruitgang in mensen, financiën en betrokkenheid.

Eerlijk ook wordt de verlegenheid benoemd. Er is een tijd van stamelen en zelfs zwijgen geweest in de kerk. Huiverig geworden voor elke ferme uitspraak over God.

Historisch is dit goed te begrijpen. Het was nodig om bescheidener te spreken en nu vooral eens te gaan doen, waar het evangelie toe oproept. Als twaalf jarig meisje droeg ik een button met een boerinnetje die tegen een kruisraket aan trapte.  Thuis in de Achterhoek keek ik samen met mijn moeder naar de grote demonstraties in Amsterdam tegen de kruisraketten. Veel kerkmensen waren er bij betrokken, ze spraken zich uit, toonden zich in het publieke debat.
Het was relevant wat er gebeurde.

Lang geleden is het al, dat kerkmensen zo massaal de straat opgingen, dat ze te zien waren in de samenleving. Binnen in de kerk, worstelde ik met mijn geloof.
Begreep ik niets van een God, die een hemel beloofde,  terwijl mensen hier en nu, aan het lastige leven ten onder gingen.

– Toen ik 14 was pleegde een klasgenoot zelfmoord. –

Was God een grappenmaker? Die mensen dit verrotte leven schonk, om het ooit goed te krijgen als een wrange beloning voor een gelovig mens. Uit de kerk kwamen geen antwoorden, tenminste ik hoorde ze niet. Druk met politieke kwesties, rechtvaardigheid voor mensen aan de onderkant. Dat er ook zoiets kon zijn als een geestelijke onderkant van het bestaan… Daar hoorde ik niets over.

Een arme tijd voor een zoekende puber… Op mijn 18e deed ik belijdenis, met als enige grond, mijn geloof: want Gij zijt bij mij! Ik wilde God een kans geven…om zich anders te tonen. Ik wilde God niet afschaffen. Ik bleef in de kerk, en hoopte vanuit mijn geloofsminimum te ontdekken, dat er misschien nog meer te zeggen zou zijn, te geloven en te ervaren van deze afstandelijke God.

Mijn studie theologie bood mij de vrijplaats om ongebonden na te denken over alles wat ooit bedacht en gezegd was over God, Jezus en de Heilige Geest en nog veel meer. De bijbel ging er open en op een wetenschappelijke manier ging mijn zoektocht verder, naar iets meer over God.

Pas in mijn gemeentestagetijd leerde ik de kerk kennen als oefenplaats van geloof. Er werd gebeden…ik moest bidden, maar tegen wie? De brug tussen geloof en intellectuele kennis, leek meer op slap koord, waarop ik voorzichtig wiebelend danste.

De eerste gemeente waar ik predikant werd hielp me van het koord een touwbrug te knopen. Gemeenteleden hielpen mij over de schroom heen om te bidden en geloofservaring toe te laten.

Samen bidden, zingen, luisteren, langzaam  werd ik kerkganger, die merkte dat de oefenplaats van het geloof, onmisbaar is in groeien in geloof. Voor mij is dat de kerk in welke verschijningsvorm ook. Ik geloof in God, en ik geloof ook in de kerk.

Dat raakt me in de visienota. Ik herken er mijn eigen geloofsweg in. En ben blij dat er ruimte wordt gegeven om daarvan te getuigen, het zwijgen en de verlegenheid voorbij.

Vrij uit spreken…dat kan nu. De kerk is zo breed, goddank, dat elk getuigenis van het geheim van het geloof gedeeld kan worden. Orthodox, activistisch, vrijzinnig, speels, evangelicaal, oecumenisch, of gewoon iets van dat allemaal,
in woorden, in daden en ook in weldadige stilte.

Dat is mijn kerk, de kerk waar ik van hou, de kerk die ik een goede toekomst wens, zodat er voor mijzelf ook nog iets te oefenen is in geloof. Dat is een kerk, die niet bang is, maar met plezier op zoek gaat naar nieuwe wegen. Het eigen hart weer wil laten raken, ontspannen leeft in de realiteit  van de kerk van vandaag.
De kerk die de liefde van de Heer durft te laten stromen en als een rivier ongeremd buiten haar oevers treedt.

Deze column is uitgesproken tijdens de presentatie van de visienota ‘De hartslag van het leven’, op het LDC te Utrecht, donderdag 26 januari 2012. Wij zijn Janneke Nijboer erkentelijk voor het mogen publiceren van haar toespraak.

Met elkaar doorpraten?
Om met elkaar door te praten over de visienota ‘De hartslag van het leven’ is een handige gesprekshandleiding geschreven. Om de gesprekshandleiding te downloaden (als PDF), klik hier.