Kerk

De hartslag van het leven – door dr. A.J. Plaisier

Op de afgelopen vergadering van de generale synode werd ruim de tijd genomen om de visienota te bespreken. Na een finale redactie is deze in januari op de mat van de gemeenten gevallen. Bij deze een poging die in 500 woorden weer te geven. Vooraf: deze visienota is vooral bedoeld als handreiking voor de plaatselijke gemeenten van onze Protestantse Kerk.

De hartslag van het leven is de liefde van de Heer, zo luidt de regel waar de titel van de nota aan is ontleend. Het gaat om de hartslag van ons leven als christen en ons leven als kerk. Een kerk is een lichaam met een kloppend hart. Dat is de opgestane Heer zelf. Hij maakt dat we leven. Het gaat er om die hartslag weer te horen. We kunnen er doof voor worden, omdat we in beslag genomen worden door van alles en nog wat. We kunnen soms het gevoel hebben zelf het lichaam in leven te moeten houden. Dat wordt dan een last. Een last die steeds moeilijker te tillen valt. Met minder mensen steeds meer doen. Maar Jezus heeft ons de kerk niet aangedaan als een molensteen om de hals maar als een gave die ons vreugde geeft. Die gave is hij zelf.

Het hart is de kern. In tijden van aanvechting is het goed om weer terug naar de kern te gaan. Dan is het niet het ergste wanneer het minder wordt: minder middelen, minder geld, minder voorganger. Dat is niet leuk maar het kan ook een kans zijn om de hartklop weer te horen en de vreugde te hervinden. Loslaten is een kunst die nieuw leven kan geven.

Terug naar de kern geeft ook openheid. Openheid om de kerk te zien opschieten op plaatsen waar we het niet verwachten en in vormen die verrassen. Waar twee of drie in de naam van de Heer bijeen zijn, daar is Hij in hun midden. Dat kan op tijden en in vormen die aansluiten bij mensen van vandaag. Het gaat er om dat de hartklop van God weer hoorbaar wordt voor mensen in onze samenleving. En niet smoort in een kerkelijk bedrijf. Dat vraagt ook om eerlijke getuigen, die spreken waar het hart vol van is.

Openheid mag er ook zijn om te zien dat we deel zijn van de wereldkerk. We zijn te vaak benauwd en provinciaal en draaien rondjes om onze eigen verworvenheden of verlegenheden. Intussen is de kerk nog nooit zo internationaal en wijd verspreid geweest als vandaag. Iets zien we daarvan terug in eigen land, in migranten die hier met overtuiging christen zijn. We willen kerk zijn met hen. En met andere christenen. Op het grondvlak spelen kerkmuren voor velen geen rol meer. Bovendien zijn we elkaar gegeven in een gezamenlijke missionaire roeping.

De kerk is een samenleving die in Gods naam open staat voor iedereen. Het is de plaats waar we de soms moeilijke les leren elkaar te aanvaarden als broeders en zusters naam. Zonder al te grote woorden zijn we geroepen de hoeder van onze broeder te zijn, van de mensen die God op onze weg plaatst. Wie Gods hartklop heeft gehoord, weet dat het vooral klopt voor mensen die in de marge terecht gekomen zijn. Kerk is diaconie. Samen met bondgenoten dragen we zorg voor elkaar en anderen. En zoeken we naar het goede leven. Tegen de waan van de idee van de maakbare samenleving en voor een bestaan dat weet heeft van het leven als gave en de kunst van de overgave.

Arjan Plaisier


Dr. A.J. Plaisier is scriba van de generale synode. Deze column verscheen eerder in Kerkinformatie.