CatecheseGeloof

De duikplank – lezing bij de presentatie van Goed Gelovig

Van Van Ruler wordt verteld dat hij een keer het volgende antwoord gaf op de vraag wat dogmatiek is: ‘Spring maar in het water’. Met een knipoog naar deze uitspraak wil ik u vanmiddag meenemen naar het zwembad. Maar op de vraag ‘wat is homiletiek in relatie tot de leerdienst?’ wil ik u vragen niet te snel in het water te springen. Ik nodig u uit om even uw pas in te houden. Neem de tijd om op de duikplank te gaan staan, neem vervolgens de tijd voor de aanloop en de afzet. Daarna wens ik u een genoeglijke duik toe. Als redactie en scribenten van Goed Gelovig hopen wij dat deze duikplank u helpt bij het maken van de duik die leerdienst heet.

1. Strekoefeningen bij de voet van de duikplank
Mijn eerste punt omvat de strekoefeningen bij de voet van de duikplank. Als uw start niet in orde is, komt er van de rest ook niet veel terecht. Onze start is theologisch van aard; zowel dogmen-historisch als bijbelstheologisch. Als ik denk aan het thema ‘Waarom Jezus?’ hebben we te maken met zondag 5 en 6 van de HC. Het is dan wel zaak dat u goed weet wat hier speelt. De twee-naturenleer van Jezus heeft al oude papieren. Binnen deze twee zondagen komen we ook de verzoeningsleer van Anselmus tegen: verzoening door voldoening. Als prediker behoort u zich gewoon goed in deze thema’s te verdiepen, voordat u aan de rest begint. Wat wordt er precies geleerd? Waar ageert het tegen? Hoe is hier toen en later op gereageerd?

Vervolgens is het zaak om dit ook bijbelstheologisch te doordenken. Waar en hoe kom ik dit tegen in de bijbel? Welke teksten spelen hierbij een belangrijke rol? En bij bepaalde punten kan het ook zo zijn dat u zelf het mogelijk iets anders zou willen verwoorden. Bij het doordenken van het thema komt dus uiteraard  direct de vraag naar boven: Waar sta ik zelf? Als het gaat om ‘Waarom Jezus?’ zullen we ontdekken dat er in de bijbel het lijden en sterven van Jezus met meerdere beelden wordt geduid. Het bijbels getuigenis is geen kloppende theorie over verlossing, maar de verlossing door Jezus Christus is wel het kloppende hart.

Kortom: het is belangrijk om voor deze strekoefeningen de tijd te nemen. Binnen Goed Gelovig vindt u dit terug in de rubriek ‘Uitleg’. En natuurlijk doet u er verstandig aan om bij dit punt ook Kennen en vertrouwen  te raadplegen.

2. De aanloop
Nu wordt het tijd om het trapje van de duikplank op te gaan. Uw theologische spieren zijn geactiveerd. U gaat beginnen met de aanloop. Mensen die op afstand naar u kijken denken dat dat een kwestie is van een aanloopje en plons. Maar wij weten wel beter. Deze aanloop kent minstens 4 fasen: de thematische aanpak; de leefwereld van de hoorders; de relevantie van het thema en de pastorale aanwijzingen.

2.1     thematische aanpak

Goed Gelovig is thematisch van opzet. Zo luidt ook de ondertitel van het boek. Wij hebben voor 17 hoofdthema’s gekozen; in totaal 79 thema’s. Een thematische aanpak heeft als groot voordeel dat wij dichter bij de praktijk van het geloofsleven van de gemeente kunnen komen. Op deze wijze kunt u prioriteiten stellen. Niet alles wat de HC leert is in onze tijd even relevant als in haar tijd. Ik denk bijv. aan de paapse mis. En wij zijn ook zo vrij geweest een aantal thema’s er aan toe te voegen, die juist in onze tijd heel belangrijk zijn geworden. Ik denk bijv. aan schepping en evolutie. Deze aanpak kent nog een voordeel: doordat we met 17 blokken werken, is het voor de gemeente ook vrij duidelijk waar de middag-/avondendiensten over gaan. Aankomende periode denken we met elkaar na over …. Zo blijft het ook behapbaar.

2.2     leefwereld van de hoorder

Nadat het thema duidelijk is geworden, is het van groot belang u af te vragen wat dit bij de hoorder oproept. Ik lees een klein stukje voor uit schets 3.1 Waarom Jezus?

‘De grote betekenis van Jezus in het verlossingsplan van God, is voor de meeste hoorders overbekend. Tegelijkertijd zal het begripsmatig nog niet meevallen om uit te leggen hoe Gods verlossingsplan ‘werkt’ en welke rol Jezus daarin speelt. Daarnaast is het goed om de vraag te stellen welke plaats de verlossing door Jezus inneemt in de hedendaagse spiritualiteit. Wordt geloven niet meer verbonden met steun en houvast, dan met redding uit onze verlorenheid? Het tijdschrift Kontekstueel had al in 2005 een themanummer met de titel ‘Is Jezus uit beeld?’. Gaat het in de kerk niet vaker over God dan over Jezus? Het is ook te merken in allerlei (pastorale) gesprekken. Op de vraag wat mensen geloven, is het antwoord veel vaker ‘Dat God bij me is’, dan ‘Dat ik gered ben door Jezus Christus’. Het spreken en denken in onze gemeenten lijkt vaak meer algemeen religieus dan specifiek christelijk.’

Wie op een actuele manier wil preken n.a.v. de HC mag deze stap niet overslaan. Ik geef toe, wie deze stap(pen) overslaan is veel sneller bij het uiteinde van de duikplank. Maar vraag me niet wat voor een duik daarop volgt. Goed Gelovig  wilt u helpen om juist op dit punt de duikplank te verlengen t.o.v. wat er nu al is op dit gebied. Hier hebben wij maximaal willen inzetten.

De rubriek leefwereld hebben we opgesplitst in 3 categorieën: volwassenen, tieners en kinderen. Voor de laatste twee heeft de redactie een groep deskundigen ingeschakeld; zij die deze wereld goed kennen. In leerdiensten loopt u het gevaar alleen voor volwassenen te preken; misschien zelfs wel voor gevorderde christenen. Niets is minder waar. Het behoort verkondiging te zijn voor de hele gemeente. Voor kleintjes en groten, voor gevorderden en beginners en/of zoekers. Op deze wijze is deze aanpak ook missionair van aard. Zoals Areopagus (IZB) pleit voor een relationele hermeneutiek, zo hebben wij ook voor deze insteek gekozen. Nadenken over belangrijke thema’s van christelijk geloven is geen dogmatische uitleg, maar verkondiging waarin u en ik in voorkomen.

2.3     relevantie van het thema

Nu duidelijk is geworden wat het thema is en de leefwereld van de hoorders, is het goed om expliciet te verwoorden hoe relevant het thema is. Waar schuurt het en waar troost het? Waar worden we gewaarschuwd en waar doen we onszelf te kort? Als voorbeeld lees ik weer iets voor uit schets 3.1.

‘De leer van de verzoening is weerbarstig. De catechismus leert dat we schuldig staan tegenover God en straf verdienen, maar ook dat we die straf zelf niet kunnen dragen. We hebben voor ons behoud iemand anders nodig, namelijk Jezus Christus. Nu is het al niet prettig om te horen dat ons bestaan een verloren bestaan is en dat we redding nodig hebben. Het is nog moeilijker te beseffen dat we daar zelf niets aan kunnen bijdragen. In een tijd waarin we de touwtjes van ons leven het liefst stevig in handen houden, heeft het iets ergerlijks dat we iemand anders nodig hebben.

Tegelijkertijd zit juist hierin iets heel bevrijdends. Het meest wezenlijke hoef ik niet zelf te bewerken: het wordt me door God Zelf geschonken. Juist in een cultuur waarin we ons leven zelf moeten vormgeven en waarin velen op zoek zijn naar hun identiteit, is het van grote betekenis om te weten dat Christus Zich als Middelaar heeft gegeven. Hij redt ons, ook door onze identiteit aan te nemen.’ En ook deze rubriek is weer opgedeeld in volwassenen, tieners en kinderen.

2.4     pastorale aanwijzingen

Iedere thema kent ook zijn eigen pastorale gevoeligheden. Daar moet u als prediker van bewust zijn. Daarom hebben wij ook de rubriek pastorale aanwijzingen in Goed Gelovig  opgenomen. Wij hebben met een leerdienst de hele mens op het oog. Herman Paul schrijft in het voorwoord van het boek Verlangen (opstellen van B. Wannenwetsch) dat de theologie in het Westen met name een theologie is van het hoofd en van de handen (dogmatisch en ethisch). Hij pleit ervoor om juist in onze tijd ook oog te hebben voor een theologie van het hart. De beleving is in onze postmoderne samenleving heel belangrijk geworden. Als kerk moeten wij daarop niet reageren door te zeggen dat onze beleving niet belangrijk is, maar juist dat doordenken vanuit ons geloof.

3. De afzet
Inmiddels hebben we al een aardig stukje afgelegd. De strekoefeningen bij het trapje en vervolgens de aanloop op de duikplank. Nu zijn we aangekomen bij de afzet. En deze wil ik in slow motion volgen.

3.1     doelstelling

In iedere schets begint de homiletische aanwijzing met een doelstelling. Dit klinkt schools, maar is onmisbaar bij een goede voorbereiding van uw preek. Wat hebt u voor ogen? Wat wilt u bereiken? De doelstelling is geformuleerd vanuit de doelgroep na afloop van het gebeuren – in ons geval de leerdienst.

3.2     homiletische aanwijzingen

Vervolgens komen we aan bij homiletische aanwijzingen. In deze rubriek komt al het voorgaande samen. De scribent doet voorstellen voor de opbouw van de preek. Deze rubriek moet u tijdens de voorbereiding naast de relevante Bijbelgedeeltes leggen. En zo ontstaat er gaandeweg een preek over het thema. In de vakantie las ik het boek Tegendraads en bij de tijd  van Wim Dekker. Op p. 182-183 schrijft hij het volgende n.a.v. het wachten op God.

‘Het gaf mij te denken in verband met de vele gesprekken die ik de afgelopen jaren met collega’s gevoerd heb over de vraag wat het geheim is van een doorleefde en tijdbetrokken preek. De rust om te wachten op de inwerking van de woorden van God tot in de diepere lagen van de ziel ontbreekt vaak. Na het een en ander aan exegese te hebben gedaan moet de preek vaak in haast gemaakt worden. De rust en de concentratie ontbreken. Maar het maakt nogal verschil of de predikant zich hoofdzakelijk bezighoudt met de uitleg van wat er in de tekst staat, of dat hij of zij in de preekvoorbereiding een proces heeft doorgemaakt waarbij het wachten op het woord Gods kon worden beoefend. Dat begint met het gebed tot God: Hoe spreekt U in deze tekst tot mij? Hoe raakt dat mijn levensverbanden? Hoe antwoord ik daarop? Met aanbidding? of ook met vragen? Met nood? Kan ik vanuit dit horen van het Woord in mijn context komen tot een nieuw woord voor de gemeente? Als dat proces er door allerlei oorzaken niet is geweest, is het onherroepelijk merkbaar in het eindresultaat, de preek die’ s zondags gehouden wordt. De gemeente gaat lijden aan geestelijke bloedarmoede, omdat in en achter de prediking niet meer het geheim schuilt van de verborgen omgang met God.’

Toen ik dit las, voelde ik me wel aangesproken. En loert niet juist dit gevaar bij de voorbereiding van een leerdienst? Zeker als u al langer predikant bent en het zo verleidelijk is de oude preek wat op te lappen? Met Goed Gelovig  willen wij u aanmoedigen om dit op een nieuwe en frisse manier ter hand te nemen. Maar dan ook zo dat het een doorleefde, existentiële preek wordt.

3.3.    liturgische aanwijzingen

En natuurlijk is een leerdienst meer dan de preek. De liturgische aanwijzingen helpen ons om van een leerdienst ook een viering te maken. Het uitzingen met elkaar en voor Gods aangezicht is onmisbaar in een eredienst.

4. De duik

En zo ben ik aangekomen bij de duik. Met een krachtige afzet gaat u door de lucht. Vervolgens gaat u kopje onder om vervolgens weer boven water te komen. U zwemt naar de kant en klimt omhoog. Dat was een heel avontuur. Vervolgens wandelt u weer rustig naar de duikplank voor de volgende sprong. Goed Gelovig  telt namelijk 79 thema’s. Ik wens u namens de redactie de geestelijke gezondheid toe om zo met deze tak van sport bezig te zijn.

Ton Jacobs

Ton Jacobs is een van de redactieleden van Goed gelovig. Een thematische uitleg van de Heidelbergse Catechismus voor verkondiging en onderwijs. De redactie wordt gevormd door de predikanten-theologen M.C. Batenburg, J. Groenleer, T. Jacobs, W. Markus en W. Verboom. Zij stelden dit handboek samen met een brede kring van medewerkers afkomstig uit de Protestantse Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Alle scribenten hebben zelf ervaring met leerdiensten.

[easy_youtube_gallery id=WORAdASOmpw cols=1 ar=16_9 thumbnail=0]