BijbelGeschiedenisMaatschappij

De comeback van de duivel en zijn imago in de christelijke kerken

Philip Almond, een Australische godsdienstwetenschapper, schreef een boek over de geschiedenis van de duivel: De duivel. Een biografie. Collega-deskundige op dit terrein prof.dr. Bob Becking las het.

In het Onze Vader komt de bede voor ‘Verlos ons van het kwade’. De laatste twee woorden worden ook wel eens weergegeven als ‘de boze’. In die opvatting is het kwaad een persoonachtig wezen,
een satan of een duivel die van buitenaf de mens bedreigt. Voor de keuze tussen die twee opvattingen gesteld, zou ik voor de eerste kiezen. De moderne natuurwetenschap en de inzichten in de psychologie maken het onmogelijk bij ‘de duivel’ te denken aan een persoon. Hij staat hooguit symbool voor de donkere kant van menselijke gedachten en driften. Dit is althans de heersende gedachte in de westerse cultuur. Sinds de ‘onttovering’ van de wereld geloven we niet meer in onzichtbare machten en krachten die het leven en de geschiedenis beïnvloeden. De nuchterheid van de moderne cultuur heeft de duivel ten grave gedragen.
Echter, sinds de film The Exorcist uit 1973 is de duivel aan een comeback begonnen. In strips, populaire muziek, computerspelletjes en griezelfilms steekt hij steeds vaker zijn kop boven het maaiveld uit.

Menselijke opvattingen
Philip Almond, een Australische godsdienstwetenschapper, heeft een mooi boek over de geschiedenis van de duivel geschreven, dat nu ook een Nederlandse vertaling heeft gekregen. Het gaat daarbij niet om een biografie, maar om een geschiedenis van de menselijke opvattingen in de loop der tijden. Voor Almond zijn satan en duivel uitwisselbare begrippen. Hij is de overtuiging toegedaan dat de boze onder vele namen heeft bekendgestaan.
Volgens Almond werd de duivel ‘geboren’ rond 500 voor Christus. De oudste tekst, waarin volgens hem satan voorkomt als een persoon die zich tegen God keert, is 1 Kronieken 21. In die tekst wordt verteld dat de volkstelling onder David is ingefluisterd door satan en niet door de woede van God zelf, zoals in het oudere bericht uit 2 Samuël 24. ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden’ (1 Kronieken 21:1, De Nieuwe Bijbelvertaling). Ik ben het hier niet met Almond eens. Hij leest hier te veel een latere voorstelling van een duivelse satan in de tekst. Satan is hier nog de boodschapper van God. Het verschil met 2 Samuël 24 zit hem hierin, dat in 1 Kronieken meer de nadruk valt op het instrument, waarmee God tot de volkstelling aanzet. Daarnaast moet gezegd worden dat de voorstelling van een god die het kwade met mens en wereld wil, in het meer-godendom van het oude Nabije Oosten met grote regelmaat voorkomt.

In hun vorig jaar verschenen boek Adam, Eve, and the Devil wijzen Marjo Korpel en Johannes de Moor op een tekst uit het oude Oegarit. We zitten dan in de veertiende of dertiende eeuw voor Christus. In de mythe van Adammu leidt het optreden van de kwade god Horranu tot de dood van Adammu en tot de sterfelijkheid van de mens. Het grootste deel van Almonds boek bestaat uit een geschiedenis van het imago van satan binnen de christelijke kerken. Deze geschiedenis bestaat aan de ene kant uit theologische spitsvondigheden en aan de andere kant uit een verslag van gruwelijke wreedheid. De christelijke theologie van de duivel is van begin af aan opgescheept met twee paradoxen. Deze hangen overigens samen.
De eerste paradox kan in één vraag worden samengevat. Hoe is het mogelijk dat, terwijl God goed is, er toch een kwade macht in het universum is? Deze vraag wordt veelal opgelost door de duivel als een oorspronkelijk goede engel te zien. God heeft niet het kwaad geschapen, maar engelen met een vrije wil. Uit vrije wil koos een groep engelen, waaronder de satan, voor het kwaad. Daardoor werden zij uit de hemel gestoten.
De tweede paradox is veel ingewikkelder en heeft te maken met de interpretatie van het sterven van Jezus. Voor wie is hij gestorven? De losgeldtheorie beweert dat Jezus zijn leven als een losprijs voor de zonde aan de duivel heeft gegeven. De offertheorie wil dat Jezus zijn leven als een offer aan God heeft geschonken. Door dat offer heeft hij de mensheid vrijheid geschonken.
Uiteindelijk blijven de paradoxen onopgelost.

Eeuwige marteling
Bij het woord ‘duivel’ moet ik denken aan vakanties in Frankrijk. In vele plaatsen heb ik met verbazing gekeken naar de uitbeelding van het laatste oordeel boven de ingang van
middeleeuwse kathedralen. Tegenover de vreugde die de vromen wacht, staat zeer beeldend de eeuwige marteling van de verdoemden. Deze weerzinwekkende wreedheid in steen heeft tot doel gehad te waarschuwen voor de gevolgen van een zondig leven. Ik kan niet naar de afbeeldingen kijken zonder te denken dat zij ook een uitvergroting zijn van de dagelijkse praktijk. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd werden mensen gemarteld vanwege een van de hoofdlijn afwijkende vorm van geloof en denken. Ketterij leidde tot de veronderstelling, dat de ander in
de ban van duivel was gekomen. Almond besteedt veel aandacht aan het verschijnsel hekserij in vroegmodern Europa. Beeldend beschrijft hij hoe – met name vrouwen – bezeten waren van de duivel.
Tegelijkertijd laat hij zien, dat de bestrijders van de hekserij op hun beurt weer betoverd waren door wraak en wreedheid. Vanaf de renaissance verliest de duivel terrein. Almond laat mooi
zien dat het vertrek van de duivel uit de Europese cultuur niet een omslag is geweest die op een bepaald moment heeft plaatsgevonden.

De verschuiving van geloof naar bijgeloof, van betovering naar onttovering is een proces van twee eeuwen geweest. De laatste jaren is de duivel met een comeback bezig. Ik bedoel daarmee niet dat de duivel opeens weer als persoon in de geschiedenis is binnengetreden. De symbolische kracht die schuilt in de aanduiding van kwade machten of tegenstanders als duivels, is weer springlevend. Ik had gehoopt dat Almond op oorzaken en redenen daarvoor zou wijzen. Dat doet hij helaas niet. Mijn suggestie zou zijn dat de eendimensionale consumptiemaatschappij niet brengt wat zij belooft. Meer bezit blijkt niet gelijk te staan aan meer geluk. In die leegte kan de voorstelling van de duivel zich nestelen.

Bron: Friesch Dagblad