IsraëlKerk

De blijvende plaats van Israël in de weergave van Gods bedoelingen

Deze week verschijnt het boek de Messias leren. Israël en de volken – Gods weg nieuw leren lezen van ds. Edjan Westerman. Hier kunt u het Woord vooraf lezen.

de Messias leren-omslag

 

Mijn roeping verstaan

Goj
Een goj – dat ben ik. Dit boek is geschreven door een goj. Goj – een Hebreeuws woord. Aanduiding voor iemand uit de volken. Als goj heb ik de God van Israël leren kennen.

Israël en de volken
Dat is de tweedeling die de Heilige Israëls aanbrengt in de wereld van de volken. Als goj heb ik geleerd dat Hij nog steeds onderscheid maakt tussen Israël en de volken. Ook in dit opzicht is Israëls God niet veranderd. e Schriften van Israël laten dat zien. Hoe ik dat te weten ben gekomen? Dat heb ik geleerd van Eén uit Israël. Die mij dat getoond heeft in de Schriften van Israël.

De Schriften van Israël
Het zijn de Schriften van Israël – helaas heeft ‘de kerk’ die Schriften wel ontvangen van Israël (Israël als volk waarin de Schrift is ontvangen en doorgegeven), maar zichzelf en de Schriften daarna ontdaan van Israël als levende context waarin de Schrift gehoord werd en wordt. Daardoor is ook de blikrichting van het verstaan veranderd. Israëls aanwezigheid in de Schriften werd als vanzelf een aanwezigheid die vooral een universeel doel diende. Israël als plaats en volk van de openbaring moest daardoor in het lezen van de kerk plaats gaan maken voor meer universele bedoelingen van God. De Schriften van en voor Israël werden als vanzelf binnen het kerkelijk lezen Schriften voor de wereld. En langzaam aan werden de Schriften ook de Schriften van de wereld. Terwijl Paulus juist uitspreekt dat zij aan Israël zijn toevertrouwd! (1)

Christen
Christen ben ik. Dit boek is geschreven door een christen. Een van oorsprong Grieks woord. Aanduiding voor een volgeling van Jezus Christus. Door mijn ontmoeting met Hem – dankzij het getuigenis en in de gemeenschap van kerken en christenen en dankzij de kracht van zijn Geest in zijn Lichaam – ben ik de Bijbel, die ik van jongs af aan kende, als levend Woord van God gaan ervaren en lezen. Ik heb geleerd dat heel mijn leven, inclusief mijn lezen en verstaan van de Schriften alleen maar mogelijk is vanuit het leven in Hem. Het ‘zonder Mij kunt gij niets doen’ (2) heeft ook diepe gevolgen voor mijn groeien in het verstaan van Gods openbaring.

Als goed reformatorisch christen heb ik de Schriften van Oude en Nieuwe Testament steeds als eenheid gelezen. Daarbij heb ik steeds oog gehad voor het feit dat het de God van Israël is die mij door de Schriften aanspreekt. Ik heb met het oog op de dienst aan dit Woord geprobeerd de Schriften te verstaan en uit te leggen met aandacht voor de speciale plaats van Israël. Ik had weet van de schuld van de christelijke kerken tegenover het Joodse volk. Ik kende Israëls Messias. Ik leerde Hem steeds meer kennen als die Ene die ‘verbond voor het volk’ (3) genoemd wordt.
Steeds meer…

Ontmoeting
En toen kwam in mijn leven rond de eeuwwisseling de levende ontmoeting met Israël. Een ontmoeting met het volk en het land. Het volk in het land. Een ontmoeting met het levende Jodendom. Omringd door bidders bad ik bij de Westelijke Muur. Bedeplaats voor Israël, ook bedeplaats voor de volken. Diepe relaties ontstonden. Ook ontmoette ik Messiasbelijdende Joden, zowel in Israël als daarbuiten. Hun bestaan en hun ervaarbare aanwezigheid openden mij de ogen voor het feit dat ook in het Lichaam van de Messias Israël de eerste is en blijft. (4) Ik kreeg steeds meer oog voor het structurele onderscheid dat God maakt tussen Israël en de volken. Ik ging mijzelf meer en meer verstaan als een geroepen goj.

Geroepen goj
Geroepen goj. Vanuit het land Israël – in geografisch opzicht gezien – als levend aan de randen van de aarde, in de verre kustlanden. Geroepen door Israëls Messias. Het is mijn roeping om hier de goede boodschap over de Messias van Israël en over het Koninkrijk van de God van Israël te horen, te verstaan en te verkondigen.

Structuur
Steeds meer zijn mij sindsdien de ogen opengegaan voor het feit dat de christelijke theologie vaak op zo’n manier gestructureerd is dat Israël geen blijvende plaats heeft in de systematische weergave van Gods bedoelingen. (5) Ik ging zien dat de systematiek van veel christelijke bezinning over Israël en de Tora gestoeld is op buitenbijbelse categorieën of op een weergave van het verhaal van de Schriften waarin Israël geen blijvende plaats op het toneel heeft.

Lees- en leerproces
Dit boek is een poging om de vrucht van mijn lezen van de Schriften enigszins te systematiseren. Het is vrucht van een ontwikkeling, vrucht van een steeds maar weer opnieuw luisteren. Een leesproces waarbij ik mij in Messias Jezus steeds meer ben gaan verstaan als een meelezer met Israël. ‘In Hem’ – die ik belijd als de Messias van Israël – lees ik de Schriften van Israël. Zowel Tenach (6) als de Schriften van het Nieuwe Verbond (7).
Ik besef dat ik daarin verbonden ben met dat deel van Israël dat Hem belijdt als Gods Messias. Maar ook met dat deel van Israël dat vanwege het uitblijven van de Messiaanse tijd en vanwege tweeduizend jaar ‘christendom’ in Hem niet de vervulling van Gods beloften kan zien.

Twee woorden zijn daarbij voor mij van belang. Allereerst: De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen. (8) Israël heeft voor altijd Gods Tora ontvangen. Meelezen – in Messias Jezus – met Israël betekent zoeken te verstaan wat de Heilige God middels de gave van zijn Tora en de andere Schriften aan Israël ook aan de volken bekendmaakt. Ook Jezus zelf laat er geen twijfel over bestaan dat de Tora en heel Tenach nog steeds van kracht zijn en de weg wijzen naar Gods toekomst. (9) En zowel Mozes als Jezus zegt dat ons lezen gericht moet zijn op het doen.

Het tweede bijbelwoord dat in dit verband voor mij van belang is, is het woord van Jezus: Daarom is iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt. (10)
Ik hoor in dit vers dat er niet alleen sprake is van nieuwe dingen, maar ook van oude dingen. De Schriften, vanouds aan Israël toevertrouwd en door Israël gelezen, zijn een schatkamer waaruit ook oude dingen tevoorschijn gehaald kunnen en moeten worden. Het is zeker zo dat Gods eens gegeven woorden en zijn vanouds verrichte daden in een nieuw licht kunnen komen te staan en dat nieuwe betekenissen kunnen oplichten!
Maar voor wie een leerling is geworden in Messias Jezus geven de Schriften óók de schat van vanouds gesproken en geopenbaarde woorden van God. Het gaat om leren – lernen (11) – met heel Israël. Dankbaar ben ik voor Joodse vrienden die mij hebben geholpen bij mijn weg van leren.

Titel
De Messias leren
Israël en de volken – Gods weg nieuw leren lezen
De op het eerste gehoor misschien wat vreemde uitdrukking de Messias leren wil drie dingen uitdrukken. Allereerst roept het woord ‘leren’ de associatie op met het Joodse ‘leren’ zoals ik boven in het kort aanduidde.
Vervolgens stellen titel en subtitel samen dat Gods weg met Israël en de volken door ons nieuw verstaan moet worden. Een nieuw lezen van de Schriften is vereist. Ook de Messias moet daarbij door ons nieuw ‘geleerd en gelezen’ worden. Ten slotte richt deze titel er de aandacht op dat de Messias van Israël niet maar geloofd, maar ook ‘gedaan’ wil worden. Meer nog: Hij wil in mensen zijn weg gaan. (12)

Emoena
Het Jodendom kent het begrip emoena. (13) Het is een veelomvattend begrip dat vertrouwen en geloof in God betekent, maar dan op zo’n manier dat het ook het verlangen omvat om Hem te volgen op al zijn wegen en Hem te kennen in al zijn bedoelingen. En dat alles gericht op Gods uiteindelijke koningschap en glorie. Emoena richt de aandacht op zo veel meer dan alleen vervulling van geboden of het eigen leven. Het is alomvattend en roept de mens om God daarin te zoeken. (14)
Dit boek wil vanuit diezelfde gerichtheid geschreven zijn. Bewust is het daarom ook niet zo geschreven dat slechts theologisch geschoolde lezers er hun voordeel mee zouden kunnen doen. Het is mijn hoop en gebed dat dit boek een zegen zal zijn voor velen die verlangen de Heilige God te kennen in al zijn bedoelingen en gerichtheid op zijn uiteindelijke koningschap. Moge het zo gelezen worden.

Mogen de woorden van mijn mond
en de overleggingen van mijn hart
U welgevallig zijn,
O, Here, mijn rots en mijn verlosser.
Psalm 19:15

 

Noten
1 Romeinen 3:2.
2 Johannes 15:5.
3 Jesaja 42:6 en 49:8.
4 Zie mijn studie De Tora van de Messias en zijn twee kinderen, z.p. 2004. Ik schreef deze studie na een studieverlof dat ik grotendeels doorbracht in Jeruzalem.
5 Zie bijvoorbeeld R. Kendall Soulen, The God of Israel and Christian Theology, Minneapolis 1996 en A.H. Drost, Is God veranderd? Een onderzoek naar de relatie God-Israël in de theologie van K.H. Miskotte, A.A. van Ruler en H. Berkhof, Zoetermeer 2007.
6 Ik wil in dit boek de aanduiding ‘Tenach’ gebruiken voor het Oude Testament. TeNaCh is een acrostichon voor Tora (de vijf boeken van Mozes), Neviiem (profeten) en Ketoeviem (geschriften).
7 Als aanduiding van het Nieuwe Testament kies ik meestal voor ‘de Schriften van het Nieuwe Verbond’, al zal ik dit soms afwisselen met de gebruikelijke aanduiding ‘Nieuwe Testament’.
8 Deuteronomium 29:29.
9 Mattheüs 5:17-19.
10 Mattheüs 13:52.
11 Lernen is de Joodse aanduiding van het alsmaar voortgaande lezen en pogen te verstaan, waardoor gelovigen tonen te willen leven van de woorden van de Here God (vgl. Ps. 119).
12 Pas nadat ik een aantal jaren onderweg was met dit boek ontdekte ik dat er een parallel is in het Nieuwe Testament voor de titel van dit boek. In Efeziërs 4:20 spreekt Paulus over het onderwezen worden aangaande de Messias en gebruikt dan de uitdrukking ‘de Christus leren’. De Statenvertaling gebruikt in dit vers dan ook de uitdrukking ‘Christus leren’.
13 ‘Vertrouwen’, ‘geloof’ – van de stam waarvan ook het woord amen is afgeleid.
14 HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook: ‘Emunah isn’t a simple proclamation of belief. Emunah is the greatest learning, the greatest wisdom, the profoundest thought, the broadest approach to the
world, encompassing all of man, and all of the universe’ (geciteerd in: Torat Eretz Yisrael. The Teachings of HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook, Commentary by HaRav David Samson, translated and edited by Tzvi Fishman, Jeruzalem 1991, 5). Zijn vader HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook schreef: ‘Emunah encompasses all knowledge, creating a universal bond between all the different disciplines and fields, and this bestows eternal life to everyone who is blessed by its light. Its inner vitality brings life to society, to the foundations of ethical conduct, and to the life of the individual, in the same way that it infuses all of the universe with life…’ (eveneens geciteerd in HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook, 5).