Kerkelijk jaar

Dag 40 – Hij droeg onze smarten

Hij droeg onze smarten

’t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten,
Noch die verraderlijk U togen voor ’t gericht,
Noch die versmadelijk U spogen in ’t gezicht,
Noch die U knevelden, en stieten U vol puisten,
’t En zijn de krijgslui niet, die met hun felle vuisten
De rietstok hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of die om Uwe rok t’saam dobbelden en tuischten–
Ik ben ’t, o Heer, ik ben ’t die U dit heb gedaan,
Ik ben de zware boom die U had overlaân,
Ik ben de taaie streng waarmee Gij ging gebonden,
De nagel, en de speer, de gesel die U sloeg,
De bloedbedropen kroon die Uwe schedel droeg,
Want dit is al geschied, eilaas! om mijne zonden.

Bron: Enny de Bruijn, Revius, de mooiste gedichten

2 reacties

  1. 18 april 2012 om 17:18

    N.a.v.Hij droeg onze smarten: Waarom heeft Paulus, onze apostel, ‘Golgotha’ nooit met één woord aangehaald? Voor zover ik kan nagaan, heeft hij het verhaal zinnebeeldig opgevat!

  2. Piet Strootman
    29 april 2012 om 20:09

    Waarom wordt mijn vraag niet beantwoord?