Kerkelijk jaar

Dag 30 – Gehoorzaamheid

Lucas 22:39-46

‘Hij bad: “Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren”’ (vs. 42).

Aan de overkant van het Kidrondal, net buiten de muren van de oude stad
Jeruzalem, ligt de Olijfberg. Haar naam dankt zij aan de talloze olijfbomen die haar als een grote boomgaard bedekken. Een ideale plek om de drukte van Jeruzalem te ontvluchten. Dankbaar maakt rabbi Jezus meer dan eens van de gelegenheid gebruik om hier te bidden.
Nu Jezus de dreiging van het lijden en het sterven steeds meer op Zich af voelt
komen, heeft Hij behoefte om daarover met zijn Vader in de hemel te overleggen.
Het antwoord uit de hemel komt in de persoon van een engel, die Jezus in deze
angstige ogenblikken – zijn zweet valt als druppels bloed op de grond – geestelijk en lichamelijk bijstaat. De beker van Gods toorn (vgl. Jes. 51:17) wordt niet van Hem weggenomen, maar Jezus ontvangt kracht uit de hemel om die tot de laatste druppel leeg te drinken. Zo is de Zoon in staat om in gehoorzaamheid de wil van de Vader te doen.
Terwijl zijn leerlingen slapen van vermoeidheid en verdriet, gaat rabbi Jezus helemaal alleen zijn ‘via dolorosa’, zijn weg van het lijden. De Mensenzoon blijft trouw aan zijn roeping. Hij is er klaar voor. Jezus heeft zijn angst overwonnen. In vertrouwen op God zal Hij de weg tot het einde gaan!

Gehoorzaamheid vraagt om vertrouwen op God en trouw om zijn wil te doen!

Bron: Jan Kronenberg, 40 x Lucas. Dagboekje voor de lijdenstijd