Geen categorieOverige

Dag 23 – Kajafas

Nu Jezus is gearresteerd, wordt Hij naar het Sanhedrin gebracht. Het Sanhedrin is het hoogste gerechtshof van de Joden. Het wordt ook wel de Grote of Hoge Raad genoemd. Het Sanhedrin heeft zeventig leden: de hogepriester, overpriesters en schriftgeleerden. De naam Sanhedrin betekent eigenlijk gewoon ‘vergadering’. Als een Jood ter dood veroordeeld werd, sprak het Sanhedrin uit dat hij gestenigd moest worden. Nadat de Romeinen de baas waren geworden, mochten de Joden zelf geen doodstraf meer uitspreken. Dat mocht alleen de Romeinse overheid nog doen. In dat geval werd de veroordeelde gekruisigd. Het Sanhedrin veroordeelde trouwens maar zelden iemand tot de dood…

Het is avond in Jeruzalem. Nog even en het zal Pesach zijn, Pasen! In het paleis van de hogepriester is het een drukte van belang. Kajafas, de hogepriester, is wel wat gewend, maar dit… Schriftgeleerden, de leiders, de leden van het Sanhedrin, de Joodse Hoge Raad, ze zijn allemaal opgeroepen voor een spoedvergadering. Ook op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester is het druk. Knechten van de hogepriester staan te praten over wat er met Malchus is gebeurd. Meisjes van de bediening lopen af en aan. Het is laat, de kou van de avond trekt door hun kleren. Gelukkig: er brandt een vuur op de binnenplaats. Daar kun je je aan warmen! Kajafas doet zijn uiterste best. Nog voor het paasfeest moet het afgelopen zijn! Kajafas probeert mensen te vinden die iets negatiefs over Jezus willen zeggen. Zodra minstens twee getuigen beweren dat Jezus iets verkeerds heeft gezegd, zal Kajafas een vernietigend oordeel uitspreken! Vlug gaat het niet, maar eindelijk melden zich dan toch twee mannen. Zij zeggen: ‘Die Jezus heeft beweerd dat Hij de tempel van God kan afbreken en in drie dagen weer opbouwen.’ Wat zou Jezus daarmee bedoelen? Zou Hij werkelijk de tempel willen afbreken? Of zou Hij denken aan de tempel van zijn eigen lichaam? Hoe dan ook, nu heeft Kajafas een mooi argument om Jezus ter dood te veroordelen! Intussen zit Petrus op de binnenplaats, tussen de knechten van Kajafas. Petrus warmt zijn handen aan het vuur. Er komt een dienstmeisje naar hem toe. ‘Zeg, jij hoort toch ook bij die Jezus?’ Petrus schudt zijn hoofd. ‘Hoe kom je erbij? Ik heb met die Jezus niets te maken. Ik weet niet waar je het over hebt…’ Even later, als Petrus stilletjes wil weggaan, zegt een ander meisje hetzelfde. Maar weer zegt Petrus dat hij Jezus niet kent. Dan beginnen omstanders zich ermee te bemoeien. ‘Man, je uitspraak verraadt je: je kunt duidelijk horen dat jij ook uit Galilea komt!’ Petrus begint te vloeken. ‘Ik ken die man niet!’ Dan kraait er een haan. Opeens moet Petrus denken aan wat Jezus zei: ‘Voordat de haan heeft gekraaid, zul jij, Petrus, Mij driemaal verloochend hebben.’ Binnen gaat de vergadering verder. Op de beschuldigingen gaat Jezus niet in. Hij zwijgt. ‘Bent U de messias, de Zoon van God?’ vraagt Kajafas. Jezus antwoordt: ‘U zegt het. Als u maar weet dat u Mij zult zien zitten naast God. En eens zult u Mij zien komen op de wolken!’ Kajafas heeft genoeg gehoord. Hij scheurt zijn kleren, zoals in Israël mensen doen die heel erg verdrietig zijn. ‘Hij heeft God beledigd!’ roept Kajafas. ‘Hij verdient de doodstraf!’

Grote God, hoe heeft Jezus dit allemaal volgehouden? Mensen die leugens vertellen, een volgeling die zegt helemaal geen volgeling te zijn… Wat heeft Jezus geleden – en dat alles ook voor ons!

Bron: André F. Troost en Willeke Brouwer, Alle mensen. Bijbelverhalen van Adam tot Paulus