Kerkelijk jaar

Dag 26 – De Zoon van de Gezegende

Lezen: Marcus 14:53-65

Toen vroeg de hogepriester hem: ‘Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?’ Jezus zei: ‘Dat ben ik.’ (vs. 61, 62)

Wat denk je van Jezus? Wie is Hij volgens jou? Dat is de vraag waar in feite alles om draait. In dit bijbelgedeelte, in de wereld, in de kerk, in ons eigen leven. Je kunt lang aan die vraag voorbij leven. Gewoon je schouders erover ophalen. Jezus? Een historisch figuur, een goed mens, een voorbeeld, een revolutionair, een dwaas, een… Iemand die zichzelf presenteert als Zoon van God. Die moet wel gek zijn.
Maar vandaag of morgen word je toch met Hem geconfronteerd en bots je toch tegen Hem op. Net als de leden van de Joodse religieuze overheid in de nacht waarin Jezus voor hen stond. Allerlei menselijke meningen over Hem rolden  over de tafel. Een revolutionair was Hij, een grootspreker, een godslasteraar. Niemand was het in alles met een ander eens. Het werd één grote spraakverwarring.
Maar is het je opgevallen? Jezus zelf zei niets. Niets over alle menselijke meningen over Hem en niets over alle beschuldigingen tegen Hem. Hij gaf pas antwoord toen het heel concreet aan Hemzelf werd gevraagd: ‘Wie bent U?’ Toen onthulde Hij in zijn diepste vernedering zich als de glorieuze Mensenzoon die namens God het eindoordeel over deze wereld zal uitspreken.
Wie is Jezus? Misschien moet je wel zeggen: op die vraag krijg je geen antwoord als je het alleen maar aan mensen vraagt. Aan dichters of denkers, aan theologen of antropologen. Je krijgt pas echt antwoord als je het aan Hemzelf vraagt. Wie bent U? Is het waar dat U van God komt, dat U de Zoon van God bent?
Met die vraag laat Jezus niemand zitten. Daar antwoordt Hij op. ‘Ik ben het,’ zegt Hij, ‘en je zult het zien. Eens zul je het zien. Eens zal iedereen het zien. Geloof je dat?’

Wie is Jezus? Vraag het niet alleen aan dichters of denkers. Vraag het aan Hemzelf!

Bron: Dien de Haan, Lees maar, er staat meer dan er staat