Adventstijd

Dag 25 – Wat jij kunt leren over sterren in de nacht

Theoblogie – Sterren in de nacht

 

Het zijn de ‘donkere dagen voor kerst’. Letterlijk: de gordijnen gaan laat open, vroeg dicht. Je huis is als een soort cocon, die kou en donker buitensluit. Buiten hul je je in een dikke jas, en de warme sjaal en muts laten alleen nog je ogen vrij. Het zijn donkere dagen, ook figuurlijk: je hoop vervliegt als een scherpe pijnscheut de fijne tinteling in je buik vervangt en voor de zoveelste keer dit jaar een einde maakt aan je grote droom. De nacht is donker, nu je man na zijn ontslag elke avond zijn glas vult met sterke drank en hij onbereikbaar lijkt. Je maakt je zorgen om je gezondheid, nu de pijn op die ene plek maar niet over gaat. Je voelt je eenzaam wanneer je na een lange dag werken ’s avonds thuiskomt in een koud en donker huis. Je weet niet waar je de energie vandaan moet halen om morgen opnieuw je kinderen aan te kleden, van eten te voorzien en op te voeden. De moed zakt je in de schoenen wanneer de vele berichten over oorlog, armoede en ziekte je bereiken.

 

Het is donker. Buiten en in ons hart. Toch steken we juist in deze tijd elke week een kaarsje aan in de kerk. Als teken van hoop, als licht in de duisternis. Want de verhalen leren ons dat God groter is dan de nacht.

 

Abraham was een vreemdeling op weg naar een ver land. Hij trouwde een onvruchtbare vrouw en kreeg ruzie met de enige die in zijn ogen zijn opvolger kon zijn. Zijn situatie was uitzichtloos. Toen hoorde hij opnieuw die Stem: ‘Kijk omhoog, Abram, kijk omhoog! Hier in deze donkere nacht: zie je de sterren?’ Hij zag er ontelbaar veel: symbool voor Abrahams eigen nageslacht, ongeacht de huidige omstandigheden. Abraham vertrouwde op de Stem die hem riep. Hij, die is, was en zal zijn.

 

De wijzen in het Oosten kenden God niet. Waar konden zij op hopen, in geloven? Zij keken in de nacht omhoog. Zij zagen een ster en gingen op reis – naar een koningskind. Maar wat vonden zij? Een kleine kwetsbare baby, in een stal. Zij troffen de hoop van de wereld heel anders aan dan zij dachten. En toch brachten zij Hem geschenken en waren vervuld van diepe vreugde.

 

De herders in het veld hielden de wacht. Het was donker en het was gevaarlijk. Hoe dichtbij kwamen de leeuwen en beren, zouden zij het redden tot het eind van de nacht? Plotseling was er in die donkere nacht licht. Engelen zeiden: ‘Eer aan God!’ De herders keken omhoog en vatten moed. Ook zij gingen op reis naar de Redder van de wereld en loofden God.

 

Het was donker. Maar zij keken omhoog. Zij vertrouwden, gingen op zoek naar God, vatten moed. Zij dankten, loofden en werden vervuld van vreugde. Ook vandaag is er iets om voor te danken. Want God laat niet los wat zijn hand begon, God laat zijn schepping niet in de steek. Kijk omhoog, voorbij je aardse omstandigheden. Vertrouw op Hem, die het Licht van de wereld is. Hij is immers Immanuel – God met ons. Hij belooft ons dat Hij erbij is. Hij wil je nieuw perspectief geven. Want juist in het donker kun je de sterren zien.

 

We zijn benieuwd naar uw tips. Reageer nu via Facebook.

 

Marije Vermaas

 

Auteur van inspiratieboek DANK, co-auteur van Beschuit zonder muisjes
Eindredacteur van de Essentialsserie voor vrouwen