Geen categorieOverige

Dag 2 – Brood en bonen

In de christelijke betekenis is vasten niet alleen een kwestie van minder eten of bepaald voedsel laten staan, geen vlees eten bijvoorbeeld. Het is altijd verbonden met bezinning en gebed.
Die combinatie schept ruimte voor een vernieuwde, actieve betrokkenheid op anderen en de wereld.

Al in de heilige joodse boeken, het Oude Testament in de christelijke bijbel, wordt over vasten gesproken. De profeet Jesaja omschrijft welke manier van vasten God graag ziet: ‘misdadige ketenen losmaken, verdrukten bevrijden, je brood delen met de hongerige, je bekommeren om je medemens’.

In de loop van de eeuwen zijn er verschillende redenen ontstaan om als christen te vasten: om met jezelf in het reine te komen, uit solidariteit, of als een manier om tot zelfverlichting en zo dichter bij God te komen. Je kunt spreken van een drieslag: ruimte in je hoofd, hart en je lichaam scheppen; ruimte scheppen voor een hernieuwde relatie met God en de ander; en ruimte voor de relatie tot jezelf en tot de aarde.
In alle christelijke kerken is de Veertigdagentijd voor Pasen de belangrijkste vastentijd.

Rauwkost
Jezus leert ons dat de Geest die leven schenkt, boven de wet gaat. De kerk die uit de beweging van Jezus is voortgekomen, heeft jaarlijkse vastenperiodes en vastendagen ingesteld en daaraan gekoppeld wat je wel of niet mocht eten. Monniken maakten hun vastenpraktijk vaak strenger. Water, brood en zout waren hun basis-vastenspijzen.
Zij vulden dat aan met peulvruchten, groenten, kruiden en gedroogde vruchten, waaronder dadels en vijgen als die beschikbaar waren. Rauwkost had hun voorkeur boven gekookte groenten. De vastenregels zijn door de rooms-katholieke kerk inmiddels beperkt. Er bestaat alleen nog een voorschrift om op de eerste dag van de vastentijd voor Pasen, de Aswoensdag, je te onthouden van vlees. Niet alleen op Goede Vrijdag, de dag die herinnert aan de kruisiging van Jezus, maar op elke vrijdag, is er een plicht om je te matigen in eten en drinken, en roken en andere genoegens te beperken. Voor oosters-orthodoxe christenen is vasten nog steeds een belangrijk fundament om goed te doen. Deze kerken kennen vier vastenperiodes per jaar. Vasten betekent vaak een gezond gebruik van rauwkost en groenten, in combinatie met vleesonthouding en een beperking van zuivelproducten.
Vanuit de protestantse traditie zijn er geen voorschriften voor het vasten, maar meer en meer ontdekken protestanten dat vasten een goede vorm is om samen of alleen je geloof een nieuwe dimensie te geven. Vasten is in deze tijd: eten in solidariteit met de armen en de kwetsbare aarde. Dat betekent matig eten met seizoensproducten uit de eigen omgeving, eventueel aangevuld met gedroogde vruchten. Klassiek zijn recepten met bonen en erwten. Bonen worden ook wel trappistenvlees genoemd omdat de monniken van deze orde vegetarisch zijn. Vlees is een zware belasting voor de aarde en haar bewoners. Er is gemiddeld 10 kilo plantaardig voedsel (ook graan en soja) nodig om tot 1 kilo vlees te komen. Geen vlees eten betekent ook: solidair zijn met allen die geen vlees kunnen betalen en solidair met de dieren die vaak onder erbarmelijke omstandigheden grootgebracht worden om de vleesprijs zo laag mogelijk te houden.

Woestijnsoep met dadels
De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God (Matteüs 4,4). Dat was het antwoord van Jezus toen hij veertig dagen en veertig nachten had gevast in de woestijn en door de duivel beproefd werd om stenen in brood te veranderen. Daarna trok hij de wereld in om recht te doen. Een dadelpalm is een beeld van een rechtvaardige: hij groeit recht omhoog en schenkt zoete vruchten die tevens voedsel in de winter zijn.

Nodig voor maaltijdsoep voor 4 personen:
1 1/2 l bouillon • 150 g ontpitte dadels, in kleine stukjes • 2 winterwortels in kleine stukjes • 1 ui, fijn gesnipperd • 2 stengels bleekselderij, in stukjes • 1 eetlepel olijfolie • 1 theelepel komijn • 1 theelepel paprikapoeder • 2 eetlepels bloem • 1 eetlepel citroensap • 4 eetlepels yoghurt

Fruit de ui, bleekselderij en wortels 5 minuten in de olijfolie tot ze glazig zijn. Meng de bloem met de kruiden, voeg dit toe aan het groentemengsel en bak een paar tellen mee. Voeg de koude bouillon toe en breng het geheel aan de kook. Laat 10 minuten sudderen op een laag vuur.
Voeg de dadels en het citroensap toe en laat het nogmaals 10 minuten sudderen. Pureer de soep, verhit tot het kookpunt en serveer met een eetlepel yoghurt per kom.

Recept van Gert Vos uit: Hemelse Spijzen, een jaarkrans van recepten en hun diepere betekenis. Ten Have/Lannoo, 2004.

Bron: Tini Brugge, ‘Brood en bonen’, Open Deur. Oecumenisch Maandblad 76/2, februari 2010.