Geen categorieOverige

Dag 14 – Ik ben het licht voor de wereld

Lezen: Marcus 15:22-32 25 maart

Laten we, op weg naar de Goede Vrijdag, samen stilstaan aan de voet van het kruis waaraan mensen Jezus hebben vastgespijkerd. Laten we samen stil worden. Samen luisteren. Zevenmaal heeft Jezus gesproken vanaf het kruis. Zeven keer heeft Hij geroepen in die lange uren dat Hij daar hing tussen hemel en aarde in. En zeven – dat is in de Bijbel een bijzonder getal. Zeven betekent: het is af, het is voldoende, het is goed. Iemand heeft eens gezegd: die zeven kruiswoorden van Jezus, dat zijn net lampen van een zevenarmige kandelaar, die de hele wereld verlichten. Zoals de menora, de gouden kandelaar in de tempel in Jeruzalem, door de Joodse geleerden ‘het licht der wereld’ werd genoemd, zo zei Jezus het van zichzelf: ‘Ik ben het licht der wereld.’ Zeven kruiswoorden hebben er geklonken over Golgota. Zeven lampen heeft Hij ontstoken om de wereld te verlichten. Laten we in hun licht gaan staan. Laten we ze overdenken in deze weken, een voor een. Een gebed voor zijn beulen: ‘Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen.’ Een belofte voor een stervende moordenaar: ‘Ik verzeker je, nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn.’ Een troostwoord voor zijn moeder en zijn vriend: ‘Dat is uw zoon… Dat is je moeder.’ En dan die schreeuw tot God, waarin alle pijn en verlatenheid zijn samengebald: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Het diepste lijden, dat niemand anders dragen kan. Twee dingen wil Hij nu nog zeggen; daarom vraagt Hij eerst om drinken voor zijn rauwe keel: ‘Ik heb dorst!’ En dan: ‘Het is volbracht! Ik ben door de hel gegaan om voor mensen de weg naar de hemel te banen. Nu ben Ik klaar. Vader, in uw handen leg Ik mijn geest!’
We zijn op weg naar de goede vrijdag.

De kruiswoorden: zeven lampen om de wereld te verlichten.

Bron: Dien de Haan, Lees maar, er staat meer dan er staat