AdventstijdMuziek & liturgie

Dag 16: De achtergrond van ‘Stille Nacht’

Bijna elk jaar zingen we het in de Kersttijd: Stille nacht, Heilige nacht. Maar wat is de achtergrond van dit lied eigenlijk? Kees van den Berg legt het uit in Woord en Dienst.

 

Stille Nacht

‘Het is geen kerst als ‘Stille Nacht’ niet gezongen wordt’, heb ik gemeenteleden horen zeggen. Maar niet iedereen is even enthousiast over dit lied.

In Compendium bij de Gezangen uit het Liedboek voor de Kerken schreef Ad den Besten dat hij het zeer betreurde dat ‘Stille Nacht’ uiteindelijk in het Liedboek terechtgekomen was. Hij vond het een ‘afschuwelijk versje’ (let op het verkleinwoord, vaak geen best teken), met een ‘karakterloze en larmoyante’ melodie.

Intiem
Ik zal eerlijk zijn. Het lied behoorde aanvankelijk ook niet tot mijn lievelingskerstliederen. Totdat ik me er meer in verdiepte. De ontstaansgeschiedenis ligt in het Beierse dorpje Oberndorf. Pastoor Joseph Mohr zou daar in 1818 de kerstnachtmis leiden. Maar kort voor kerst hield het orgel ermee op. Wat nu? Mohr herinnerde zich het gedicht dat hij thuis nog had liggen: Stille Nacht. Zijn vriend Franz Gruber, de organist, bedacht er toen een melodie bij – voor gitaar, twee stemmen en een koor. In die nachtmis voerden de twee vrienden het zelf uit: de één de tenorpartij, de ander de baspartij. Het koor zong de laatste twee regels van de coupletten. Heel klein moet het geweest zijn, heel intiem: kerst voor de binnenkamer. En zo begint het lied natuurlijk ook: ‘Stille Nacht, heilige nacht.’ Zo intiem, zo verstild.

Persoonlijk
Maar die kerstnacht was toch helemaal niet stil? Herders in het veld en een overvol Bethlehem: daar is weinig stilte bij. En hoe heilig was die nacht? Iemand schreef: ‘Onheilige gedachten woelden door hoofden, onheilige donkere dingen geschiedden.’ Maar toch: een stille nacht en een heilige nacht. We worden opgeroepen om stil te worden voor Hem die gekomen is, dat heilige kind, die de Heer van de schepselen is, de lang verwachte Messias. Bijzonder is ook het persoonlijke karakter van het lied, dat met name het tweede couplet kleurt. Het past mooi bij de oorspronkelijk intieme setting van het lied.

Stil
In het derde couplet klinken de woorden ‘vrede en heil wordt gebracht.’ In de ontstaanstijd van het lied waren dat geen lege woorden. 1818 viel immers maar een paar jaar na de Napoleonitische oorlog, die ook Oberndorf zwaar getroffen had. Men sidderde er nog na van de oorlogsverschrikkingen. Wat een hoop spreekt er dan uit dat ene zinnetje over Hem die vrede en heil komt brengen. In de oorspronkelijke Duitse versie klinkt: ‘Und als Bruder huldvoll omschloß Jesus die Völker der Welt.’ Naast persoonlijke klinken ook universele tonen. Ook dat is kerst: het gaat de hele wereld aan.

Dit alles is om stil van te worden. Stilte hoort ook bij kerst. Daarom is en blijft ‘Stille Nacht’ ook zo’n toepasselijk kerstlied. Iemand zei terecht: ‘Als je de stilte uit Kerstmis weghaalt, houd je een kermis over.’ Inderdaad, laat het ‘st’ er maar eens uit. En ook in diepere zin is het waar. Kerstfeest zonder de eerbiedige stilte is hooguit een hoop drukte om een leeg hart.

Adama van Scheltema dichtte:

Min de stilte in uw wezen
’t Is de stilte die bezielt
zij die alle stilte vrezen
hebben nooit hun hart gelezen
hebben nooit geknield

 

Kees van den Berg in het decembernummer van Woord en Dienst.
Foto: ‘The golden eternity’ – CC BY-ND 2.0