Geen categorieOverige

Dag 11 – Jezus Christus, de mens geworden God

Jezus Christus, de mens geworden God – dat betekent dat God heel de menselijke natuur in levenden lijve aangenomen heeft, dat het goddelijk wezen van nu af aan niet anders dan in menselijke gestalte gevonden kan worden, dat in Jezus Christus de mens bevrijd is om voor God werkelijk mens te zijn.

Het ‘christelijke’ is nu niet iets tegenover het menselijke, maar het wil midden in het menselijke zijn. Het ‘christelijke’ is geen doel in zichzelf, maar het bestaat daarin dat de mens als mens voor God leven mag en moet.

In de menswording vertoont God zich als degene die er niet voor zichzelf is, maar die er ‘voor ons’ wil zijn. Als mens voor God te leven kan met de menswording van God voor ogen daarom alleen maar betekenen dat men er niet voor zichzelf, maar voor God en de andere mensen is.

Alleen door de verkondiging van de gekruisigde Christus is er een leven in echte wereldlijkheid mogelijk. Dus niet in tegenspraak met de verkondiging en ook niet naast haar in een of andere eigenwettelijkheid van het wereldlijke, maar juist ‘in, met en onder’ de Christusverkondiging is waarachtig wereldlijk leven mogelijk en werkelijk.

Beslissend is hier, dat er juist door en alleen op grond van de verkondiging van het kruis van Jezus Christus echte wereldlijkheid is.

Bron: Dietrich Bonhoeffer, Thematisch dagboek