AdventstijdMaatschappij

Dag 12: Kerst, merkwaardig tegenstrijdig

Kerst is een feest van hoop en verwachting. Maar er is ook veel ellende en lijden in deze wereld. Hoe rijmen deze dingen zich met elkaar? Simon J. Dingemanse, auteur van het recentelijk verschenen Leven tussen goed en kwaad, schreef voor Theoblogie een blog hierover.

Er zit iets merkwaardig tegenstrijdigs in het kerstgebeuren. Dat tegenstrijdige bestaat hieruit, dat aan de ene kant de geboorte van een kind iets liefelijks heeft, iets vertederends. Wij kennen dat allemaal wel als we ergens op kraambezoek gaan en even het kindje mogen vasthouden dat misschien nog maar een paar dagen oud is. Ach, moet je nou toch eens kijken: hoe klein, hoe licht, hoe kwetsbaar, hoe lief. En we beginnen dan van de weeromstuit met allerlei kinderlijke geluidjes tegen die kleine baby te praten. Het heeft iets opgetogens, iets vrolijks en tegelijkertijd natuurlijk ook iets ernstigs, want er moet goed op dat kleine nieuwe leven gepast worden, het verdient alle bescherming.

Maar er is ook een andere kant. De kant waarin de geboorte van het kind van God een verzetsdaad is. Dat komt natuurlijk sterk naar voren in het visioen van Jesaja: “Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, U hebt ze verbrijzeld als op Midjansdag. Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur. Een kind is ons geboren…” (Jesaja 9 vers 3 – 5) Kijk, de geboorte zelf is natuurlijk al een strijd. De moeder moet dwars door pijnlijke weeën heen een gevecht leveren om het kind ter wereld te brengen. Er is water en bloed en gezucht en gesteun en soms zelfs geschreeuw.

We weten niet of Maria een gemakkelijke bevalling heeft gehad, maar los daarvan heeft de geboorte van Jezus sowieso een strijdkarakter. Het vertegenwoordigt Gods opstand tegen de duisternis, tegen de dood, tegen allerlei vormen van kwaad, zoals we dat ook vandaag de dag zien in religieus terrorisme, machtsmisbruik en nietsontziend geweld. Het is niet voor niets dat in het Matteüsevangelie de wrede koning Herodes opeens zit te trillen op zijn troon als hij hoort van de geboorte van de koning der Joden. Met die geboorte wordt zijn huiveringwekkende heerschappij ondergraven, het heeft geen toekomst meer, ook al probeert hij in een kindermoord alle tegenstand in bloed te smoren.

Dat is dus die merkwaardige tegenstrijdigheid: het gaat om een klein kwetsbaar kind, maar tegelijkertijd om een goddelijke Held en een Vredevorst. Het kind wordt bedreigd en moet vluchten, maar het keert terug en treedt reddend op door mensen te genezen en te bevrijden uit onrecht. Het mensenkind van God wordt gekruisigd en gedood, maar het leeft, want zijn leven had een opstandingskracht waar geen kwaad en geen dood tegenop kunnen. Het klinkt allemaal al mee. Elk kerstlied is daarom ten diepste een hoopvolle protestzang tegen honger, oorlog en wrede praktijken.

Veel mensen willen het vooral liefelijk houden. Zij laten het liefst die merkwaardige tegenstrijdigheid links liggen. Zij beseffen te weinig dat het kleine en weerloze kind Gods wapen tegen het kwaad is. Maar dat kan niet in deze wereld waarin we leven tussen goed en kwaad. Het kind dat ons redt, roept ons tegelijkertijd op om mee te gaan op de dwaze opstandige weg van God en zo het goede leven te dienen. Daarom zingen de engelen ‘Ere zij God in den hoge en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft’. Alleen daarom.

Simon J. Dingemanse, auteur van Leven tussen goed en kwaad