Kerkelijk jaar

Naar Pinksteren: dag 1

De oogst van Pinksteren – Wekenfeest

Heel het bestaan van Israël rust in het Paasfeest. Hét feest van de bevrijding uit het donkere, neerdrukkende en onvrije bestaan dat samengevat wordt in de naam Egypte. In de rondgang van zon en maan wordt dat jaarlijks gevierd. Centraal staat dan Pesach, de maaltijd vol verwijzingen naar het oerverhaal van de uittocht.
Vanaf dan begint men te tellen, volgens de zogenaamde Omertelling. In een klassiek joods huisgezin haalt men het houten wandbord te voorschijn waarop met schuifjes de dagen worden bijgehouden. Zeven maal zeven dagen, zeven weken lang. En dan, op de vijftigste dag, wordt de Paastijd bekroond en afgesloten met het Wekenfeest (Sjawoeot). Het is deze vijftigste dag (Pentekoste in het Grieks, verbasterd tot Pinksteren in het Nederlands), dat Jezus’ leerlingen – naar Handelingen 2 – bijeen zijn in een van de gebouwen van de Jeruzalemse tempel.
In oude tijden had deze periode een agrarische achtergrond: na de eerste snee van de gerstoogst op Pasen werd het laatste graan binnengehaald op het Wekenfeest. Dan kan het oogstfeest gevierd! Deze landbouwsymboliek blijft meespelen, maar nadat Pasen het feest van de Exodus is geworden, wordt de Vijftigste dag het feest van der Verbondssluiting. God geeft daarbij zijn grote geschenk van de Thora, de spelregels voor een leven met toekomst.

Bron: Sytze de Vries, Geestigheden. Miniaturen over Gods adem

1 reactie

  1. Piet Strootman
    2 mei 2012 om 19:30

    PINKSTEREN,
    Net zomin wij, niet-joden, iets met het Joodse Paasfeest te maken hebben,ondanks dat de opstanding van Jezus op dit Paasfeest opstond uit de dood, zo hebben wij ook niets van doen met het Joodse Pinksterfeest, waarop de uitstorting van de Heilige Geest plaatsvond. Beide feesten waren toch al puur Joodse feesten en ook de Heilsfeiten die plaatsvonden, waren uitdrukkelijk niet voor ons, heidenen, bestemd! Zij worden dan ook in een Evangelie beschreven, dat beslist niet aan ons gericht is. Paulus, die zich in zijn Evangelie tot ons, heidenen, richtte, ‘transponeerde’ de lichámelijke dood en opstanding van de mens Jezus, in 1 Korinthe 15.20 en 2 Korinthe 5.14 en 15, naar de dood en opstanding van de Christus als Gods Geest, die in de Adamitische mensheid stierf én weer door God is opgewekt! Als de lezers deze teksten zélf bestuderen, kunnen zij tot de overtuiging komen, dat het niet meer over de dood en opstanding van méns Jezus gaat. De kerken hadden deze ‘gebeurtenissen’ die onlosmakelijk tot het Evangelie der Benijdenis behoren, niet uit de context mogen halen!