GeloofTheologie

Christen worden kun je gratis, christen-zijn is niet goedkoop

Het nieuwe boek van Wim Dekker, Bert de Leede en Arjan Markus, Tijd om mee te gaan, is een aansporing om met vreugde de weg te vervolgen, in het voetspoor van Jezus. Deze weken publiceren we een aantal artikelen naar aanleiding van deze uitgave. Vrijdag 22 augustus verscheen de eerste leeservaring van dr. ir. Jan van der Graaf. Vandaag de tweede reactie van Nynke Dijkstra-Algra.
‘Hoe praat ik met mijn tienerkinderen over relaties en seks? En wat heeft mijn geloof daar mee te maken? ‘ ‘Hoe breng ik mijn geloof in verbinding met de praktijk van alledag?  ‘Wat maakt het eigenlijk uit, dat je gelooft, hoe wordt dat zichtbaar?’  ‘Is geloven zoiets als ‘je aan de regels houden’?  ‘En als dat niet zo is, wat houdt het dan in?’

Dat zijn vragen die cirkelen rondom het thema ‘discipelschap’: leerling van Jezus zijn. ‘Tijd om mee te gaan’,  gaat er over. Daarmee is de IZB helemaal ‘bij de tijd’ want het thema zingt overal rond in missionaire kringen. Vanuit een groeiend besef, dat missionair zijn niet gaat over het organiseren van allerlei activiteiten, maar over relaties en over een (getuigende) levensstijl.  Als je goed nieuws wilt verspreiden, zorg dan dat je goed nieuws bént.

Het boek leest vlot. In de heldere schrijfstijl van Koos van Noppen komen drie ‘auteurs’ aan het woord:  Wim Dekker, Bert de Leede en Arjan Markus. Zij delen hun inzichten in het thema ‘discipelschap’ en dat leidt tot een evenwichtig boek.

‘Discipelschap’: het woord is nogal beladen. Sommigen denken meteen aan allerlei  activistische programma’s waarbij je van alles moet. Praktische toepassingen, die anderen je voorschrijven en daar houden we niet van in Nederland.  Anderen verdenken je meteen van het centraal stellen van goede werken in plaats van de genade van het geloof. Wij zijn en blijven zondaren, afhankelijk van genade. Jazeker. En toch. Wat betékent het concreet om ‘leerling van Jezus’ te zijn? Dat is toch een legitieme vraag.

Met een herhaaldelijk  beroep op Bonhoeffer worden  in dit boek alle theologische en praktische voetangels en klemmen beschreven en omzeild. Duidelijk wordt, dat geloven niet iets is voor een beperkt deel van je tijd (‘vrijetijdschristendom’), maar dat het je hele leven raakt en doordrenkt. Een geschenk, dat zichtbaar wordt.

‘Een open en uitnodigende levensstijl, waarin persoonlijke vroomheid gepaard gaat met een hartelijke betrokkenheid op medemensen binnen de bestaande netwerken van collega’s, buren, familieleden, vrienden, medescholieren et cetera, is missionair’. Die zin vat veel van het boek kernachtig samen. Het is duidelijk: naast de troost en geborgenheid van de genade is er ook de uitdaging van de praktische navolging. De doop is niet gratuit (en hier nemen de auteurs afscheid tegen een al te volkskerkelijke dooppraktijk, opmerkelijk!). Bij Youth for Christ  leerde ik ooit: christen worden kun je gratis, christen-zijn is niet goedkoop.

Het is wel een weg van vallen en opstaan. We zijn niet volmaakt. Maar hoe ziet het er dan uit?  Hoofdstuk 11 leek mij daarom het meest spannende hoofdstuk: ‘Waar het op aankomt bij discipelschap vandaag’. Belangrijke elementen die worden genoemd: een nieuwe gemeenschap,waarin niet familie of clan voorop staan. Om nog maar te zwijgen van  ‘eigen volk eerst’. Die zit. We zijn burgers van twee werelden. Ik moest denken aan wat Newbigin schrijft over de kerk. De kerk is een ambassade. Je kunt er veiligheid vinden. De mensen van de ambassade verdiepen zich in hun omgeving, zijn burgers van het land waarin ze leven- en leren de taal  goed spreken en maken zich de cultuur eigen. Tegelijk laten ze zien waar hun eigen land, Koninkrijk voor staat. Dat betekent voor een christen, zo lees ik in dit hoofdstuk: vrijheid en vertrouwen. Dat straal je uit. Je laat je niet knechten door wat voor machten dan ook en leeft in vertrouwen. Dat blijkt dan uit je royaliteit (‘koninklijk geefgedrag’)  en uit je taal. Hoe spreek je over anderen, de wereld om je heen? Tenslotte hebben gelovigen een verhaal: ze kunnen vertellen wat de ontmoeting met Jezus Christus hen heeft gedaan.

Het boek eindigt met een bijlage, een vragenlijst die wat mij betreft vervangen moet worden door een betere. Deze vragenlijst is niet bruikbaar voor een groot deel van de protestantse kerk. Het belangrijkste bezwaar is dat ‘discipelschap’ een vanzelfsprekende vooronderstelling is bij de vragen. Veel gemeentes zijn daar niet mee bezig en weten niet wat het is. Er wordt ook veel gevraagd naar worstelingen. Je zou ook positiever kunnen insteken: waarin heb je wat geleerd, voel je je geïnspireerd….? De vertaling (uit het Engels) kan ook beter. ‘Challenging’ is niet hetzelfde als het positieve Nederlandse ‘uitdagend’.

Al met al vind ik het een goed, evenwichtig boek. Tegelijk had het van mij wel wat uitdagender gekund. Wát kunnen volgelingen van Jezus in deze tijd nu zeggen, doen? Hoe ziet dat eruit: royale, vrije mensen, die in vertrouwen leven? Zou je ook andersom kunnen beginnen: bij het dagelijks leven van mensen? Dan zouden de hoofdstukken gaan over ‘relaties’, ‘geld’, ‘ziekte’, ‘de samenleving en de politiek’, ‘je dagelijks werk’. Wat kun je daarin dan van geloof en christenen verwachten?

Misschien helpt  het ook  als er meer verhalen worden verteld, voorbeelden worden gegeven. N.T. Wright, die ook over discipelschap schreef, beschrijft een ‘cirkelgang’, die we moeten lopen: van de Schrift naar verhalen en voorbeelden, naar gemeenschap, naar rituelen en weer naar de Schrift (de volgorde is willekeurig, maar de Schrift staat aan het begin en aan het eind).  Zijn boek ‘Goed Leven’ staat vol illustraties en metaforen. Laten we elkaar verhalen gaan vertellen- die inspireren en laten zien, hoe het kán. En: zou het mogelijk zijn, dat de kerk niet alleen een ‘belijdenis’ vraagt van zijn leden, maar ook uitdaagt tot een levensstijl, die kenmerkend is voor gelovige mensen? Wat durven we elkaar (en buitenstaanders) te beloven?  Ik zie uit naar (meer) voorbeelden.

Nynke Dijkstra -Algra,
projectmedewerker Missionair Werk en Kerkgroei (PKN).