ApologetiekBijbel

Christelijke dogmatiek: een provocatie? – door G. van den Brink en C. van der Kooi

Brink KooiIn oktober verschijnt de nieuwe Christelijke dogmatiek van dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi. Hier publiceren wij alvast het Woord vooraf. Bekijk onderaan het artikel ook het video-interview met Kees van der Kooi en Gijsbert van den Brink.

Dit boek hebben wij willens en wetens de titel Christelijke dogmatiek meegegeven. Om meerdere redenen kan die titel vragen oproepen of zelfs als provocatie worden opgevat. Wie waagt het nog een boek onder die titel op de markt te brengen? Dogmatiek is omgeven met dermate negatieve associaties dat het begrip bij velen bij voorbaat een drempel opwerpt. Bovendien is dat ‘christelijke’ natuurlijk zeer pretentieus. Schrijven we voor de hele christelijke traditie? Daarom allereerst een enkel woord over die bepaling ‘christelijk’. Het klopt dat we onmogelijk voor de totale christelijke traditie kunnen schrijven of deze in haar variëteit zelfs maar enigszins recht doen. Evenmin verbloemen we dat we specifiek schrijven vanuit de gereformeerde geloofsstroom waarin we ons bevinden. Maar we schrijven geen dogmatiek voor gereformeerden. Dogmatiek doet per definitie voorstellen voor het geheel van de geloofsgemeenschap. In afgeleide zin geldt voor haar wat Karl Barth in dit opzicht over geloofsbelijdenissen schreef (GA III, 610): het gaat om inzichten die in specifieke omstandigheden in een specifieke traditie-historische constellatie opgedaan worden, maar die wel ter nadere toetsing voorgelegd worden aan het geheel van de (wereld)kerk en niet slechts aan een onderdeel daarvan.
Vervolgens vraagt ook het woord dogmatiek om toelichting. Waarom die benaming gekozen en niet ‘geloofsleer’, dat een mildere klank zou hebben? Die keus is niet zozeer provocerend als wel evocerend bedoeld. ‘Dogma’ in dogmatiek staat wat ons betreft niet voor autoritair opgelegde leer, maar voor wat de christelijke kerk niet kwijt wil, namelijk het ingrijpend nieuwe van Gods bemoeienis in Jezus Christus. Er zijn door de kerk vondsten gedaan waar men niet achter terug wil en die een ongelooflijk perspectief geven op het leven. En precies dat bepalende en verplichtende maakt het woord dogma indachtig. Als dat provocerend werkt jegens het secularisme, waar we zelf trouwens deel aan hebben, zijn we waar we wezen moeten: op het scherpst van de snede.

Traditie
Intussen bevinden we ons met dit boek in een lange traditie. Van meet af aan hebben gelovigen geprobeerd de inhoud van het christelijk geloof zo helder mogelijk te articuleren, te verantwoorden en te verbinden aan wat er aan ‘algemene’ kennis voorhanden is. Wij menen dat die traditie het waard is voortgezet te worden. Het mikken op samenhang, op omvattendheid, op systeem zelfs, staat vandaag natuurlijk onder grote verdenking, en dat is ook niet onbegrijpelijk. Het vanzelfsprekende (zelf?)vertrouwen waarmee vorige generaties soms van alles en nog wat over God meenden te weten is ons ontvallen. We zijn maar mensen, met alle beperkingen van dien. Maar de inhoud van wat we in de bronnen van het christelijk geloof ontvangen hebben verandert daar niet door. En juist in een tijd waarin de kennis van de christelijke geloofstraditie – voor velen in Nederland toch op een of andere manier de eigen traditie – op soms schokkende wijze onder druk staat, komt het erop aan deze levend te houden. We willen in dit boek dan ook graag laten zien dat het om een levende traditie gaat. We verwijzen daarom met opzet niet alleen naar klassieke studies, maar ook zeer regelmatig naar recente studies die aan de besproken thema’s gewijd zijn.

Inleiding
Tegelijk zijn enkele opmerkingen over de beperkingen van dit boek op hun plaats. Het gaat, zoals de ondertitel aangeeft, om een inleiding. We zijn ons ervan bewust dat dogmatiek een zeer gespecialiseerd terrein is, waarbij op allerlei deelgebieden tal van verfijningen aangebracht worden en discussies daarover mogelijk zijn. Vaak hebben we die discussies vermeden, omdat ze pas in een later stadium begrepen kunnen worden, tegen de achtergrond van de grotere lijnen die we wél trekken. We zijn ons ervan bewust dat die grote lijnen dan ook nader gekwalificeerd kunnen en moeten worden – maar dat is nu eenmaal niet anders. Net als bij elk ander ambacht moet men niet alles ineens willen leren. Ons hielp het om ons niet af te vragen: wat valt er allemaal te vertellen, maar: wat zouden we willen dat een beginnende theologiestudent in eerste instantie aan kennis en inzicht verwerft? We hebben ernaar gestreefd om daarbij het kritisch bewustzijn te ontwikkelen. Een zindelijke dogmatiek vertelt niet domweg hoe het zit, maar maakt de keuzes inzichtelijk en de interne problematiek. Dogmatiek gaat immers per definitie over problemen, want waar geen probleem is, is geen dogmatische bezinning nodig. Maar het zo adequaat mogelijk nadenken over die problemen kan een enorme intellectuele en spirituele vreugde verschaffen. Soms overvalt ons het gevoel dat we God er beter door leren kennen.

Lezerspubliek
Wie vormen het beoogde lezerspubliek? Uit het voorgaande is al duidelijk dat we allereerst hebben gedacht aan studenten, met de intellectuele bagage en vaardigheden die bij de huidige generatie verondersteld mogen worden. We hopen dat zij feeling zullen krijgen voor de aard, het belang en de aantrekkelijkheid van het vak. Studenten theologie en godsdienstwetenschappen moeten veel verschillende zaken leren kennen en kunnen. Maar wij maken ons sterk dat daar toch ook bij hoort het verwerven van een meer dan gemiddeld inzicht in de inhoud van het geloof dat de afgelopen millennia zo’n onuitwisbaar stempel op onze westerse cultuur en samenleving gezet heeft.
Tegelijkertijd hopen we dat niet alleen studenten theologie van dit boek zullen profiteren. Doordat het toegankelijk geschreven is (Latijn en Grieks wordt bijv. steeds even vertaald, Duits is teruggedrongen), zullen ook studenten uit andere vakgebieden er hopelijk het een en ander van kunnen opsteken. Daarnaast denken we aan predikanten die hun kennis willen opfrissen, aan academici uit andere disciplines, aan journalisten die het geloof wellicht niet delen, maar wel geacht worden er beroepshalve over te schrijven. Op dat laatste terrein gebeuren nogal eens ongelukken. Juist nu onze cultuur het christendom in hoge mate als een gepasseerd station beschouwt en nu de kennis ervan navenant vermindert, wordt soms de grootst mogelijke onzin gedebiteerd over wat het christelijk geloof zou behelzen. Critici van het geloof veroorloven zich vaak simplistische voorstellingen van wat christelijk zou zijn. Ook zij zouden er goed aan doen van tijd tot tijd een hedendaagse dogmatiek te raadplegen om hun denkbeelden nauwkeuriger af te stemmen op wat christenen zoal geloven. En verder noemen we – last but not least – ieder die domweg geïnteresseerd is, zelf tegen geloofsvragen aanloopt en iets van het huidige debat wil weten. Geloofsvragen zijn welbeschouwd allemansvragen.

Context
Wellicht is dit boek inhoudelijk te typeren als ‘loyale orthodoxie’. Dat wil zeggen dat we ons aansluiten bij de leertraditie der eeuwen, maar tegelijk streven naar een open houding jegens hen die op enig punt beweren het beter te weten. Het komt daarbij regelmatig tot traditiekritiek, maar altijd in een houding van loyaliteit, in het besef dat wij ontvangers mogen zijn. Niet zonder reden speelt het woord recipiënt een belangrijke rol in dit boek.
Nog een beperkende opmerking: we richten ons in het bijzonder op de westerse traditie. Al kijken we van tijd tot tijd ook met een schuin oog naar de oosterse orthodoxie, we kunnen niet alles overzien wat er in de wereldkerk gebeurt. We realiseren ons dat er buiten de traditionele gebieden van theologische reflectie (Europa, de VS, en de overige Angelsaksische landen) enorm veel interessants en belangrijks gebeurt. Maar liever dan dat we de pretentie zouden voeren alles te overzien, begrenzen we onszelf op dit punt. Dat kan als een manco worden beschouwd (en dat is het inderdaad), men kan het ook zien als een vorm van contextuele theologie: we richten ons op het Westen, omdat het erop aankomt óók daar de kerk te ondersteunen vanuit de daar geldende plausibiliteitsstructuren.

In die eigen context is van alles in beweging. En in die veranderende cultuur bewegen de geloofsgemeenschappen mee. Dat geeft reden tot een verbredende opmerking over de taak van de dogmatiek. Dogmatiek is een vorm van hedendaagse geloofsverantwoording. Als zodanig heeft ze niet alleen te maken met concepten, maar is ze met allerlei draden verbonden met religieuze praktijken en levende geloofsgemeenschappen. De christelijke gemeenschap denkt niet alleen, ze doet vooral: zingen, loven, hopen, bidden, gehoorzamen, een leven vormgeven, en ook vragen stellen. Het stellen van zinvolle vragen en het voorstellen van houdbare antwoorden is een eerste taak van een eigentijdse geloofsverantwoording. De dogmatiek doet dat steeds in gesprek met de traditie, met de kerk en met het oog op onze eigen tijd. Vandaar ook dat de dogmatiek in beweging is en blijft. We hopen daarom in de toekomst de gelegenheid te krijgen updates te verzorgen. Wie daarvoor adviezen heeft, kan ons via de uitgever of via het internet vast vinden.

Opzet en toelichting
Over het gebruik van dit boek nog het volgende: uiteraard vormt het boek een geheel, van begin tot einde, en dat betekent dat de orde in het geheel van grote betekenis is. Toch is elk hoofdstuk ook weer zo geschreven dat de lezer hoofdstukken apart kan lezen. Onvermijdelijk betekent dit soms een zekere overlap.
Elk hoofdstuk heeft op de eerste pagina een rubriek Om erin te komen. Uiteraard is dat facultatief. Het zijn didactische openingen die een beroep doen op eigen creativiteit. Vaak proberen we met behulp van deze rubriek de desbetreffende locus te verbinden aan wat er gaande is in de hedendaagse cultuur en samenleving, zodat duidelijk wordt hoezeer dogmatiek geen abstracte bezigheid is, maar met duizend draden vastzit aan het leven van elke dag. Sporen van dogmatische vragen en thema’s vinden we dan ook terug in allerlei cultuuruitingen – zowel in de zogeheten hogere als in de zogeheten lagere cultuur. Het ontdekken daarvan helpt om te zien hoe een bepaalde theologische thematiek vandaag leeft, en hoe dat zich verhoudt tot wat er in christelijke zin over te zeggen valt. Bovendien helpt het om niet alleen bezig te zijn met het verwerven van kennis en inzicht, maar ook met het ontwikkelen van wat zo fraai heet de hermeneutische competentie: het zó begrijpen van de dingen dat ook op creatieve wijze verrassende verbanden gelegd kunnen worden – een vaardigheid die zeker theologen in hun werk zeer nodig hebben (denk bijvoorbeeld aan het maken van preken). Elk hoofdstuk eindigt met een literatuurlijst, waarmee men verder kan komen als men de desbetreffende thematiek bijvoorbeeld in een paper of scriptie nader wil doordenken. Geen van de lijsten is uitputtend. Aan het einde van het boek is een lijst van overkoepelende literatuur opgenomen. Naar de in deze lijst opgenomen studies verwijzen we telkens door middel van de auteursnaam gevolgd door een afkorting van de titel. Treft men in de tekst een auteursnaam plus jaartal aan, dan verwijst dit naar de lijst aan het eind van het desbetreffende hoofdstuk.
Een paar redactionele beslissingen lichten we kort toe. Allereerst wat betreft het gebruik van bijbelvertalingen. Op dit punt zijn we bewust inconsequent, al oriënteren we ons met name op de NBV en de HSV. Maar soms variëren we en passen bestaande vertalingen aan. Een opmerking over het gebruik van mannelijke voornaamwoorden voor God is eveneens op haar plaats. Hier is meteen al sprake van dogmatische reflectie: we gebruiken de eerbiedshoofdletter, enerzijds waarvoor deze bedoeld is, namelijk om eerbied uit te drukken, anderzijds om aan te duiden dat God geen man is, maar het schepselmatige sekseverschil overstijgt. Om te voorkomen dat dat laatste toch snel weer vergeten wordt, zullen we van tijd tot tijd ook ‘God’ herhalen waar men normaal gesproken het persoonlijk voornaamwoord zou verwachten. En waar mogelijk spreken we over Vader, Zoon en Geest, om zo dicht mogelijk bij de concreetheid van deze namen te blijven. Ook persoonlijke voornaamwoorden die verwijzen naar de Zoon en de Geest krijgen daarbij overigens een hoofdletter, conform de strekking van het trinitarisch dogma.
Verder past ons een opmerking over het gebruik van ‘hij’ en ‘zij’ als sekse-aanduiding. Waar mannen en vrouwen bedoeld zijn, hebben we zoveel mogelijk geprobeerd sekse-specifiek taalgebruik te vermijden. Waar dit geforceerd of niet mogelijk was, hebben we ons beperkt tot ‘hij’. Dan: de inhoud van een dogmatisch leerboek bedenkt men niet van de ene op de andere dag. Het spreekt dan ook vanzelf dat we geregeld uit ouder werk van ons zelf geplunderd hebben en dat hier in nieuwe bewerking presenteren. De literatuurlijsten bieden daarvoor genoeg aanwijzingen.

Dank
Ten slotte willen we hen bedanken die een gedeelte van de tekst lazen, ons van commentaar voorzagen, of anderszins materiaal aanreikten en aanmoedigden. We noemen in het bijzonder de namen van Eddy van der Borght, Henk Jan Damstra, Willem-Henri den Hartog, Gerard den Hertog, Barend Kamphuis, Margriet van der Kooi, Bram Kunz, Jan van der Linden, Eveline van Staalduine-Sulman, Henk Vreekamp, de leden van de sectie Dogmatiek en Oecumene aan de Theologische Faculteit van de VU en allen die reageerden op de blog die we gedurende de laatste maanden van het schrijfproces bijhielden. Arend Smilde en Tini van Selm zijn we veel dank verschuldigd voor hun zorgvuldige stilistische en taalkundige correcties van de tekst. Tot slot danken we uitgever Nico de Waal, die ons stimuleerde en voor de goede voortgang in het proces zorgdroeg.

Christelijke dogmatiek verschijnt in oktober. Voor interviews met de auteurs kunt u contact opnemen met Uitgeverij Boekencentrum, 079-363 31 71.