Category Archives: Protestantse Kerk

Het ideaal van de zendingsopleiding – door prof. dr. Mechteld Jansen

Protestantse zendingsopleiding in Nederland (1797-2010) - Gerrit Noort (onder redactie van)Op vrijdag 14 december vond de presentatie plaats van het boek Protestantse zendingsopleiding in Nederland 1797-2010, de eerste uitgebreide studie naar zendingsopleiding in Protestants Nederland in de 19e en 20e eeuw. Prof. dr. Mechteld Jansen, hoogleraar missiologie aan de PThU en bijzonder hoogleraar namens de Stichting de Zending van de Protestantse Kerk, hield een lezing waarvan we de tekst hieronder publiceren. We danken haar hartelijk voor de toestemming om haar lezing te publiceren.

Zending heeft weer helemaal de wind mee, zo kunnen we constateren als we de hoos aan lezingen, literatuur en initiatieven in Nederland (maar ook in Duitsland en Engeland) in ogenschouw nemen. Iedere kerk, gemeente of gemeenschap van christenen lijkt zich te storten op vragen van missionair gemeente-zijn, kerk-naar-buiten en gastvrijheid. Er is veel vraag naar missiologische literatuur en toerusting voor de kerk van het “westen”, waar het gesprek met de cultuur van de secularisatie en het secularisme om aandacht en nieuwe inzet vraagt. Bij die aandacht en die nieuwe inzet kan het geen kwaad ook eens achterom te kijken naar wat in Nederland sinds het einde van de 18de eeuw geboden is aan zendingsscholing. Niet om bepaalde modellen of  ideeën, die bedoeld waren voor zendelingen die zich voorbereidden op werk in het buitenland, nu zomaar over te nemen voor de huidige vraag naar missionaire mogelijkheden in het binnenland. Wel om te zien dat de vragen van missie en missionaire opleiding door de jaren heen naast alle verschuivingen ook een zekere constante vertonen. Een zendeling – of zoals die in het begin ook wel werd genoemd:  een ‘kwekeling’ – diende een zuivere evangelieleer te verkondigen, over goede kennis van talen, volkeren en godsdiensten te beschikken en vaardigheden op het gebied van bijvoorbeeld chirurgie of werktuigkunde op te doen. Toegegeven, deze formulering uit 1822 doet wat ouderwets aan. Maar is het inhoudelijk zo heel ver verwijderd van wat we in onze tijd  zouden willen leren, als we voor het eerst op missie naar het buitenland gaan? Je zou van harte wénsen dat alle mensen,  of die nu vanuit de kerk of vanuit de overheid of het bedrijfsleven op pad worden gestuurd in een wereld die veel makkelijker bereisbaar is geworden, nu ook allemaal die zaken op hun voorbereidend lesrooster zouden hebben staan. En deze constante in basispakketten van wat iemand, die gaat werken in een andere cultuur en met mensen van een andere levensovertuiging, zou moeten leren, kan nog aangevuld worden met vragen die door het hele boek heen gesteld worden. Moeten mensen, die “in de zending” gaan werken, eerst als een groep bij elkaar wonen en zo wat losgeweekt worden van hun vertrouwde omgeving? Moeten zij niet reeds in hun opleiding geconfronteerd worden met mensen van heel andere slag en snit? Maar als dat een constante is geweest, is dat dan nog wel van deze tijd, waarin mensen veel meer dan een eeuw geleden op school, op straat en op het werk met pluraliteit geconfronteerd worden? Dat hoeven we toch niet meer in een zendingsopleiding te leren? Ja welzeker, want de confrontatie met pluraliteit garandeert nog geen goede omgang met de pluraliteit. Continue reading

Wat schreven de (semi-)officiële protestantse kerkbladen over de kwestie Indonesië? – door dr. Alle Hoekema

Tot op het bot verdeeld - Dr. Hans van der WalOnderstaande tekst is uitgesproken tijdens het symposium rond de presentatie van het boek  Tot op het bot verdeeld van dr. Hans van de WalWij danken dr. Alle Hoekema hartelijk voor het verlenen van toestemming deze (voorlopige) tekst te publiceren. Het is niet toegestaan de tekst zonder toestemming van de auteur voor andere doeleinden in te zetten. 

Het boek van Hans van de Wal verschaft ons ongelofelijk veel inzicht in de kwestie-Indonesië gedurende de jaren 1945-1949, met een focus op de zending, het zendingsconsulaat en de Indonesische kerken. Zijn nadruk ligt daarbij op de interne discussie binnen de Hervormde kerk, maar ook aan de discussie in gereformeerde kringen besteedt hij ruim aandacht. Gereformeerden lazen, neem ik aan, in overgrote meerderheid de anti-revolutionaire dagbladen Trouw of De Rotterdammer (met verschillende kopbladen). De politieke koers van die kranten stond behoorlijk vast. Voor Hervormden lag dat complexer. Het van oorsprong christelijk-historische dagblad De Nederlander werd in 1945 al heel gauw ‘gekaapt’ (zoals de CHU onder leiding van Tilanus vond) door de doorbraak-christenen en al in 1947 opgeheven. Hervormden zullen, net als remonstranten en doopsgezinden, dus dagbladen zonder een specifieke christelijke signatuur hebben gelezen: De Nieuwe Rotterdamse Courant, het Handelsblad, of – als ze linkser stonden – het Vrije Volk. Of een van de vele plaatselijke of regionale dagbladen met gezag, zoals de Leeuwarder Courant of het Haarlems Dagblad.

Hoger opgeleide vooruitstrevende christenen waren abonnee van periodieken als: Tijd en Taak (blad van de religieus-socialisten van de Woodbrookers, onder redactie van Willem Banning, Jan Buskes en anderen, met een oplage van ruim 3000 abonnees); Militia Christi (het blad van Kerk en Vrede dat toen nog een behoorlijk grote aanhang had), In de Waagschaal (1953: 5000 abonnees) en vanaf 1946 Wending (in 1949: 4000 abonnees, fuseerde in 1991 met Tijd en Taak). Conservatieve christenen hadden ook hun lijfbladen. Zo lazen Vrijgemaakten de Reformatiestemmen, later Gereformeerd Gezinsblad geheten, dat vanaf 1967 het Nederlands Dagblad werd. Continue reading

ALS KERK NIET MEER VANZELFSPREKEND IS – door ds. Gerard Rinsma

Commentaar op de visienota van de GS ‘Hartslag van het leven’

Op onze classisvergadering hebben wij kennis genomen van de visienota van de synode; in Limburg weten we uit ervaring wat het ‘einde van de vanzelfsprekendheid’ inhoudt, want de protestantse kerk hoort in deze  provincie al sinds jaar en dag tot een kleine minderheid; slechts 1% procent noemt zich hier protestants.

Maar juist daarom mis ik in het rapport een grondige analyse van de plek van de kerk in de samenleving. Want er is meer aan de hand dan alleen een organisatie, die in zijn voegen kraakt. Als kerk moeten  we een antwoord zien te vinden op de gevolgen vande secularisatie.

En godsdienstsociologen als Gerard Dekker hebben er keer op keer op gewezen, dat secularisatie meer is dan een krimpend ledenaantal. Het is naast de kwantitatieve, ook de kwalitatieve marginalisering van de kerkin de samenleving; als kerk zijn we naar de zijlijn van de samenleving gedrukt. Op samenle­vingsniveau hebben we steeds minder invloed op de inrichting van de samenleving en het samen­levingsgebeuren en omgekeerd is de samenleving steeds onafhankelijker geworden ten opzichtevan de kerken. Met als gevolg dat godsdienst zich in de moderne Nederlandse samenleving steeds meer teruggetrokken heeft in haar eigen domein en ‘voornamelijk een privézaak is geworden, die in afzonderlijke gemeenschappen collectief wordt beleefd.’ Joep de Hart, van wie dit citaat afkomstig is, noemt dat de ‘verkerkelijking van de godsdienst’ (pg. 228).

Continue reading

De hartslag van het leven – door dr. A.J. Plaisier

Op de afgelopen vergadering van de generale synode werd ruim de tijd genomen om de visienota te bespreken. Na een finale redactie is deze in januari op de mat van de gemeenten gevallen. Bij deze een poging die in 500 woorden weer te geven. Vooraf: deze visienota is vooral bedoeld als handreiking voor de plaatselijke gemeenten van onze Protestantse Kerk.

De hartslag van het leven is de liefde van de Heer, zo luidt de regel waar de titel van de nota aan is ontleend. Het gaat om de hartslag van ons leven als christen en ons leven als kerk. Een kerk is een lichaam met een kloppend hart. Dat is de opgestane Heer zelf. Hij maakt dat we leven. Het gaat er om die hartslag weer te horen. We kunnen er doof voor worden, omdat we in beslag genomen worden door van alles en nog wat. We kunnen soms het gevoel hebben zelf het lichaam in leven te moeten houden. Dat wordt dan een last. Een last die steeds moeilijker te tillen valt. Met minder mensen steeds meer doen. Maar Jezus heeft ons de kerk niet aangedaan als een molensteen om de hals maar als een gave die ons vreugde geeft. Die gave is hij zelf.

Het hart is de kern. In tijden van aanvechting is het goed om weer terug naar de kern te gaan. Dan is het niet het ergste wanneer het minder wordt: minder middelen, minder geld, minder voorganger. Dat is niet leuk maar het kan ook een kans zijn om de hartklop weer te horen en de vreugde te hervinden. Loslaten is een kunst die nieuw leven kan geven.

Terug naar de kern geeft ook openheid. Openheid om de kerk te zien opschieten op plaatsen waar we het niet verwachten en in vormen die verrassen. Waar twee of drie in de naam van de Heer bijeen zijn, daar is Hij in hun midden. Dat kan op tijden en in vormen die aansluiten bij mensen van vandaag. Het gaat er om dat de hartklop van God weer hoorbaar wordt voor mensen in onze samenleving. En niet smoort in een kerkelijk bedrijf. Dat vraagt ook om eerlijke getuigen, die spreken waar het hart vol van is.

Openheid mag er ook zijn om te zien dat we deel zijn van de wereldkerk. We zijn te vaak benauwd en provinciaal en draaien rondjes om onze eigen verworvenheden of verlegenheden. Intussen is de kerk nog nooit zo internationaal en wijd verspreid geweest als vandaag. Iets zien we daarvan terug in eigen land, in migranten die hier met overtuiging christen zijn. We willen kerk zijn met hen. En met andere christenen. Op het grondvlak spelen kerkmuren voor velen geen rol meer. Bovendien zijn we elkaar gegeven in een gezamenlijke missionaire roeping.

De kerk is een samenleving die in Gods naam open staat voor iedereen. Het is de plaats waar we de soms moeilijke les leren elkaar te aanvaarden als broeders en zusters naam. Zonder al te grote woorden zijn we geroepen de hoeder van onze broeder te zijn, van de mensen die God op onze weg plaatst. Wie Gods hartklop heeft gehoord, weet dat het vooral klopt voor mensen die in de marge terecht gekomen zijn. Kerk is diaconie. Samen met bondgenoten dragen we zorg voor elkaar en anderen. En zoeken we naar het goede leven. Tegen de waan van de idee van de maakbare samenleving en voor een bestaan dat weet heeft van het leven als gave en de kunst van de overgave.

Arjan Plaisier


Dr. A.J. Plaisier is scriba van de generale synode. Deze column verscheen eerder in Kerkinformatie.

De hartslag van het leven – door Janneke Nijboer

Wat inspireert mij uit de visienota? is de insteek voor deze column. Inspiratie ontspringt daar waar mijn hart geraakt wordt, waar het hart overslaat van blijdschap, herkenning, meeleven, ontferming… Het gaat in deze column over mijn persoonlijke verhaal. Wie ben ik? Waar in het visiestuk slaat mijn hart over en begint mijn inspiratie?

Ik zal me eerst maar eens voorstellen. Mijn naam is Janneke Nijboer, dominee in Breda, missionair in de pioniersplek Noorderlicht, buiten de kerk #eChick met een heilige missie. Vrouw van een man, waar ik veel van hou, stiefmoeder en moeder. Ik ben een kind van mijn ouders, een kind van God.

Wat me raakt in de nota is de eerlijke toon. Pijn, verdriet om wat niet meer is in kerk wordt benoemd. Er is erkenning voor de stand van zaken, die in veel kerkelijke gemeentes niet rooskleurig is. In mijn geliefde kerk is er achteruitgang in mensen, financiën en betrokkenheid.

Eerlijk ook wordt de verlegenheid benoemd. Er is een tijd van stamelen en zelfs zwijgen geweest in de kerk. Huiverig geworden voor elke ferme uitspraak over God.

Continue reading