Handboek diaconiewetenschap

Drs. Hub Vossen is Aalmoezenier Sociale Werken van het Bisdom Roermond en medewerker van de Dienst Kerk en Samenleving. Hij gaf deze lezing tijdens de presentatie van het handboek Diaconaal doen doordacht.

Ik mag op deze dag waarop Diaconaal doen doordacht, het derde Handboek diaconiewetenschap, gepresenteerd wordt, enkele opmerkingen maken. Daarbij wil ik ook kijken of dit boek ons, diaconale werkers in de praktijk, verder brengt in het diaconale doen.

Het diaconale werk in Limburg

Allereerst wil ik kort iets vertellen over ons werk in Limburg. Uitdrukkelijk zeg ik ons. Ik heb samen met mijn collega, Marielle Beusmans, het handboek diaconiewetenschap tijdens de kerstdagen gelezen.

We werken in het bisdom Roermond vanuit de Dienst Kerk en Samenleving. Ons werk staat in een lange traditie van aalmoezeniers van Sociale Werken. Aan het begin van de vorige eeuw, vanuit de encycliek Rerum Novarum begonnen in de Oostelijke Mijnstreek en rondom de opkomende industrie in Maastricht. Met uitdrukkelijk oog en oor voor mensen in een kwetsbare positie. Priesters die in de arbeidersbuurten van Maastricht en bij de toenmalig opkomende mijnindustrie in Heerlen, Kerkrade aan de slag gingen. Samen met mensen probeerden zij antwoorden te vinden op de grote sociale en maatschappelijke noden. Ze deden dat vanuit het kerkelijk perspectief van die dagen en in het licht van de toenmalige ontwikkelingen. In de loop van de vorige eeuw heeft deze dienst steeds op een andere manier antwoord proberen te geven op de teken van de tijd. Nu is de dienst uitdrukkelijk betrokken bij de sociaal-maatschappelijke vragen die spelen in deze provincie. We zijn actief, als geestelijk adviseur in de Limburgse vrouwenorganisaties, bij de LLTB (Limburgse Land- en Tuinbouw Bond), LWV (Limburgse Werkgevers Vereniging), KBO (Katholieke Bond Ouderen). We zijn betrokken bij vluchtelingenproblematiek (Vluchtelingenmaatje), SchuldHulpMaatjes projecten, bij projecten rondom detentie en kerken met stip. Als adviseur betrokken bij buurt- en wijkpastoraat en inloophuizen in parochies en dekenaten. Als Dienst zitten we in de haarvaten van de Limburgse samenleving.

Dus de voorbeelden die in dit boek beschreven zijn, zijn voor ons niet onbekend. Ze riepen op vele momenten herkenning op rondom de zoektochten en de opgedane pijnpunten. Maar we lazen ook de vreugdevolle momenten als projecten laten zien dat ze van betekenis zijn, ondanks dat de opstart van projecten vaak veel zweet en mogelijk ook tranen kost.

Over die voorbeelden, dat tweede deel willen we hier niet veel opmerken. Hooguit dat het af en toe misschien wat breedsprakig beschreven wordt, maar het zijn mooie documenten die als voorbeeld kunnen dienen om nieuwe projecten over de streep te trekken. Het gaat daarbij om concrete leermomenten met een analyse van de situatie, methodische beschrijvingen en theologische overwegingen om te komen tot een hulpverlening of opzet van een project. Hooguit is het goed om op te merken dat voorbeelden over het algemeen vrij binnenkerkelijk zijn.

Theologische doordenking is praktisch ingestelddiaconaal doen doordacht

Kijkend naar de theologische doordenking, en daarvoor zitten we hier als diaconaal werkers en theologen bij elkaar, dan kunnen we concluderen dat het een praktisch handboek is. Praktischer dan de voorgaande delen. Maar we moeten die voorgaande delen ook niet wegdenken. Er wordt voortgebouwd op materiaal dat al beschreven is. Dit derde boek is daarmee ook meteen een verrijking voor ons werk, enerzijds door het bij elkaar zetten van enkele fundamentele uitgangspunten (in deel 1 van dit boek). En dit nieuwe boek gaat een stap verder. Het wil een methodologische verdieping zijn; kijken en analyseren wat er in de praktijk gebeurt. Er worden inzichten en perspectieven aangereikt die ons verder kunnen helpen in het ontwikkelen van diaconale plannen vanuit het fundamentele gezichtspunt dat diaconie/diaconaat wezenlijk is voor het kerkzijn in onze samenleving.

Binnen en buiten perspectief

Herkenbaar zijn de gezichtspunten die door het boek heen rondom de praktijkvoorbeelden aangereikt worden. Gezichtspunten vanuit een binnen- en buitenperspectief op diaconie en kerk-zijn. Maar ook het perspectief van mensen in nood. Zijn ze object van ondersteuning of subject. Het zijn zeer herkenbare vragen in ons werk.

Zoals ik al aangaf zijn we in Limburg in de haarvaten van de samenleving actief. We komen vele groepen tegen. In ons adviseringswerk binnen organisaties is het vaak moeilijk om over kerk te spreken. Om vragen theologisch te duiden. We merken steeds weer dat kerk voor heel veel mensen afgedaan heeft. Geen betekenis meer heeft. Bij heel veel organisaties waarbij we betrokken zijn, is in de afgelopen decennia de ‘K’ helemaal verdwenen. Vaak zonder veel discussie. Mensen zijn betrokken bij organisaties omdat ze al vele jaren betrokken waren. Motivatie om lid te zijn van een club is vaak gericht op persoonlijk welbevinden en zeker niet op de kerkelijke afkomst. Men komt voor een koffie-uurtje, voor de gezelligheid. Om concrete zaken aan te pakken. De een blijft intern gericht een ander treedt naar buiten. Het geruisloos verdwijnen van de ‘K’ binnen veel organisaties heeft te maken met heeft te maken met het kerkbeeld van mensen, hoe pastores hen in het verleden opgevoed hebben. Veel van het vrijwilligerswerk, ook het kerkelijke en diaconale vrijwilligerswerk, is verworden tot een verrijking voor jezelf!

In onze contacten met sociaal-maatschappelijke organisaties wordt in eerste instantie vreemd opgekeken waarom de kerk zich met sociaal-maatschappelijke vragen bezighoudt. Waarom moeten we zo nodig betrokken zijn bij het vraagstuk van schulden, detentie, bij levens- en zinvragen van jongeren, bij de discussie van ‘voltooid leven’ bij ouderen. Wat heeft de kerk daarmee van doen? Kerk is iets voor de zondag en voor een groep ‘ouden-van-dagen’.

Vervolgens waardeert men hoe wij werken. Waardeert men onze open houding, ons creatief meedenken en betrokkenheid bij de vele sociaal-maatschappelijke vraagstukken die in de Limburgse samenleving spelen. Hoe we verbindend aanwezig zijn, oog en oor hebben voor kwetsbare medemensen en met hen op pad zijn.

Aan de andere kant bemerken wij dat mensen die nog randkerkelijk zijn ook weer geraakt zijn door onze huidige paus Franciscus. Vanuit die concrete betrokkenheid die ze bij Paus Franciscus zien, zich ook inzetten binnen diaconale projecten in hun lokale omgeving. Op verschillende plekken zijn in de afgelopen jaren in Limburg nieuwe kleinschalige diaconale groepen opgezet. Zijn mensen enthousiast geraakt om zich te verbinden met kwetsbare medemensen. Het gaat daarbij over het algemeen om mensen die aan de rand van de kerk stonden. In het diaconale vrijwilligerswerk binnen SchuldHulpMaatjes, Exodus, Vluchtelingenmaatje weer stilstaan bij vragen rondom de diaconale spiritualiteit, waarom men iets doet.

Verder constateren we dat van deze mensen vaak een bovenmenselijke inzet gevraagd wordt, waarbij een professionele houding, scholing en eisen gesteld worden. Vrijwilligers zijn vaak betrokken bij zeer complexe problematieken. Wij durven te stellen dat onze participatiesamenleving veel vraagt van vrijwilligers. Zeker bij complexe en zeer ingewikkelde vraagstukken waar we in de diaconale praktijk steeds vaker bij betrokken worden. Al met al wordt onze samenleving, voor alle mensen, steeds complexer.

Kerk en samenleving uit elkaar

Hoe zit dat nu in de parochies? Wij bemerken dat parochies vaak geen zicht meer hebben op wat er werkelijk in hun directe nabijheid speelt. De kloof tussen de actief kerk-betrokken kerkganger en mensen die aan de rand van de kerk of buiten de kerk staan is enorm. Men weet vaak niet wat er in de directe omgeving speelt. Hoe verbanden lopen, welke maatschappelijke ontwikkelingen spelen.

In Maastricht wordt in 2018 in mei en juni de zeven-jaarlijkse heiligdomsvaart georganiseerd. Thema van dit jaar is ‘Doe goed en zie niet om’. Dit thema werd door, de twee jaar geleden overleden, deken Hanneman bedacht. Hij wilde dat de komende heiligdomsvaart niet alleen een culturele happening zou worden, maar ook een daadwerkelijk diaconale inbedding zou vinden in de Maastrichtse samenleving, met een concrete doorwerking nadien. ‘Doe goed en zie niet om’ is een diaconaal thema bij uitstek zou men denken. Ik werd al vroegtijdig gevraagd om mee te denken en plannen te ontwikkelen. Ik heb er in pastores beraden uitgebreid over gesproken. Handvatten aangereikt hoe je in de binnenstad parochies van Maastricht dit diaconale thema ook na de heiligdomsvaart verder kon uitvoeren. We hebben gekeken naar vragen die hier spelen en bemerkten al snel dat de binnenstad van Maastricht bewoond wordt door vaak alleenstaande ouderen en studenten. De actieve kern van deze parochies eigenlijk bestaat uit welgestelde kerkbetrokkenen die elders in de stad of regio wonen. Vervolgens heeft men geen beeld van wat er werkelijk speelt in en rondom de binnenstad of de randwijken van Maastricht. In een verkenning van de sociale kaart van de binnenstad werd duidelijk dat de problematiek van eenzaamheid en sociaal isolement groot is, en armoede hier amper speelt. In het opzetten van een diaconaal plan werd nagedacht om ingangen te krijgen bij de inwoners van de binnenstad. Zo kwamen we al snel in contact met het landelijke project HIP (Hulp in Praktijk). Dit project van het koppelen van hulpvragers en hulpgevers werd omarmd. Maar nu e.e.a. concreet ingevuld moet worden, parochies ook actief betrokken worden bij dit project, is er huiver. Aan de andere kant zie je organisaties vreemd kijken nu parochies met dit project aan de slag gaan.

Ik bemerk hoeveel moeite ik moet doen om dit diaconale thema bij pastores, kerkbesturen en actieve groepen van parochianen bespreekbaar te krijgen. Om e.e.a. ook concreet handen en voeten te geven. Binnen de kerkelijke gremia wordt snel gekeken naar de lokale overheid en sociaal-maatschappelijke instellingen om de taken die we benoemd hebben op te pakken. Menigeen heeft volgens mij diep in zijn/haar hart eigenlijk zoiets van: ‘dat horen wij niet op te pakken, dat is geen taak van de kerk. Met die activiteiten krijgen we niet meer mensen in de kerk.’

Diaconie, omzien naar de ander, wordt niet als een van de kernpunten van het kerkelijk leven gezien. De theologische doordenking en betekenis is voor pastores en actief kerkbetrokkenen afwezig. Daarom is het goed dat in dit boek bij al die projecten theologische visies besproken en benoemd worden.

Diaconale praktijk door dit handboek ondersteund

Wij kunnen nog meerdere voorbeelden aandragen van projecten waar we in ons dagelijks werk bij betrokken zijn en in dit boek concrete handvatten aangereikt worden om de diaconale taak van de kerk op te pakken.

Wel vragen wij ons af; waarom kunnen wij, pastores, theologen, zo moeilijk woorden geven aan ons werk? Heeft het te doen met verlegenheid? Durven we binnen onze kerk niet goed meer te spreken over de kern van het diaconale werk? Dat diaconie een van de wezenskenmerken van onze christelijke kerken is. En buiten de kerk, zijn we vaak ook bang om het katholiek of christelijk sociaal denken breed uit neer te zetten. Om te laten zien dat wij geloven in een samenleving waar gewerkt wordt aan een goede samenleving, vanuit kerngedachten als subsidiariteit, solidariteit en de waardigheid van het menselijk leven.

Wat hebben we in de diaconale praktijk van alle dag aan dit boek? Voor het werkveld, maar zeer zeker ook voor ons als diaconale pastores en theologen is dit derde handboek diaconiewetenschap een verrijking. Een verrijking voor onszelf, het zet een aantal zaken bij elkaar, en reikt nieuwe handvatten aan. We kunnen daarbij denken in ons werk en we kunnen die handvatten ook toetsen aan de concrete praktijk.

Dit boek is voor mijn studenten aan het seminarie van Rolduc, waar ik diaconie doceer, een praktisch voorbeeldboek. Het geeft hen zicht op de veelheid van diaconale praktijken in Nederland en zet compact en overzichtelijk de diaconale theorie bij elkaar. En we zullen het gaan gebruiken in de Diaconale Werkers in Limburg (Dweil), een gespreksgroep van pastores en diakens rond diaconie in Limburg.

Drs. Hub Vossen

N.a.v. Diaconaal doen doordacht / Hub Crijns (red.) / Uitgeverij Kok / als gebonden en als e-book

Meer actuele boeken over diaconaat:

[huge_it_portfolio id=”12″]