BijbelChristendomGeloofIsraëlJezusReligieTheologie

‘Ben ik te naïef over de Islam?’ – Bernhard Reitsma reageert op lezerscommentaar

In mei jl verscheen mijn boek Kwetsbare Liefde. De kerk, de islam en de drie-enige God. Daarop is veelvuldig gereageerd. Op 7 december a.s. (13.30 – 16.30) vindt er een symposium plaats aan de VU georganiseerd door het HBCRET in samenwerking met de leerstoel De kerk in de context van de islam en Boekencentrum uitgevers. Sprekers zijn Willem Maarten Dekker, Marianne Moyaert,Yaser Ellethy en Marzouk Aulad Abdellah. De auteur zal op de bijdragen reageren.

Meer Informatie en aanmelding op deze site.

In de reacties op mijn boek tot nu toe, komen een aantal kernvragen terug.

  1. De vraag naar de donkere kant van de islam. Is Reitsma niet veel te (naief) positief over de islam?
  2. De vraag naar het gebruik van geweld in het indammen van het kwade in de islam. Heb je niet toch geweld nodig om christenen te beschermen?
  3. De vraag naar de missionaire roeping van de kerk in de context van de islam. Staat Reitsma nu voor missie of dialoog?
  4. De vraag naar lijden en vervolging. Is Reitsma niet veel te laks over christenvervolging?
  5. De vraag naar de contextualiteit. Zijn er wel moslims die Jezus gaan volgen en in hun culturele en religieuze context willen blijven?

 

  1. De donkere kant van de islam?

Ben ik niet te naïef over de duistere kant van de islam? Ik heb mijn boek niet geschreven als islamoloog, maar als theoloog. Het is dus geen beschrijving van de islam of een analyse van wat de islam nu precies inhoudt. Het boek gaat over de vraag hoe de christelijke gemeente zich zou moeten verhouden tot de islam. Anders gezegd, als volgeling van Jezus Christus wil ik weten wat God van mij vraagt in de relatie tot moslims en de islam. Natuurlijk staat dat niet los van wat de islam is. Alleen, de werkelijkheid van de islam vandaag is enorm divers. Er zijn hele democratische vormen van islam, er zijn hele constructieve stromingen binnen de islam. Er zijn echter ook zeer negatieve, gewelddadige en bedreigende bewegingen binnen de islam. Daarover ben ik in mijn boek heel duidelijk. Ook over extremistische moslims, die christenen vervolgen en aanslagen plegen. De vraag welk van die stromingen de echte islam vertegenwoordigt, kan ik als buitenstaander niet beantwoorden. Ik stel slechts dat het extremisme door klassieke geschoolde geestelijken binnen de islam wordt veroordeeld als niet islamitisch (Eng: open letter to Al-Baghdadi, Ne: open brief aan Baghdadi). Ik erken tegelijk, dat extremistische groeperingen zich ook op de koran en de islamitische traditie beroepen. Dat is de wereld waartoe ik mij als christen moet verhouden.

Het gaat mij dus om een christelijke reflectie, een bijbels-theologisch kader, dat de christelijke gemeente kan helpen om in een diversiteit aan contexten haar positie te bepalen. In de context van oorlog, vervolging en extremisme zal dat zich anders vertalen, dan in de democratische rechtsstaat in Nederland. In Saudi Arabie is dat weer anders dan in Egypte, Gambia of Indonesie. De sociale context van democratische, liberale of klassiek orthodoxe moslims verschilt fundamenteel van die van Wahabitische moslims of van IS. Maar uiteindelijk geldt in elke situatie, dat mijn reactie niet principieel bepaald zou moeten worden door de context, maar door wat God in Christus van mij vraagt in die context.

 

  1. Kruis en zwaard?

Kun je zonder geweld het kwade indammen? Rentier stelt (recensie evangelie-moslims) dat recht en gerechtigheid niet zonder het zwaard in stand kunnen blijven en dat ik het ongepast zou vinden om net als de apostelen in Handelingen de macht van de overheid te gebruiken om vrijheid en recht van bestaan zeker te stellen. Ik vraag me af waar Rentier dat in mijn boek vindt. Expliciet verwijs ik naar de overheid die het zwaard draagt om het kwade in te dammen (p. 210). Kwetsbare liefde

Het enige dat ik daar aan toevoeg is dat als de overheid haar God gegeven roeping verzaakt, de christelijke gemeente niet de plaats van de overheid mag innemen. Dat is dus geen klassieke karrikatuur, maar een klassiek onderscheidt in de christelijke traditie, tussen kerk en overheid. Ook Luther maakte dit punt in de tijd dat de Ottomaanse moslims oprukten in Europa. Luther stelde, dat de keizer natuurlijk geroepen is zijn onderdanen te beschermen tegen de oprukkende Turkse legers; maar de kerk heeft een andere roeping. Kruistochten waren voor Luther uit den boze, letterlijk.

Overigens merk ik daarbij op, dat de overheid volgens de Bijbel niet de roeping heeft om vrijheid en geluk te garanderen; de taak is vooral het indammen van het kwade. Tot het Koninkrijk van Jezus ten volle doorbreekt, kan zij ook niet meer doen. Zij kan de gerechtigheid van het Koninkrijk van God niet dichterbij brengen.

Dat dit alles in de praktijk – althans in oorlogs en vervolgingssituatie als in Syrie en Irak – tot duivelse dilemma’s leidt, moge duidelijk zijn. Dat maak ik meer dan voldoende duidelijk (p. 211). Mijn punt is, dat de kerk geroepen is het Koninkrijk van Christus te weerspiegelen, dat zichtbaar wordt aan het kruis in de zelfopofferende liefde van Jezus Christus.

Betekent dit dan, dat christenen niet mogen dienen in overheid, leger en politie? Dat is in ieder geval uit mijn boek niet af te leiden. Een dergelijke visie zou ook iets hypocriets kunnen krijgen, namelijk dat je anderen, die geen christen zijn, laat doen, waar je zelf op tegen bent.

 

  1. Missie of dialoog?

Er spreekt een zekere ambivalentie uit verschillende kritieken. Enerzijds stelt Rentier dat ik terughoudend ben als het gaat over de missionaire opdracht van de kerk, dat ik mijn eigen traditie relativieer en dat ik niet vrijmoedig en enthousiast met moslims over Jezus wil spreken. Anderzijds zoek ik volgens Jaap Kraan de dialoog met moslims niet, omdat ik al in de titel benoem dat God voor mij de drie-enige is; anders gezegd, dat ik belijd dat God zich in Jezus Christus ten volle heeft geopenbaard (lees hier de reactie van Kraan). En Enis Odaci vond na een eerste lezing van het boek dat ik theologisch klare wijn schenk en voluit voor de protestantse verlossingsleer sta (lees: odaci interreligieuze dialoog).

 

Hoe zit dat dus? Om te beginnen is één van mijn (vijf) conclusies dat de christelijke gemeente kwetsbaar missionair moet zijn. Anders gezegd, de gemeente van Christus getuigt dat God zich in Christus ten volle heeft geopenbaard, en dat het nieuwe leven in Hem, door kruis en opstanding, is gerealiseerd. De gemeente getuigt daarvan in woord en daad, als een way of life. De gemeente getuigt ook door middel van de christelijke theologie, in het gesprek en debat met moslims. Wat ik daaraan toevoeg is, dat dit kwetsbaar is. Bekering kan niet worden afgedwongen, ook niet met argumenten. Christenen spreken door de Heilige Geest met gezag of autoriteit, maar niet met macht. Binnen die kaders van getuigen heeft de ander altijd de vrije keuze Gods genade te ontvangen of af te wijzen. Dat is de essentie van het Evangelie van het kruis.

In die zin relativeer ik dus op geen enkele wijze mijn eigen traditie, zoals Rentier stelt. Vanaf begin tot einde is mijn boek een verhaal over Gods bedoelingen met deze wereld, zoals die in Christus uiteindelijk in volheid gerealiseerd zijn. Ik relativeer niets van de grootheid van de Schepper, de ernst van de gebrokenheid wereld en haar opstand tegen God of de absoluutheid van het nieuwe leven van God in Christus, door kruis en opstanding. Het is dan ook bijna onethisch als Rentier beweert, dat het kruis van Christus in mijn boek geen grote rol speelt. Heeft hij het over hetzelfde boek als dat ik geschreven heb? Als je mijn interpretatie van christendom en islam namelijk recht wilt doen, dan zul je moeten erkennen dat bij mij alles draait om Christus en dan in het bijzonder op het kruis. In Christus zien we niet alleen oplichten wie God is, maar ook wat zijn bedoelingen met de schepping zijn. En in Hem realiseert God door kruis en opstanding, zijn bedoelingen vanaf het begin, omdat God aan het kruis afrekent met zonde en dood, met alles wat zijn schepping ontwricht, met elke opstand tegen Hem.

 

Zoek ik daarmee geen dialoog meer met moslims? Dat hangt af van de definitie van dialoog. Volgens Nieuwwij zoek ik de dialoog vanuit een christelijke basis. In een interview door Enis Odaci komt dat haarfijn aan de orde (lees het interview hier). Dialoog ontkent niet, dat moslims en christenen (en joden) verschillend denken over Jezus, Mohammed en verlossing; het gesprek begint bij die verscheidenheid. De uitdaging is om relaties te bouwen, juist als we op fundamentele punten verschillend denken.

  1. Lijden, vervolging en lijdelijkheid?

Ben ik terughoudend over christenvervolging? Die vraag stelt Prosman in een artikel dat nogal grote stappen maakt (wees niet zo lief over de islam, Martijn Leeftink reageert hierop: reactie op prosman). Staat mijn visie op vervolging van christenen uit het lood? In het hoofdstuk over lijden en vervolging analyseer ik waar we het precies over hebben als het gaat over lijden en vervolging. Dat is niet onbelangrijk, omdat het begrip ‘vervolging’ een interpretatie is van lijden en geen neutrale beschrijving. Maar dan moet je dus wel helder kunnen definiëren wat je bedoelt. Niet elk lijden van christenen in de wereld is vervolging. En als je dat probeert te ontrafelen, dan is dat nog niet zo eenvoudig. Daarnaast laat ik zien, dat vervolging niet alleen christenen treft, maar ook niet christenen, inclusief moslims. Dat is relevant wanneer we lijden en vervolging proberen te duiden in het licht van de Bijbel. Dat is wat ik vervolgens doe en mijn conclusie is, dat het bij de aard van de christelijke gemeente hoort, dat zij in de wereld lijdt. Het nieuwe leven dat Christus geeft, botst met de zondige en gebroken wereld waarin wij leven. Daarom lijden christenen. Misschien is de situatie van de Westerse kerk wel onnatuurlijker dan die van de vervolgde kerk. Dat ook moslims vervolgd worden is dus geen relativering van het lijden van Christenen, ontkent ook niet, dat dit te maken heeft met een bepaalde lezing van de koran en de traditie. Dat is helder. Daarmee is overigens het lijden van moslims die door moslims vervolgd worden niet minder erg dan het lijden van christenen door moslims. Het vraagt alles wel een hernieuwde doordenking van het lijden van christenen. Dat doe ik in hoofdstuk 9.

Ook als lijden bij het dna van de gemeente hoort, mogen we dat lijden nog steeds bestrijden. Het is expressie van het kwade in deze wereld en niet zoals God het bedoeld heeft. Binnen de mogelijkheden van de wet en de overheid zoekt ook de gemeente van Christus naar het bestrijden van onrecht en kwaad. Daarom is mijn visie ook niet ‘lijdelijk’ bedoeld, zoals Marijke Laurense dat voelt (recensie trouw). Wel maakt het bewust van het feit dat het kwade pas bij de wederkomst van Jezus volkomen uit de wereld verdwijnt. Dat geeft tegelijk passie om vol te houden in het lijden en om hen die lijden pastoraal en profetisch te ondersteunen.

 

  1. Contextualiteit: moslims die Jezus volgen?

Als moslims Jezus gaan volgen, worden ze dan christen en nemen ze dan de westerse vorm van christendom over? Of juist niet? En kunnen ze ook in hun eigen context Jezus volgen? Volgens Rentier hebben de meeste bekeerlingen er moeite mee om binnen hun eigen context te blijven en zien zij een dergelijke vorm van contextualisering als een westerse knieval voor de islam die hen alleen maar meer in de problemen brengt. Dergelijke moslims volgen Jezus maar worden geen christen. Wat Rentier hier zegt, gaat op voor een deel van moslims die Jezus gaan volgen, maar zeker niet voor allen. Het is belangrijk om hier nog eens te onderstrepen dat het woord ‘christen’ in veel islamitische landen een heel andere lading heeft dan ‘volgeling van Christus’. Het roept vooral beelden op van westers kolonialisme, van sexuele immoraliteit en van onbetrouwbaarheid. Daarom noemen veel moslims die Jezus gaan volgen zich geen christen, maar volgeling van Jezus. Er zijn vele moslims vandaag die proberen in hun eigen culturele context vorm te geven aan het volgen van Jezus. Misschien dat Rentier hen niet ontmoet, maar ze zijn er wel degelijk. Er is een grote verscheidenheid onder hen, in hoe men het volgen van Jezus gestalte geeft. Maar bij allen staat het nieuwe leven door Jezus Christus en zijn kruis en opstanding centraal.

 

Tot slot. Ik ben kritisch op het christendom; dat klopt. Dat heeft ook te maken met mijn eigen ervaringen. Wat mij – in negatieve zin – diep geraakt heeft, is hoe het christendom in de geschiedenis zoveel heeft kunnen laten zien dat haaks staat op het Evangelie. Natuurlijk zijn er prachtige dingen die uit het christendom zijn voortgekomen, maar niet alleen. Dat christenen in Libanon zo’n 2000 oude mannen, vrouwen en kinderen in koelen bloede kunnen vermoorden, daar kan ik niet bij. Dat christenen in Srebrenica 8000 mannen kunnen executeren, daar kan ik niet bij. Ik oordeel daar niet over en – zo erken ik in mijn boek – ik weet niet hoe ik zou reageren als ik vervolgd of verdreven wordt. En toch, verklaart dat alles? Dat zit bij mij diep en kleurt mijn denken. En daardoor raken zaken misschien wel uit het lood. Maar misschien is het ook wel zo, dat dit soort zaken het hele christendom als geheel uit het lood trekken. Ik wil dat moslims zien wie Jezus is. En daarom moet ik als christen nadenken over wat er van het christendom geworden is. En hoe we iets van de liefde van Christus kunnen laten proeven in een gebroken wereld. Dat is kwetsbaar, maar zo is liefde.

 

1 reactie

  1. Kees Haak
    28 november 2017 om 03:19 — Beantwoorden

    Beste Bernhard,
    met veel emotie en instemming lees ik je blog. Emotie, omdat wij hier (momenteel werken we in Malang, Oost-Jawa, Indonesia aan een South-East Asian Bible Seminary) best wel gevoel hebben gekregen van een minderheidskerk in een dominante islam-wereld, en tegelijk (met veel chinese christenen om ons heen) de pijn van achteruitstelling van christenen in deze wereld, zie Ahok in gevangenis. Je wordt dus eerder kwaad dan dat je over kwetsbaar gaat spreken, vandaar mijn emotie die juist door jouw woorden wordt omgebouwd tot nederigheid en eerder het om Christus’ wil maar accepteren van onrecht. Hoe moeilijk is dat voor (westerse) christenen die altijd aan het stuur zaten van de maatschappelijke inrichting. Instemming, omdat ik merk hoe zorgvuldig jij het evanglie wil verstaan en oog hebt voor de kwalijke imago dat christen zijn heeft opgeroepen. Hier in Indonesia nomet met het christelijke geloof eerder landverraad en ‘Nederlandse godsdienst = agama Belanda’.
    Wij staan op het punt even voor enkele weken naar Nederland te gaan, maar weten niet of onze vlucht vanuit Bali op vrijdag as. wel zal doorgaan ivm de Gunung Agung die vuur spuwt. Vandaar dat ik me ook nog niet heb opgegeven voor het symposium, en wellicht worden we door andere zaken opgeslokt, zoals dat altijd op verlof gaat. Hoe dan ook: houd de rug recht, in kwetsbaarheid om de vragen te beantwoorden, en tegelijk te bemoedigen (en mogelijk te vermanen!) als christenen ons te verhouden tot de islam, beter gezegd: tot de diverse individuele moslims (m/v). Salam & berkat,
    Kees

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *