Maatschappij

Apokalypstekst als opzwepende rap

Marc MuldersMarc Mulders baarde als landelijk bekend kunstenaar opzien door uit de katholieke kerk te stappen. De christelijke waarden blijven voor hem evengoed leidend. Hij zette zijn zorgen over de wereld van nu en zijn kijk op ontstaan, bloei en vergankelijkheid om in een fraai vormgegeven glossy over de Apokalyps.

OOSTELBEERS – Bij een glossy blad denk je niet direct aan een tijdschrift gewijd aan het vergaan van de wereld, zoals de apostel Johannes dat ooit voorspelde in het laatste bijbelboek ‘Apokalyps’. Toen de Oostelbeerse kunstenaar Marc Mulders werd gevraagd om een glossy te maken voor Meinema, uitgeverij van religieuze publicaties, twijfelde hij echter niet om dit onderwerp aan te pakken. Het resultaat is een fraai vormgegeven blad, waarin hij de Apokalypstekst omlijst met prachtige foto’s van de opkomst en vergankelijkheid van de natuur in ‘zijn achtertuin’, landgoed Baest.

Het is echter niet alleen doem en ondergang wat de klok slaat in de glossy, uitgerekend in dit jaar, 2012, waarin de Mayakalender ophoudt en het einde der tijden daar zou moeten zijn. Net als in de Bijbel is er een ‘happy end’, licht aan het eind van de tunnel. Gevierd religieus kunstenaar Mulders voelt zich niet te groot om zich klein op te stellen, te midden van het wonder dat ons omringt.  

door Rens van Ginneken

‘Ja, hoe is het zo gekomen?’, begint Marc Mulders, leunend op de keukentafel. ‘Meinema is een uitgever van boeken en tijdschriften met een religieuze inslag. Ze maken nu een serie glossy’s over Bijbelse thema’s. De vorige ging over Antoine Bodar, daar heb ik destijds een bijdrage aan geleverd. Vervolgens werd me door de uitgever gevraagd, of ik niet zelf een glossy wilde maken. Om dat over mij als persoon te laten gaan is natuurlijk absurd. Al snel kwam het idee om deze duistere periode, waarin we nu leven centraal te stellen. Daarmee heb ik de verbinding gemaakt naar het boek van Johannes, over het einde der tijden, de Apokalyps.’ Dat we in een duistere tijd leven staat voor Mulders buiten kijf. ‘Het consumentenvertrouwen is gedaald tot het nulpunt, hoge werkloosheid dreigt. Tekenen van het failliete idee, dat ons kapitalistisch systeem alleen werkt bij meer produceren en almaar de grenzen van het verstandige oprekken. We betalen daar nu de prijs voor, maar ook de natuur is slachtoffer. Vervolgens gebeuren er zaken die je als tekenen zou kunnen zien. Tsunami’s, plotselinge plunderingen in Londen, zwarte maandagen op de beurzen, Breivik als Apokalyptische ruiter? Bij wie moeten we nog terecht voor hoop en troost?

In de jaren ’60 dachten we hooghartig dat we Onze Lieve Heer onder de grond konden stoppen en dat we het zelf wel afkonden. Daarmee verloren we de mogelijkheid om het leven te ijken. Wat is het alternatief? Bij het overlijden van André Hazes staan met je aansteker omhoog? Een houseparty zien als kerkviering? Het geeft een bijzondere sfeer van samenzijn. Het komt in de buurt, maar je vergeet: waar is die andere, die zo lief en genereus is, dat je je daartoe wil verhouden? Daarbij is het essentieel de ander wezenlijk aan te raken, in de ogen te kijken en te beseffen dat je niets meer of minder bent dan een ander. Wij mensen zijn altijd geneigd te oordelen over een ander. Ik betrap mezelf er ook op dat ik bijvoorbeeld te snel een mening heb over Wilders.’ Mulders lijkt even te peinzen. ‘Jammer dat hij niet zo genereus is om te luisteren. Bij hem telt het recht van de sterkste en er moet een zondebok gezocht worden om de eigen zwaktes en angsten op te projecteren. Je moet je oordeel wel durven toetsen aan je eigen gedrag. Maar uiteindelijk is er maar één die aan de Poort mag oordelen. Ja, dan hebben de “slechteriken” wel iets uit te leggen natuurlijk.’

Weinig blingbling
De kunstenaar heeft ook iets uit te leggen. Hij vervolgt: ‘De maat neemt met ons een loopje. De maat is zoek bij de onzekere puber op het schoolplein tussen duizend medescholieren. Ze is zoek bij hoe we met onze slachtdieren omgaan, of in hoe we ons massaal werpen op Twitter of Facebook.’ Voor Mulders is deze glossy niet zozeer een aankondiging van het onafwendbare einde, als wel van hoopgeving op een zinvolle overgang naar een betere wereld. ‘Ik heb al veel werk gemaakt over het Laatste Oordeel, zoals een glas-in-lood raam gemaakt voor het Museum Catharijneconvent in Utrecht over dit thema. Het idee beïnvloedde al talloze kunstenaars, musici en filmmakers voor mij. Neem ‘Apocalypse Now’, van Francis Ford Coppola, of ‘This is the end’ van The Doors. Ook in Gothic muziek zie je het thema terug, of bij Johnny Cash. Ik wil met de glossy vooral laten zien, dat het niet ophoudt bij de laatste dag. Ik zie het als een transitie naar bloei en licht. Maar daarvoor moeten we wel eerst het duister en onheil doorstaan. Johannes schreef de Apokalyps ook vooral als hart onder de riem voor de door de Romeinen onderdrukte Christenen in die tijd. Je moet eerst door de ellende, om bij een zin-volle horizon uit te komen. Daarom is het tijdschrift bewust niet echt glossy gemaakt.’ We bekijken het tijdschrift, met prachtige detailfotografie van bloemen, paddenstoelen, slakjes die hij op Baest vond, soms als collagekunst samengevoegd met beelden van een huilende Maria bij haar Zoon, dieren in vlammen, fragmentenvan JeroenBosch. Mulders lacht: ‘Je ziet: het is weinig “blingbling”. Zelfs de ondergrond is goeddeels matzwart. Ik heb geprobeerd het vorm te geven als een muziekstuk. Mijn beelden zijn de melodie bij de Bijbeltekst. Niet minder dan een klaagzang aanvankelijk, maar het ontwikkelt zich naar euforie, van duister naar licht. Als je de tekst goed bekijkt is het bijna een opzwepende rap over duivelse taferelen, begeerte, culminerend in chaos en hoogmoed. Er volgt straf, de lucht klaart op, er komt een wezenlijk betere tijd.’

A-commercieel
Mulders prijst zich gelukkig met zijn woonomgeving. ‘Een oase van rust en groen, ingeklemd tussen Tilburg en Eindhoven. De bossen en het land zijn eigenlijk mijn atelier en ik ben enorm dankbaar dat ik hier mag vertoeven. Het is een “liveshow”, waarin je het hele spel van bloei en vergaan voorbij ziet komen, verteld door de bloesem, reeën die schichtig passeren, paddenstoelen die opkomen en afsterven. Dat vertelt mij ook over de gang van duister naar licht. Soms ben ik, als oorspronkelijk stadsmens, jaloers op de boeren. Zij weten van oorzaak en gevolg in de natuur. Waarom gedraagt een dier zich zo? Ik moet het door waarneming allemaal nog leren.’ Een geldelijk doel heeft Mulders niet met de glossy. Er staat ook geen enkele advertentie in. ‘Nee, je zou kunnen zeggen dat dit een totaal à-commercieel project is en voor amper zeven euro is het ook bereikbaar voor mensen die niet ruim bij kas zitten.’ Vanuit de geïnstitutionaliseerde geloofsinstellingen verwacht Mulders niet veel, in deze duistere tijd. ‘De katholieke kerk dreigt sektarisch te worden. Andersdenkenden en homo’s worden de deur gewezen. Liefde lijkt ingewisseld voor starre wet. Een sekte staat buiten de mensen: omdat ze altijd het gelijk claimen, is er geen gesprek meer mogelijk. Er is geen oog meer voor gewone mensen en de dramatiek van het echte leven. Daarom wil ik voorlopig ook niet bij die club horen. Alleen de Lieve Heer is mijn baas. De kerk heeft Zijn woord versjacheld!’, verklaart hij fel. Ook het CDA hoeft voorlopig niet op zijn sympathie te rekenen. ‘Als ik het Mauro-verhaal zie, of hoe Henk Bleker met onze natuur wil omgaan, dan herken ik daarin weinig christelijke waarden, zoals mededogen of goed rentmeesterschap.’ Hij concludeert over de glossy Apokalyps: ‘Het lijkt bijna bangmakerij, maar het is met goede bedoelingen gemaakt. Ik vind het mooi dat ik als kunstenaar soms aan de tijdszenuw mag voelen. Ik laat met mijn olieverfwerk ook “gewoon” mooie dingen zien natuurlijk. Zo volg ik een tweesporenbeleid en kan ik ook mijn verontrusting tonen.’ Hij kijkt over het rustieke landgoed en besluit lachend: ‘Het is belangrijk wezenlijk goed met mensen en de natuur om te gaan. Dus Bleker: lezen die Apokalyps!’