Geen categorieOverige

Dag 6 – Afscheidsmaaltijd


Lucas 22:14-20

‘Hij zei tegen hen: “Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt”’ (vs. 15).
Er is een sterk verlangen bij Jezus om dít pesachmaal met zijn leerlingen te eten. De tijd van lijden en sterven is aanstaande. Dit zal zijn laatste avondmaal zijn.
Als een Joodse vader neemt Hij een van de bekers met wijn en spreekt er de zegenbede over uit. Hij neemt een van de matzes – platte ongezuurde koeken – breekt er stukjes van af en deelt ze rond. Maar wat is nu het verrassende en nieuwe? Jezus betrekt het brood en de wijn op Zichzelf. ‘Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed.
Zoals dit brood gebroken wordt, zo zal mijn lichaam gebroken worden. Zoals deze wijn uitgegoten wordt zo zal mijn bloed vergoten worden.’
Voortaan zullen brood en wijn tekenen zijn die verwijzen naar Jezus’ offer aan het kruis. God heeft ons in Hem hét paaslam gegeven ter verzoening van onze zonden.
En iedere keer als we het avondmaal of de eucharistie vieren, worden we herinnerd aan dit nieuwe verbond met God (vgl. Jer. 31:31) dat door het bloed van Jezus werd gesloten. Dit gedenken we totdat Jezus, als de Mensenzoon, op aarde terugkomt. Dan zullen we met Hem het avondmaal mogen vieren in het koninkrijk van God. Wat een feest zal dat straks zijn!
Wat betekent het voor je om het avondmaal of de eucharistie te mogen vieren?

Bron: Jan Kronenberg, 40 x Lucas. Dagboekje voor de lijdenstijd, dag 19.