Pastoraat

Afscheid nemen

Margot Kässmann, de bekendste theologe van Duitsland op dit moment, sprak 26 januari 2013 in Amsterdam ter gelegenheid van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van haar boek ‘Midden in het leven‘ op een mini-symposium over ‘De midlife blues – het beste komt nog’.

De toespraak die ze hield hebben we opgenomen. We publiceren haar toespraak de komende weken in vijf delen van elk ca. 5 minuten. Elke video is voorzien van ondertiteling (kunt u aanzetten door te klikken op ‘het envelopje’ rechtsonder de video). Leest u liever? Dat kan, onder elke video treft u de uitgesproken tekst aan.

Aansluitend publiceren we de reacties van  Lodewijk Dros chef redactie Letter en Geest bij Trouw en Maartje Wildeman (predikant in de Protestantse Gemeente Oudemirdum Nijemirdum Sondel).

Onderstaande video is de vijfde video in de reeks.

Hieronder kunt u de tekst nalezen die Margot Kässmann in deze video uitspreekt:

Als we ouder worden en het midden van het leven bereiken, dan hoort daarbij dat we afscheid moeten nemen van dierbaren. Soms is het een afscheid na een lang gemeenschappelijk traject, waarbij het lukt om elkaar nabij te zijn in de wetenschap dat er nog maar weinig tijd is. Zo heb ik dat meegemaakt met mijn vriend Jan Kok. Maar een afscheid komt soms ook volstrekt onverwacht, zoals bij mijn schoolvriendin, die voor ons verborgen had gehouden wat er met haar aan de hand was. Dan kun je niet samen het laatste traject afleggen. Ik heb geleerd dat een bewust afscheid weliswaar pijnlijk is, maar desondanks verrijkend, voor degene die gaat, maar zeker ook voor degene die achterblijft.

Bijna twintig jaar lang kende ik Jan Kok[1], een mooi voorbeeld van een Duits-Nederlandse vriendschap. Toen duidelijk werd dat hij niet lang meer te leven had, heb ik hem een laatste brief geschreven. Ik kan gebeurtenissen en situaties vaak beter verwerken door ze op papier te zetten, in dit geval nadat we eerst een lang telefoongesprek hadden gevoerd. Jan heeft nog zijn toestemming voor publicatie kunnen geven. Hij overleed op 7 februari 2002.

Lieve Jan,

Zojuist heb ik de telefoon weer op de haak gelegd. Ik kan zien dat we een uur, 24 minuten en 12 seconden met elkaar gesproken hebben! Op het laatst klonk je heel moe…

Zoals gebruikelijk hebben we het over ‘God en de wereld’ gehad, ook in letterlijke zin: over jouw zonen en mijn dochters, over gezamenlijke vrienden, over Nederland en Duitsland, de Wereldraad van Kerken, de euro. We spraken Engels, waarbij ik af en toe teruggreep op Duits, en jij op Frans of Nederlands, als we daarmee iets duidelijker konden formuleren. Zo ging dat altijd in onze gesprekken, maar toch was het dit keer anders, omdat we allebei wisten dat het misschien wel de laatste of voorlaatste keer was dat we zo’n gesprek zouden kunnen voeren. En al jouw dapperheid kan niet verhinderen dat de tranen mij nu in de ogen staan. In je brief die ik vandaag kreeg, maar die volgens het poststempel al op 23 december in Genève is verzonden (waarom is die zo lang onderweg geweest?) schrijf je: ‘Mijn lichaam  begeeft het volledig. Mijn hoofd werkt nog uitstekend (nou ja, niet warriger dan het altijd al deed), maar mijn lijf, en met name mijn spieren, doen niet meer mee. Ik ben al 30 kilo kwijt.’

Omwille van de tijd kan ik de brief hier nu niet voorlezen. Hij gaat over een lange oecumenische vriendschap en over wat we met elkaar hebben beleefd. Hij eindigt als volgt:

Ik heb je aan de telefoon gevraagd of ik in het kader van zo’n project een brief aan jou mocht schrijven. Je vond het een geweldig idee: ‘Schrijf wat je maar wilt.’ Ik stuur je de brief voordat hij gepubliceerd wordt. Tenslotte ben jij de deskundige op het gebied van publiciteit en uitgeverij. Ik hoop dat de post dit keer sneller werkt dan bij jouw kerstbrief. Afgezien van een paar kaarten is het trouwens voor het eerst dat we elkaar schrijven. Op 21 maart word je 60 jaar; zie het als een vervroegde verjaardagsbrief.

En als we elkaar na dit leven weerzien, dan zou ik graag met jou en Marlin weer uitvoerig over een boekproject praten bij een goed glas wijn en een smakelijke maaltijd. Wie weet hoe het zal zijn, dan, als God alle tranen heeft afgewist? On verra, we zullen het wel zien. Tot dan, in liefdevolle vriendschap,

Je Margot

Ik kon niet bij de begrafenis aanwezig zijn, maar toen ik later nog een keer in Genève was, heeft Jans vrouw me zijn graf laten zien. Ik heb hem als vriend nog vaak gemist en ik ben dankbaar dat we zo open over zijn sterven konden praten. Onze vriendschap maakte deel uit van mijn geschiedenis met de Wereldraad van Kerken. Ik ben mijn kerk bijzonder dankbaar voor de mogelijkheid die ik kreeg om daar christenen uit de hele wereld te ontmoeten.

Hartelijk dank voor uw aandacht.

Deze toespraak bevat enkele passages uit het boek ‘Midden in het leven’ van Margot Kässmann, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 2012. Uitgegeven in samenwerking met de Stichting Lutherse Uitgeverij & Boekhandel. Oorspronkelijke titel: In der Mitte des Lebens. Vertaald uit het Duits door Mirjam Nieboer. ISBN 978 90 211 4329 3. Prijs € 16,90.



[1] Jan Kok, de zoon van uitgever J.H. Kok uit Kampen,werkte van 1973 tot aan zijn overlijden in 2002 als uitgever en directeur communicatie bij de Wereldraad van Kerken in Genève. Hij overleed op 59-jarige leeftijd.