GeloofTheologie

Ons gevoel en ons verstand…

Gesproken door dr. Wim Dekker bij de presentatie van Het kruislabyrint (André F. Troost)

Veel theologen schrijven boeken om zich al schrijvend een weg te banen door het struikgewas van hun eigen vragen en twijfels. Meestal zeggen ze dat er niet bij.  Als je hun boeken leest lijkt het alsof ze tamelijk objectief op zoek zijn naar antwoorden op oude en nieuwe vragen. De praktijk blijkt toch vaak anders. Na verloop van tijd herroepen ze wat ze eerder schreven of er komen heel nieuwe inzichten bij, hetgeen alles te maken heeft met nieuwe existentiële vragen die zich aandienden. Zo’n theoloog is André Troost niet. Hij heeft altijd open kaart gespeeld: ik schrijf omdat ik zelf verder wil komen in de grote vragen die me bezig houden. Neem me niet kwalijk als het nog niet helemaal af is: ik tob en zoek verder en als ik iets gevonden heb , kom ik wel weer terug.

Letterlijk staat het zo nergens, maar zo heb ik het wel verstaan sinds het verschijnen van zijn boek over het waarom van het lijden in 1993 en vooral ook sinds zijn twee boeken over de goddelijkheid van Jezus: Dat Koninkrijk van U en Engel naast God. In het boek dat nu  verschenen is, Het kruislabyrint komen de drie boeken weer terug. Het boek is geschreven in de vorm van een brief aan Sanne, de jong gestorven verloofde van de dominee, die nu met emeritaat gaat en zijn afscheidspreek gaat houden over de belijdenis van Thomas: ‘Mijn Heer en mijn God’.  (Joh. 20:28). Die afscheidspreek gaat over het thema van de laatste twee boeken, de figuur van Sanne dreef tot het schrijven van het eerste boek.

Zo schrijven met zo’n grote persoonlijke betrokkenheid en tegelijk  theologie bedrijven, waarbij je niet schuwt grote knopen door te hakken,  maakt kwetsbaar. Dubbel kwetsbaar zelfs. In de eerste plaats leg je in je geschriften je ziel bloot, waar anderen zomaar met hun klompen doorheen kunnen banjeren.   Maar dat overkomt natuurlijk ieder, die heel persoonlijk schrijft.   Dubbel kwetsbaar is het wanneer je tegelijk ook als theoloog schrijft. Je theologie heeft alles te maken met je persoonlijke ontwikkeling, maar tegelijk claim je  in theologische beschouwingen ook een bepaald gelijk. Daar kunnen anderen het dan terecht of onterecht mee eens of oneens zijn. In ieder geval grote kans, dat de dingen door elkaar gaan lopen. Grote kans dat je kritiek op theologische beslissingen moeilijk los kunt koppelen van onbegrip voor wat je hoogst persoonlijke worsteling was. Graag wil ik hier de wens uitspreken, dat het de schrijver en de recensenten beiden zal lukken hier het nodige onderscheid aan te brengen.

Als ik zelf mag proberen  een voorzet te geven, dan kom ik tot het volgende.

Ik heb zeer veel bewondering voor de manier waarop de schrijver inzicht geeft in zijn existentiële zoektocht. Hij verwoordt alle mogelijke vragen en twijfels die zo velen ertoe geleid hebben het geloof van hun kinderjaren vaarwel te zeggen. Die velen meenden vaak, dat dominees die vragen en twijfels natuurlijk niet hadden.  Was dat terecht? Hadden dominees het misschien te druk met al hun werk in de kerk om echt na te kunnen denken over de vraag waarom hun preken bij zoveel mensen niet meer overtuigend overkwamen, waarom dezen de mooie woorden eenvoudigweg niet meer konden geloven? Of waren ze bang  de moeilijke vragen toe te laten, omdat ze dit beroepshalve helemaal niet konden gebruiken?  Of was het anders, hadden ze de vragen waarop anderen afknapten wel verwerkt, maar durfden ze het gesprek niet echt aan te gaan uit angst voor miskenning door de orthodoxie? In Het Kruislabyrint wordt geen enkele vraag uit de weg gegaan. Of het nu gaat om het geloof in de Schepper versus evolutionisme of om de vraag of de religies van de mensheid inclusief het christelijk geloof  wellicht berusten op collectieve psychose. In de vele dialogen, die in het boek voorkomen kan ieder, die weleens diepe twijfel koestert aangaande het hele gebouw van de christelijke waarheden wel ergens zichzelf terug vinden. En nergens wordt hij dan gelijk weer af geserveerd met een christelijk apologetisch argument.  Soms wordt het zelfs zo spannend, dat je je afvraagt of de schrijver zelf nog grond onder de voeten overhoudt. Uiteindelijk blijkt dat wel zo te zijn, maar niet gevoel en verstand geven dan de doorslag, doch de wil.  Het is uiteindelijk een keuze of je je aan Jezus en zijn woorden durft toe te vertrouwen of niet.  Tegelijk geldt: als je die keuze maakt is dat een geschenk uit de hemel. De schrijver noemt het lied zelf niet, maar ik moest er sterk aan denken:

Ons gevoel en ons verstand,
zijn o Heer zo zonder klaarheid
als uw Geest de nacht niet bant,
ons niet stelt in ’t licht der waarheid.  (Lied 314)

Dit is dus de ene lijn van het boek en daar heb ik bewondering voor. Er is echter ook een andere lijn. Te midden van alle kwetsbaarheid waar  geloven voor staat lijkt het alsof er ook een pleidooi gevoerd wordt voor nieuwe duidelijkheid.  Dan gaat het met name om de klassieke belijdenissen van de kerk over de drie-eenheid en de twee naturen leer van Christus.  Hier pakt de schrijver de draad van zijn twee vorige boeken op en probeert toen gegeven kritiek te verwerken door meer en dieper gravende exegese van teksten, die met deze leerstukken te maken hebben. Omdat ik de vorige boeken ook  gelezen heb, heb ik verbanden kunnen leggen en gezien dat er belangrijke dingen worden opgemerkt over vooral Johannes 1, Johannes 10 en Openbaring 1. Leerzaam, maar ik denk niet zo interessant voor allerlei mensen, die in bredere zin de waarheid van het christelijk geloof betwijfelen en die ik het boek wel in handen zou willen geven. Eigenlijk zijn het twee boeken in één. Het ene boek gaat over geloven de twijfel te boven in de diepste zin van het woord. Het andere boek zoomt in op een punt, waar bij de schrijver ooit twijfel zich diep vastzette: Is Jezus wel de Zoon van God? En wat betekent dan die uitdrukking als Hij zich blijkens zijn aankondiging van het spoedige Godsrijk vergist blijkt te hebben? Dat is een heel eigensoortige thematiek, waar maar een gering aantal mensen zich mee zal kunnen identificeren.  En wanneer er dan tegelijk herhaaldelijk een pleidooi gevoerd wordt om het God zijn van Jezus als het grote struikelblok tussen de drie monotheïstische religies op te ruimen, dan ben ik bang dat de schrijver zijn hand overspeelt, omdat hier nog heel veel meer vragen aan vastzitten. Trouwens , het God zijn van Jezus blijft na alle plussen en minnen nog behoorlijk overeind , is mijn indruk. Meer dan het jodendom kan verdragen, vrees ik en zeker meer dan de Islam kan verdragen en  nodig acht.

Al met al, het boek heeft iets van de afronding van een project. Maar er zijn wat mij betreft nog wel een paar open eindjes om mee verder te gaan.

N.a.v. André F. Troost, Het kruislabyrint. Een zoektocht naar God.
Uitg. Boekencentrum, 288 p, € 20.

1 reactie

  1. 20 november 2017 om 21:40 — Beantwoorden

    Het kruislabyrint, een bijzonder boek om te lezen, en inderdaad is de verhalende stijl een goede vondst. Ik besteed er met plezier aandacht aan in mijn blog, gestimuleerd door het verslag van robin / Wim Dekker en lees met interesse het e-book. Een aanrader.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *