ChristendomIslamKerk

Bernhard Reitsma over de ontmoeting van christenen en moslims

Vandaag presenteert dr. Bernhard Reitsma zijn nieuwe boek Kwetsbare liefde. De kerk, de islam en de drie-enige God. Centrale vraag: wat betekent de komst van God in Jezus Christus door de Heilige Geest voor de ontmoeting van christenen en moslims?
Hier kunt u het woord vooraf van het boek lezen en eronder reageren.

 

Woord vooraf

In 1998 reisde ik met mijn vrouw en twee kinderen af naar het Midden-Oosten. Ik zou gaan lesgeven aan de Near East School of Theology in Beiroet en met studenten optrekken in een studentenbeweging, de Lebanon Intervarsity Fellowship. Mijn vrouw zou zich gaan inzetten in de zorg. We gingen met veel enthousiasme, maar ook met enige onzekerheid. Wat gaan we meemaken in een context waar moslims in de meerderheid zijn? Kunnen we iets delen van wat ons bezighoudt of staan zij daar niet voor open? Is de islam niet negatief over christenen? We waren voorbereid op een cultuurschok, hadden ons enigszins verdiept in de islam en hadden een paar maanden taalstudie achter de rug. Toch wisten we nog maar heel weinig van het leven in het Midden-Oosten.

De tijd in Libanon heeft ons leven veranderd. Het was een indringende en verrijkende ervaring om op te trekken met christenen die zich proberen staande te houden in een zee van moslims. Wat ik meemaakte leek in de verste verte niet op wat ik me er tevoren van had voorgesteld. Laat ik drie dingen noemen die me indertijd raakten en die me tot vandaag bezighouden.
Om te beginnen werd ik geconfronteerd met een grote spanning. Moslims behandelden mij als christen in het Midden-Oosten met meer respect dan ik ooit in het Westen had meegemaakt. Of ik nu bij de bakker brood haalde, uren moest wachten op een verblijfsvergunning of mensen bezocht in een vluchtelingenkamp, de moslims die ik ontmoette toonden ontzag voor mensen die in God geloven. Dat gold voor mij als theoloog en predikant/voorganger helemaal. Die respectvolle bejegening kende echter ook een keerzijde. Ik heb tal van lokale christenen ontmoet, die met veel minder egards werden behandeld. Sommigen werden gediscrimineerd en getreiterd, anderen vervolgd. Vooral christenen met een moslimachtergrond hadden het niet eenvoudig. Die vreemde tegenstrijdigheid heeft mij verward en houdt mij tot op de dag van vandaag bezig. Blijkbaar is de islam niet zo simpel te duiden als ik dacht, toen ik uit Nederland vertrok.

Het tweede dat mij raakte, was het gebrek aan missionair elan bij de lokale christelijke gemeenschappen. Veel christenen leefden met zorg en angst, zelfs voordat ISIS het toneel had betreden. Ze vroegen zich af of er in de toekomst in het Midden-Oosten nog plaats voor hen zou zijn. De christelijke gemeenschappen werden kleiner, omdat hun leden om economische en politieke redenen wegtrokken uit de regio. De druk van extremistische moslims versnelde dat proces. De enige missie van christenen was nog te ‘overleven’. Zij hadden geen boodschap meer voor moslims. Zij konden niet meer zien dat hun een schat was toevertrouwd, al was het dan ook in aarden vaten (2 Kor. 4:7). Ze trokken zich terug in een isolement en Christus verdween achter de muren van de kerk. Ook dat houdt mij en talloze christenen in islamitische landen bezig: wat is de missie van de kerk te midden van moslims en hoe houdt zij die betrokkenheid op haar roeping levend?

Het derde dat mij schokte, was het feit dat het christendom onder moslims heel negatief bekendstaat. Dat had ik nooit eerder zo ervaren. Ik ervaar het evangelie als adembenemend. Het is zo geweldig, dat God van deze wereld houdt en haar in Jezus Christus heeft omarmd. Moslims hebben een andere ervaring. Christenen zijn kolonisten, kruisvaarders, mensen met een goddeloze moraal, die voortdurend proberen de islam eronder te krijgen. Met christenen moet je oppassen. Als je een ‘kruis’ op z’n kop houdt, lijkt het op een zwaard. Het staat symbool voor een geschiedenis van onderdrukking. Talloze moslims zijn daardoor verwond en verhard tegenover het evangelie. Dat heeft mij geraakt. Het christendom heeft het evangelie versluierd.
Mensen zijn niet meer in staat te zien wie Christus is. Zij kunnen niet ervaren hoe groot zijn liefde en genade zijn.

Dat alles heeft mij aan het denken gezet en mij gedwongen terug te gaan naar de bijbelse bronnen om te ontdekken wat God voor ogen staat als ik moslims ontmoet. Ik heb het voorrecht gehad om met Arabische christenen de Bijbel te lezen en over hun vragen en zorgen te praten. We hebben ons samen afgevraagd wat hun missie zou kunnen zijn in de context van de islam. Daarbij werd ook ik voortdurend bevraagd op mijn eigen religieuze traditie en mijn verworteling in de westerse cultuur. Studenten waren kritisch op ‘mijn’ koloniale verleden en op het gebrek aan fijngevoeligheid van veel zendingsorganisaties vandaag. Ook Arabische christenen hebben te lijden gehad van het westerse christendom, vanaf de gewapende kruistochten tot de missionaire veroveringen toe.

 

De vragen bleven mij ook na terugkeer in Nederland bezighouden.

Het was en is echter niet zo makkelijk om bijbels-theologische antwoorden te vinden. Er wordt heel veel gepraat over de islam, er wordt gediscussieerd of moslims een bedreiging vormen voor Nederland, maar er is weinig animo om zich in de vragen van de islam te verdiepen. Het debat wordt daarmee steeds in oneliners gevoerd, zonder enige nuancering. Het mooiste zou zijn als alle antwoorden passen in een tweet van 140 tekens. De Bijbel wordt met het oog op deze vragen vaak oppervlakkig gebruikt. We zijn beter in het plukken en plakken van losse teksten dan in het grondig bestuderen van wat de ene God ons in Jezus Christus en door zijn Geest te zeggen heeft.
Ondertussen worstelen christenen in West-Europa met vergelijkbare vragen in een seculiere, multireligieuze context als christenen in het Midden-Oosten die hebben. Hoe overleven we, hoe blijven we getuigen van Christus als we met steeds minder zijn? En hoe zal het gaan als de emancipatie van de islam verder voortschrijdt? Wat gaat er dan met ons gebeuren? Uit die verlegenheid, mijn verlegenheid, is dit boek geboren. Het is de weerslag van mijn denken van de afgelopen jaren en in die zin even een pauzemoment onderweg. Zo’n moment is bedoeld om kort stil te staan en je te oriënteren. Waar zijn we, waar komen we vandaan en waar moeten we naartoe? Gaan we in de goede richting? De centrale vraag bij deze oriëntatie is: wat betekent de komst van God in Jezus Christus door de Heilige Geest voor de ontmoeting van christenen en moslims?
Dat is niet alleen van belang voor moslims – hoe zouden zij het evangelie horen als de gemeente van Christus het laat afweten? – maar het is evenzeer van belang voor de kerk. De ontmoeting met de islam is een testcase voor de christelijke gemeente, waarin moet blijken of wij in ons spreken en handelen werkelijk recht doen aan wie God is. Zijn wij werkelijk een afspiegeling van Gods grote daden in Christus en door zijn Geest? Of hebben we de genade van God tevergeefs ontvangen en zijn we daardoor een struikelblok geworden voor het evangelie (2 Kor. 6:1, 3)? In de verhouding tot de islam staat het wezen van de kerk op het spel, misschien nog wel meer dan in de confrontatie met de secularisatie. De conclusies zijn daarom relevant in elke context waar de islam aanwezig is, zowel in het Westen als elders. Het gaat uiteindelijk om de kerk die zich tot de islam moet verhouden, of die islam nu een meerderheid vormt of niet.

 

De centrale vraag bij deze oriëntatie is: wat betekent de komst van God in Jezus Christus door de Heilige Geest voor de ontmoeting van christenen en moslims?

 

Dit boek biedt een aantal bijbels-theologische grondlijnen, die christenen in heel verschillende situaties kunnen stimuleren om na te denken over hun houding ten opzichte van moslims. Daarmee geef ik ook een aanzet om ten aanzien van de islam de Bijbel weer grondiger te gaan bestuderen en te zoeken naar wat het evangelie van Jezus Christus met moslims vandaag te maken heeft. Na een verkenning van de vragen schets ik in deel I een aantal grondlijnen, die uitgangspunten vormen voor een bijbels-theologisch denken over de verhouding van de kerk tot de islam. In deel II richt ik me eerst op een interpretatie van de islam in het licht van die bijbelse grondlijnen. In deel III kijk ik vervolgens naar het wezen van de kerk. Zowel de aard van de islam als die van de kerk bepaalt tot slot in deel IV hoe de kerk zich tot de islam zou moeten verhouden. Ik gebruik in dit boek het begrip ‘God’ zowel voor de God van de islam als voor de God van het christendom, zonder daaraan bij voorbaat enige conclusie te verbinden ten aanzien van de identiteit of het wezen van God. Allah betekent in het Arabisch ‘God’, net zoals de begrippen ‘El’, of ‘Elohim’, in de Hebreeuwse traditie. De vraag hoe zich de God van de Bijbel en God in de islamitische traditie(s) dan tot elkaar verhouden, komt in dit boek wel expliciet aan de orde.

Ik richt me in de eerste plaats tot christenen die de missie van de kerk in de wereld ter harte gaat, in de christelijke gemeente en in het hoger onderwijs. De ontmoetingen met moslims maken deel uit van mijn theologische ontwikkeling en klinken mee in mijn theologiseren. Ik voer het gesprek met de islam hier slechts zijdelings, maar ik nodig moslims van harte dit boek te lezen en erover in gesprek te gaan. Als ook lezers die tot nu toe weinig met God hebben interesse tonen, hoop ik dat zij door deze studie iets gaan ontdekken van God, die met deze wereld en al haar schepselen een bedoeling heeft.

Wij zijn geschapen om met ons leven, inclusief de boeken die we schrijven, Hem te verheerlijken. Daarom is mijn verlangen dat ook dit boek zal bijdragen aan zijn eer.

Bernhard Reitsma
Ermelo, april 2017

Klik hier om het boek te bestellen.