BijbelTheologie

Het onbehagen van de man: m/v in de kerk

Op vrijdag 23 september sprak ds. Henk Folkers onderstaande tekst uit voor een volgeboekt congres ‘Zonen en dochters profeteren. Man vrouw & kerk’. Tijdens het congres werd het gelijknamige boek gepresenteerd.

 

Het onbehagen van de man

Voor u staat een man.
Voor u staat dus een geboren leider.
Gelooft u het niet?
Vraag het mijn vrouw. Zij weet als geen ander hoe ik de touwtjes in handen houd. En dat mijn beslissingen door de bank genomen goed uitpakken.
Gelooft u ook dat niet?
Vraag het mijn kinderen. Ze zullen protesteren. Maar diep in hun hart moeten ze toegeven dat ze beter uit waren geweest wanneer ze mijn adviezen wel hadden opgevolgd.
Aan tal van organisaties heb ik leiding gegeven, professioneel en als vrijwilliger.
En dat is zo vanzelfsprekend gegaan, dat niemand ook maar op het idee gekomen is om mij voor te dragen voor een Koninklijke onderscheiding.

Schutterig
In dit uit graniet gehouwen zelfbeeld kwamen de eerste haarscheurtjes aan de Kastanjelaan in Hasselt.
Zo ging dat toen nog: als dominee ging je op pastoraal bezoek. Bij een ouder echtpaar, en omdat het om een verjaardag ging, was ook de vrouwelijke koster van de kerk present. Hoe het ter sprake kwam, weet ik niet meer. Maar de gehuwde zuster was het er niet mee eens dat mannen in de kerk de dienst uitmaakten. Zij had dan ook heel wat meer in haar mars dan haar echtgenoot. En de vrouwelijke, ongehuwde koster deed er nog een flinke schep boven op.
Daar zat je dan als predikant: een beetje lacherig, een beetje schutterig. Vertegenwoordiger van een systeem dat onaantastbaar leek. Toch wel wat onbehaaglijk.
Voor het eerst van mijn leven werd ik me bewust van het feit dat de status quo flink kan schuren als je jezelf buiten spel voelt geplaatst.
Aan deze vrouwen  heb ik speciaal gedacht toen op de synode van de GKv te Ommen het stemrecht voor vrouwen werd geagendeerd. Het gaf me de kans om voor hen in ieder geval een stapje te doen. Op de bewuste synode heerste trouwens een positieve sfeer. Door een goede voorbereiding en saamhorigheid kwam er zelfs een besluit met algemene stemmen: de zusters kregen de ruimte hun stem uit te brengen in de gemeentevergadering.

Ommekeer
Eenmaal op die weg liet het thema me niet meer los.
Maar er was een concrete aanleiding voor nodig om opnieuw in actie te komen.
Die aanleiding kwam uit Aix en Provence, ver weg in het zuiden van Frankrijk.
De theologische academie aldaar mag zich in een warme belangstelling verheugen van orthodox Nederland. Als supporter van de academie kwam professor Thienpont, in de jaren negentig van de vorige eeuw, regelmatig naar Nederland. Een Vlaming met een Franse joie de vivre!
Als lid van de Eglise Reformée Evangélique Indépendente was hem gevraagd mee te schrijven aan een rapport over Vrouw en Ambt. Het rapport kwam tot de conclusie dat de ambten in de kerk voor vrouwen opengesteld behoren te worden.
In de pers las ik daarna het bericht dat professor Thienpont van de academie in Aix was verwijderd.
Sindsdien was hij blijkbaar ook niet meer welkom als spreker in Nederland.
Mijn vermoeden was dan ook, zonder dat ik het kon bewijzen, dat dit besluit was genomen onder druk van de Nederlandse sponsors. Opnieuw een moment van onbehagen.
Het mag u verbazen, maar dit bericht bracht bij mij een ommekeer teweeg.

In het Nederlands Dagblad plaatste ik (het was april 1997) het volgende Ingezonden:
Professor Thienpont heeft voor zijn kerken een rapport geschreven, waarin hij ervoor pleit vrouwen toe te laten tot het ambt in de kerk. Deze positiebepaling leidt er blijkbaar toe dat hij zijn plaats aan de academie in Aix niet behouden kan.
[Deze intern-Franse kwestie wil en kan ik niet beoordelen. Maar ze heeft veel gemeen met spanningen binnen Amerikaanse en Canadese kerken, waar het toelaten van vrouwen tot de ambten van ouderling en predikant tot scheuringen leidt.]
Het feit dat deze zaak binnen gereformeerde kerken in Nederland als nieuws wordt ervaren, is [ook] veelzeggend. [De discussie over dit onderwerp is immers binnen de orthodox-gereformeerde kerken in Nederland nog maar nauwelijks begonnen. Hoogstens vormt het een punt van bespreking bij samensprekingen, waarbij de Nederlands Gereformeerde Kerken betrokken zijn.]

Schriftbewijs
Ik ben van mening dat de discussie over de plaats van de vrouw in de kerk ook in Nederland niet uit de weg gegaan mag worden. [Daarbij denk ik niet aan de brede protestantse beweging, die dit stadium, op een Schrift-kritische manier, allang voorbij is.] Het gaat mij om die kerken, die de bijbel ten volle aanvaarden als het gezaghebbende Woord van God. Zij zullen zich meer en meer geplaatst zien voor de vraag of het Schriftbewijs, waardoor aan de vrouw een plaats binnen het ambtelijk college van de kerkenraad wordt ontzegd, nog wel toereikend is.
Dit Schriftbewijs wordt langs verschillende wegen ondergraven.
Ik denk aan de discussies over het ambt als zodanig. Het is de vraag of de klassiek reformatorische ambtsopvatting het in z’n huidige vorm wel uithoudt onder de kritiek, die nieuw-testamentische exegeten erop richten.
[Ik denk aan de ontwikkeling van denken rondom de vraag of aan vrouwen het stemrecht toekomt binnen de kerk.]

Ook zijn we het met elkaar niet eens of, en zo ja hoe wij een plaats geven aan de diakonessen, die in het Nieuwe Testament toch een uitgesproken status hebben binnen de gemeente.
Tenslotte: we verbinden verstrekkende conclusies aan de zogenaamde zwijgteksten in de brieven van Paulus, maar weten tegelijk geen praktische consequenties te trekken uit de ‘spreekteksten’: bijvoorbeeld de gave van de profetie, die ook aan vrouwen toekomt volgens 1 Korintiërs 11:5.
Wanneer we, denkend vanuit een volstrekte eerbied voor het geopenbaarde en gezaghebbende Woord van God, over deze zaken willen doorstuderen, moet daarvoor ook ruimte zijn.
Ik zou het dan ook ten zeerste betreuren wanneer groeiend inzicht van gewetensvolle theologen niet wordt kenbaar gemaakt uit vrees voor repercussies.
[Natuurlijk zijn er grenzen aan het zonder meer publiek maken van conclusies uit onderzoek. Die grenzen hebben we elkaar gesteld via onze handtekening onder het ondertekeningsformulier voor ambtsdragers. Toch is het binnen die grenzen mogelijk gebleken discussies te voeren over de vraag hoe je tekstbewijzen uit de bijbel moet hanteren, of er plaats is voor vrouwelijke diakenen en of zusters stemrecht behoren te hebben.]

Ik wil ervoor pleiten dat we elkaar die ruimte blijven geven, zodat we in staat zijn om te groeien in kennis en inzicht. Waarbij argumenten voor en tegen op niveau kunnen worden uitgewisseld, zonder dat scribenten bang hoeven te zijn dat hun positie in gevaar komt.
Volgens mij mogen we dit debat niet uit de weg gaan. Als we het niet voeren, zal het ons op een andere manier opgedrongen worden. Bijvoorbeeld, omdat de kerkelijke praktijk binnen onderscheiden kerkverbanden zo uiteen groeit, dat pogingen om te verenigen er ernstig door worden bemoeilijkt. [In Amerika leidt kerkelijke besluitvorming hierover tot scheuring, hier kan het een blokkade zijn op de weg naar vereniging. Het effect is hetzelfde.]
Zulke consequenties zijn onvermijdelijk als het gezaghebbende spreken van de Heilige Schrift echt in geding is. Maar als, na verloop van tijd en voortschrijdend inzicht, blijkt dat de Heilige Geest ons de bewuste passages anders leert lezen, dan zouden we tot onze schade moeten constateren dat gescheiden optrekken om deze reden onwettig is.
Nu we, in dat traject, nog veel ellende kunnen voorkomen, pleit ik voor een open en godvrezend debat, waarbij de posities niet bij voorbaat vastliggen.
[Wellicht kan zo’n positiebepaling binnen Nederlandse kerkverbanden ook professor Thienpont helpen, al of niet verbonden aan de academie van Aix en Provence.]

Schrijfverbod
Tot mijn stomme verbazing stond ik ineens in het centrum van de belangstelling van christelijk Nederland. Er volgden meer dan twintig reacties in de krant. En na een tweede Ingezonden nog eens zo’n aantal. Zelfs de hoofdredactie van de krant ging er zich mee bemoeien.
Deze vloedgolf ging over mij heen, terwijl ik me nog niet eens had uitgesproken voor de openstelling van de ambten voor vrouwen.
Het bepaalde me wel bij de vraag: waar sta je zelf nu eigenlijk?
Het antwoord op die vraag groeide tijdens het schrijven, samen met Maarten Verkerk, van onze bijdrage aan het boek Vrouwen op een zijspoor, onder redactie van Jos Aarnoudse.
Zowel Maarten als ik aarzelden aanvankelijk of we ons zo positief zouden uitspreken. Maar al schrijvend kwamen we tot de conclusie dat we eerlijk moesten zijn tegenover ons zelf en tegenover de lezers.
Onze bijdrage leidde opnieuw tot uitgebreide persreacties en zelfs commotie.
Voor mij kwam daaraan pas een eind toen ik beloofde over het onderwerp niet meer te schrijven, tenzij na verkregen toestemming van mijn kerkenraad. Het was voor mij reden om het onderwerp niet weer publiek aan de orde te stellen. Opnieuw een moment van onbehagen.
Pas nadat de gereformeerde synode van Ede in 2014 besloot dat over het onderwerp vrij geschreven mag worden, uiteraard in gebondenheid aan de Bijbel, nam ik de geboden vrijheid om weer van me te laten horen.

Christelijke liefde
Nu kun je de vraag stellen: waarom houdt een mens zich zo hardnekkig bezig met dit onderwerp? Uiteraard heb ik me die vraag ook zelf gesteld. Daarvoor moet ik diep graven in mezelf.
•    Misschien heeft het te maken met de sociale klasse waarin ik ben geboren en opgegroeid. Tegen mensen die hoger stonden op de maatschappelijke ladder zag ik op. En het leek vanzelfsprekend dat zij het daarom ook over mij voor het zeggen hadden.
•    Naarmate ik ouder en wijzer werd, kwam ik tot de conclusie dat status en aanzien geen neutrale woorden zijn. De verzoeking is groot dat zij geladen worden met macht en misprijzen.
•    Keek ik daarbij vooral naar anderen, Maarten Verkerk opende mij er de ogen voor dat dit kwaad ook in mijzelf zat. Al schrijvend aan ons hoofdstuk in Vrouwen op een zijspoor kwam ik tot de onthutsende ontdekking dat ik als man zelf deel was van het probleem. Ik draag de vloek van Genesis 3 (tot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal over u heersen) in mijn genen mee. Pas als je dat erkent, begrijp je de titel van deze toespraak: het onbehagen van de man. Mijn zelfbeeld, geschetst aan het begin van dit verhaal, ging aan gruzelementen.
•    Eenmaal op dat spoor ontwikkelde zich een extra gevoelige antenne die steeds scherper waarnam wat mensen in kwetsbare situaties wordt aangedaan. In onze, door de zonde geschonden samenleving, liggen de voorbeelden voor het oprapen. De positie van vrouwen is daar slechts één voorbeeld van.

Over de conclusie kan ik kort zijn.
Ongelijkheid is de bron van macht en willekeur.
Daar is maar één remedie tegen, die het onbehagen uit je leven bant.
Die remedie is: in praktijk brengen van de basale wet van de christelijke liefde.
Die wet luidt als volgt: je moet God liefhebben boven alles en de ander uitnemender achten dan jezelf.
Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

Klik hier voor meer informatie over het boek.