Bijbel

Twee verschillende scheppingsverhalen

In het nieuwste nummer van Open Deur. Bezield en bewogen staat onderstaand artikel van ds. Stephan de Jong.

Wie is de mens?

In Genesis, het eerste bijbelboek, staan twee verschillende scheppingsverhalen. Raar voor wie ervan uitgaat dat er maar één waarheid bestaat. Op welke vragen zoeken deze verhalen een antwoord?

Laten we eens aannemen dat we allemaal een beetje vreemd en onvoorspelbaar zijn. Het zou het leven zoals we dat leven verhelderen. We zouden minder verbaasd staan over wat krom is of scheef loopt. Dat lijkt de bedoeling te zijn geweest van de schrijvers die verantwoordelijk zijn voor de verhalen over Adam, Eva en hun directe nazaten. Ze hebben op hun manier ingezien wat Freud, Marx en Nietzsche veel later ook inzagen: we zijn geen meester over ons leven, we heersen niet over de loop van de geschiedenis. Ons handelen wordt in hoge mate bepaald door krachten die wij niet beheersen, maar die ons beheersen. Wie is de mens? Vaak een raadsel. Tegenstrijdig, met licht en donker, vrijheid en onvrijheid. De verhalen aan het begin van Genesis gaan over die ingewikkelde mens.

Twee scheppingsverhalen
De lezer komt in de eerste hoofdstukken van Genesis twee scheppingsverhalen tegen. Raar? Voor wie ervan uitgaat dat er maar één waarheid bestaat wel. Als zwart-wit denkende puber meende ik dat de eerste hoofdstukken van Genesis het failliet van de Bijbel aantoonden. Twee verschillende scheppingsverhalen – één die begint met Genesis 1:1 en een tweede die begint in 2:4 – konden toch niet tegelijk waar zijn? Maar volgens het oude joodse denken kon dat wel. Ze kenden beide verhalen en het ene inzicht werd niet opgeofferd voor het andere. Beide verhalen geven verschillende antwoorden, omdat ze ontsprongen aan verschillende vragen. Elke tijd en elke omstandigheid schept eigen vragen en daarom ook eigen scheppingsverhalen. De waarheid verstopt zich niet in één verhaal, maar zaait zich uit in vele.

Het kwaad en de mens
Het eerste scheppingsverhaal focust op de kosmos, de wereld en de mens. Het tweede, het verhaal van Adam en Eva, is kleinschaliger en zoomt in op de plek van de mensen op de aarde, hun werk en hun falen. Het concrete bestaan van de mens – dat betekent Adam: ‘mens’ – komt aan de orde. En dit specifiek in de uitvoering van het Oud-Israëlitische boerenbestaan met zijn wel en wee.

Vooral het kwaad krijgt de nodige aandacht. Waar komt het vandaan? Is het in de mens ingebakken? Het Oud-Oosterse epos Enuma Elisj bevestigt dat denkbeeld. Het vertelt hoe de mens werd gevormd uit klei vermengd met het bloed van de kwaadaardige god Kingu. Deze Kingu was een moordenaar die werd terechtgesteld. Het kwaad hoort dus bij de oorsprong van de mens. Volgens Genesis 2 wordt de mens gemaakt van klei en de adem van de goede God. Een heel ander verhaal dus. Het lijkt een reactie op Enuma Elisj. De mens is in beginsel niet slecht. Het kwaad is een keuze: om al of niet van de verboden boom te eten, om al of niet je broeder te doden, om… Al schemert in de verhalen weinig optimisme door ten aanzien van wat mensen met hun keuzevrijheid doen.
Dat het verhaal van Adam en Eva lijkt te reageren op Enuma Elisj toont de denkwereld van die tijd. Ze kenden geen wetenschappelijke interesse naar het begin van de mens. Het ging hun om wie de mens in beginsel is. Ze schreven niet verhalen over de oertijd, maar over de oervragen van de mens.

Veel antwoorden, nog meer vragen
Wie is de mens? De Bijbel geeft niet zomaar een antwoord. In de interpretatie van bijbelteksten lichten er antwoorden op. Waarbij kerkvader Origenes ook nog eens opmerkte: ‘De Schriften zijn als vijftig deuren. Lukt het jou één van die vijftig deuren te openen, dan vind je achter die deur weer eens vijftig deuren; doe je één van die vijftig open, dan kom je weer terecht bij vijftig andere.’ Deze aan Genesis gewijde Open Deur probeert een aantal deuren te openen.

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.

Opmaak 1