ChristendomGeloofKerk

De nacht van biechtvader Tomáš Halík

Sinds de verschijning van zijn eerste boek in het Nederlands in 2014 is de Tsjechische theoloog en filosoof Tomáš Halík een bekende naam geworden in Nederland. Van deze eerste vertaling Geduld met God verschenen in anderhalf jaar tijd vijf drukken. In maart 2016 verscheen het tweede boek van Halík in het Nederlands onder de titel De nacht van de biechtvader. U kunt hier het woord vooraf van vertaler dr. Peter Morée lezen.

 

7 Halik 72 dpiC CMYK Gedult met God .indd

Kort na de Fluwelen Revolutie, in 1994, trad de rooms-katholieke theoloog en priester Tomáš Halík in het KRO-programma Kruispunt op. Het was vermoedelijk de eerste keer dat hij op de Nederlandse televisie was. Het programma ging over de ondergrondse kerk – dat deel van de kerk dat tijdens de communistische overheersing in de illegaliteit leefde, met in het geheim gewijde priesters en bisschoppen, en vooral met een hele andere opvatting over kerkelijke hiërarchie. In het programma speelde op de achtergrond de vraag mee of deze groep, die nu uit de illegaliteit getreden was en in een gespannen verhouding met de hiërarchie van de officiële, ‘bovengrondse’ kerk stond, een soort Tsjechische Acht Meibeweging was.

Tijdens de opnames werd al snel duidelijk dat hier iemand aan het woord was, die uit een hele andere Rooms-Katholieke Kerk kwam, mijlenver van de Nederlandse. Halík reageerde gepikeerd op suggesties dat het ging om een conflict tussen de basis en de top van de kerk. Nu, na de Val van de Muur, moest de kerk juist opgebouwd worden door haar autoriteit in de samenleving aan de Poolse paus Johannes Paulus II te ontlenen. Hij had immers een leidende rol gespeeld in de ondermijning van het communistische regime. De ondergrondse kerk was geen reactie op de situatie binnen de kerk, maar juist op die buiten de kerk, op de onderdrukking van de kerk door de communistische dictatuur.

Halík was zelf in het geheim gewijd en kon tot 1990 zijn priesterambt niet openbaar uitoefenen, maar hij had nauw contact onderhouden met de bovengrondse, officiële kerk. Zo behoorde hij tot de inner circle rond kardinaal Tomášek, die in de loop van de tijd steeds kritischer was geworden tegenover het regime. Samen met nog een aantal andere leken en geestelijken speelden ze direct na de val van het regime een leidende rol in de kerk. Maar ook werd snel duidelijk dat deze groep met hun open, oecumenische en tolerante instelling een minderheid vormde in de eigen kerk, die snel tegen een muur van onbegrip en afwijzing aanliep.

De vertrouwelingen van Tomášek waren allerminst representatief voor de Tsjechische kerk. Zij hadden onder het communisme, in een gedwongen politieke en maatschappelijke isolatie, specifieke ervaringen opgedaan in de samenwerking met andersdenkenden en andersgelovigen in kringen van de dissidentenbeweging Charta 77. Juist die waren niet welkom in de kerk die instinctief behoedzaam en defensief reageerde op de veranderingen in de samenleving. Dat dat een pijnlijke ontdekking was, wordt wel duidelijk in hoofdstuk 9 van dit boek. Halík zelf was korte tijd secretaris van de bisschoppenconferentie en doceerde aan de Katholieke Theologische Faculteit, maar werd snel gedwongen deze posten te verlaten. Hij kon alleen nog werken in de periferie van de kerk, als studentenpastor en binnen de zogeheten Christelijke Academie.

Halík zelf was korte tijd secretaris van de bisschoppenconferentie en doceerde aan de Katholieke Theologische Faculteit, maar werd snel gedwongen deze posten te verlaten.

Dat betekende niet dat zijn invloed op het kerkelijke en maatschappelijke leven daarmee voorbij was. Integendeel, in de rol van een ‘libero’ kon Halík wellicht meer zichtbaar zijn dan binnen de kerkelijke structuren. Hij adviseerde paus Johannes Paulus II en president Václav Havel, hij nam doortastende initiatieven in de interreligieuze dialoog. Meer dan wie ook werd hij binnen de Tsjechische samenleving het bewijs dat de Rooms-Katholieke Kerk niet alleen maar een gesloten, wereldvreemd en machtsbelust instituut is, en dat iemand als hij als vertegenwoordiger van de kerk een zinnig woord te zeggen heeft over vragen over samenleving en zingeving.

Om in die positie te blijven, balancerend tussen de zeer ontkerkelijkte Tsjechische samenleving en de bange, conservatieve Rooms-Katholieke Kerk, moest Halík zijn loyaliteit aan de kerk voortdurend duidelijk maken. Het gevolg daarvan is dat Halík voor een Nederlandse lezer, ook als die van katholieke huize komt, een echt katholiek profiel draagt. Dat constateerde Wim Dekker al in het voorwoord tot Geduld met God. Hij kan harde kritiek uiten op de kerk (in dit boek vaak explicieter geformuleerd dan in Geduld met God), maar zal tegelijk ook altijd een zeker begrip hebben voor wat of wie hij bekritiseerd.

Aan de andere kant moet hij ook steeds benadrukken, dat hij zelf deel uitmaakt van de Tsjechische samenleving die om historische en politieke redenen een merkwaardige vorm van allergie voor de publieke aanwezigheid van religie heeft. Halík wijst die niet af, maar neemt haar als uitgangspunt voor zijn theologisch-pastorale overwegingen. Vanuit zijn ervaringen als psychoanalyticus ziet hij de allergie als een uiting van een trauma dat een reële basis heeft en iets representeert dat in de westerse cultuur gaande is.

Vanwege dit uitgangspunt is Halík één van de weinige theologen van vandaag die een breed publiek, ook buiten de kerk, weten aan te spreken. Dat zijn gedachtegoed ook in Nederland aanslaat, is voor hem een grote genoegdoening. Hij bezocht Nederland voor het eerst in 1967, de hoogtijdagen van omwenteling die zich in de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk voltrok. Voor Halík was de ontmoeting met de in zijn ogen bijna revolutionaire sfeer schokkend, zo beschreef hij later. Schillebeeckx, de God-is-dood-theologie, de kritiek op het celibaat en op het kerkelijke gezag waren voor hem een grote waarschuwing voor de situatie waarin het christendom in het Westen na het Tweede Vaticaanse Concilie zich bevond.

Het is dan ook goed te begrijpen dat Halík er zelf op aanstuurde dat zijn boeken in het Nederlands vertaald zouden worden. Op de achtergrond ligt de vraag of zijn benadering van theologie en samenleving ook in een kerkelijk en theologisch milieu dat in historische ontwikkeling en intellectuele reflectie zozeer verschilt van het Tsjechische, betekenisvol is. Is hij in staat als Tsjechisch theoloog, met zijn Tsjechische intellectuele bagage, ook Nederlandse christenen aan te spreken, die ooit mijlenver van de Tsjechische Rooms-Katholieke wereld verwijderd waren? Dat nu dit tweede boek in het Nederlands uitkomt, dat bovendien veel meer dan Geduld met God voor en in de Tsjechische situatie geschreven is, moge een bevestiging zijn van een gesprek dat ooit, in 1967, begon over vragen als de dood van God – die in dit boek opnieuw ter sprake komen.

 

Klik hier voor meer informatie over De nacht van de biechtvader en Geduld met God.