DogmatiekGeloof

Waar vinden jongeren betrouwbare waarden en betrouwbare getuigen?

Onlangs werd het nieuwe boek Dogmatiek voor iedereen gepresenteerd. Hier kunt u de bijdrage lezen van Henk Geertsema, directeur van het Praktijkcentrum binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en verbonden aan de GPW-opleiding aan de VIAA.

 

 

COVER-Dogmatiek-140pxKennen om lief te hebben

Het was afgelopen zondag Valentijnsdag. Een dag waarop je bloemen stuurt aan iemand waar je verliefd op bent of die je graag wilt gaan liefhebben in het openbaar. Je hebt dan van die geliefde een beeld gekregen, op basis van wat anderen van haar of hem zeiden en op basis van wat je zelf van of met hem of haar hebt meegemaakt. Natuurlijk is er zoiets als ‘liefde op het eerste gezicht’, een soort Barthiaanse blikseminslag, maar meestal verloopt het proces wat geleidelijker is mijn indruk.

In dat leren kennen van een ander zitten drie lagen, een objectieve, een subjectieve en een relationele. Wanneer ik vertel wie Marian, mijn vrouw, mijn geliefde, is, dan kan ik iets over haar vertellen in objectieve zin. Zo lang is ze, dat is haar haarkleur, dat de kleur van haar ogen, zo jong is ze, zoveel weegt ze (altijd naar beneden afronden, mannen!). In het sociaal werk noemen we zoiets ‘pigeon holing’: iemand in een vakje stoppen. Eigenlijk weet je als hoorder nog niet veel, maar voor bijvoorbeeld een paspoort zijn dit wel weer heel belangrijke dingen. En de Belastingsdienst is er bij gebaat om veel objectiveerbare gegevens te hebben: ‘is daar wat te halen?’. Daarom vertel ik verder over hoe ik Marian ervaar. Dat ik haar lief vind, en mooi. Dat ze zo heerlijk kan koken, dat ze goed met onze kinderen kan en dat ze gastvrij is en het goede zoekt voor onze vrienden, kennissen en buren.

Dat is het subjectieve deel. Maar het is bekend: ‘beauty is in the eyes of the beholder’, smaken verschillen. En eigenlijk is het subjectieve deel soms ook wel een beetje egocentrisch: hoe leuk IK haar vindt, hoe goed IK vind dat ze kookt. Daarom is er een derde element nodig, een element dat de waarde van de betrekking aangeeft: ik vertel dat subjectieve deel om aan mensen duidelijk te maken dat mijn echtgenote een mens van waarde is, een mens waar anderen blij mee kunnen zijn, iemand waarmee je kennis kunt maken en dat die kennismaking ook voor jou als hoorder waardevol kan zijn. Mijn objectieve gegevens zijn vlak, registrerend, mijn subjectieve ervaringen zijn persoonlijk, gekleurd, maar mijn vertellen er over is relationeel: er op gericht om te laten zien hoe waardevol iemand is die ik ken. En hoe anderen ook verder kunnen komen in het leven door contact te leggen.

Ik denk dat het net zo gaat in ons leren kennen van God en Jezus Christus. We horen over God van onze ouders en grootouders en ooms en tantes, schooljuffen en -meesters, vriendjes en vriendinnetjes, de dominee, andere gelovigen in en buiten de gemeente. We kunnen daarover objectiverend spreken en objectiverend schrijven: zo en zo is God, dat en dat zijn Zijn eigenschappen, daar en daar heeft Hij iets gedaan enzovoort. Eigenlijk gaat het dan vooral over de vraag: ‘wat is er te halen bij God?’, waarvoor kunnen wij Hem inzetten of benutten?

We kunnen daarover ook subjectiverend spreken en schrijven: ‘hoe bevalt het mij om met God te leven?’ Of zonder Hem te leven. Of misschien is onze subjectieve ervaring wel vooral iets van afstoting, God als een man in een zwart pak, streng, ongenaakbaar. Of een God van bloed, die zelfs Zijn eigen kinderen de dood injaagt om Zijn gelijk te krijgen. Op die manier is God bediscussieerbaar, staat de vraag centraal of God bevalt als godheid.

De derde manier is de relationele manier: ‘hoe komt God naar ons toe en hoe komen wij naar God toe?’, ‘en waarom zou je naar God toegaan als het niet is om eigen gewin – de objectiveerbare God – of eigen smaak – de subjectief aantrekkelijke God’. ‘En waarom zou je God ontvangen, binnenlaten, als Hij naar je toe komt en hoe komt Hij dan naar je toe?’.
Jullie boek speelt naar mijn idee vooral op de relationele kant in: God die naar ons toekomt, God die ons opzoekt, God die ons opzoekt omdat Hij om ons geeft. Om mensen geeft. En omdat Hij heel veel om mensen geeft, zoveel dat Hij er zelfs voor wil sterven. God die wil sterven voor Zijn geliefde!

Jullie spreken dan ook niet primair objectiverend, hoewel er best ook bijbels-objectiverende gedeeltes in jullie boek zitten. Jullie spreken niet egocentrisch-subjectiverend over God, hoewel je best wat vertelt over hoe mensen God in hun leven ontmoet hebben. Jullie spreken vooral relationeel, uitnodigend, mens-zoekend, over God en Jezus onze Heiland. De filmpjes ondersteunen dat op heel goede en indringende manier. Jullie zijn getuigen van God en Christus die zeggen: ‘Het is echt waar! God is een liefdevolle, betrouwbare, goede en heilige God! En Hij meent het echt als Hij zegt dat Hij vergeeft en dat Hij nieuw leven geeft door de Heilige Geest!’ Jullie spreken relationeel, vanuit je eigen ontmoeting met God, vanuit hoe jullie hebben ervaren dat God jullie ontmoet heeft, tegemoet gekomen is.

Ik denk in dit verband aan de episode uit Jesaja waar Jeruzalem belegerd wordt door de rabsake van Sanherib (Jes. 36 en 37). De rabsake bedreigt Juda en Jeruzalem en hij beledigt uiteindelijk God. Als hij het beleg moet opbreken door oorlogsdreiging in een ander deel van het rij, stuurt hij een brief aan Hizkia met de inhoud ‘Denk maar niet dat je van me af bent! Ik kom terug en dan zal ik die god van jullie ook tegelijk onderwerpen aan de goden van Assyrie.’ Hizkia gaat dan naar de tempel en legt de brief neer voor God. En hij vraagt God: ‘Moet U nu toch zelfs eens lezen, moet U zelf nu toch eens horen wat de rabsake zegt. Heer, hier staat het, U kunt het zelf lezen!’ Hizkia neemt Gods aanwezigheid volledig serieus. Hij gaat er van uit dat God net zo direct aanwezig is, als een mens aanwezig is. Voor Hizkia is God niet zo maar ver weg, maar Hij is direct aanwezig, zo direct dat je Hem de brieven, notities, bankafschriften en wat dan ook kunt laten lezen. En dat God die dan ook echt leest en serieus neemt! Hizkia en jullie leren ons, leren de lezers, dat God bestaat in het hele dagelijkse leven! Dat als je dingen tegen Hem vertelt dat Hij net zo echt luistert als een vader of moeder of leraar of vriendin of wie dan ook. Jullie getuigen dat God er echt is en dat je Hem helemaal serieus kunt nemen! Dat leven met God echt mogelijk is, zelf tot in de details van ons bestaan.

Ik denk dat dat de kracht van dit boek is. Jonge mensen vragen om ‘bewaarding’ van het leven. Be-waard-ing, dus met een ‘d’: het gaat om de vraag welke waarden fundamenteel voor het bestaan zijn. Waar vinden jonge mensen betrouwbare waarden, betrouwbare getuigen van die waarden, mensen aan wie je kunt zien dat ze het echt, helemaal, integer menen?
Ik denk dat dit boek voor jonge mensen, maar ook voor oudere mensen bruikbaar is. Op catechisaties, op Bijbelkringen, voor ouderlingen en pastoraal werkers in gespreksgroepen en op wijkhuisbezoeken, voor diakenen op diaconale huisbezoeken. De filmpjes zijn daarbij een mooie, moderne maar ook indringende aanvulling. Er mogen er meer in bij een volgende druk.

Bij de voorbereiding van deze reflectie las ik bij Reeling Brouwer, ‘Grondvormen van theologische systematiek’, over het uitgangspunt van de theoloog Friedrich-Wilhelm Marquart: ‘Alleen wie tot God spreekt, kan voor een moment ook over Hem spreken.’ Het gebed en de lofzang zijn het begin en het einde van ons spreken en luisteren en schrijven over God onze Heer en Jezus zijn Zoon in de gemeenschap van de Heilige Geest.

 

Klik hier om Dogmatiek voor iedereen te bestellen.