DogmatiekGeloof

Dogmatiek is voor iedereen

Afgelopen donderdag werd het nieuwe boek Dogmatiek voor iedereen. Weten wat je gelooft van Almatine Leene en Wim Markus gepresenteerd. Hieronder kunt u de bijdrage van dr. Wim Markus lezen die hij hield tijdens de presentatie.

 

COVER-Dogmatiek-140px
Heeft de hemel een vloer?

‘Zie je dat paps?’, zegt Sophie van drie op een heldere zomerdag helemaal verbaasd en half geschrokken, ‘zie je dat, die vliegtuigen maken krassen op God z’n vloer…’

Terwijl pa op haar niveau iets natuurkundigs probeert te zeggen tegen Sophie, bedenkt hij tegelijk dat zij een flink probleem op tafel legt. Heeft de hemel eigenlijk een vloer? In de Middeleeuwen zou zijn antwoord heel eenvoudig zijn geweest.
‘Geeft niet hoor Sophie. Het is gewoon de onderkant van de vloer. De bovenkant blijft mooi.’
Alles bij wijze van spreken dan, want vliegtuigen waren er toen nog niet.

Het middeleeuwse wereldbeeld is voorbij. Waar is de hemel nu? Boven, beneden, overal, ver weg, dichtbij? En is het wel een echte ruimte – met een vloer om zo te zeggen?
Ik kies voor: overal, en dus ook voor dichtbij en voor een ‘vloer’.

Geen gewone vloer. Maar wel de ‘vloer’ van een echte ruimte, die even wonderlijk is als een driedimensionale ruimte dat is voor platlanders, die alleen maar van lengte en breedte weten.  Stel u Piet Platlander voor.  Met z’n iPad wil hij juist bij boekhandel Goedhart de Dogmatiek voor iedereen bestellen. En dan – flits – vanuit het niets wordt ineens zijn iPad uit zijn handen gepakt. Een wonder. Ja, maar niet voor Elly in de Ruimte. Zij kan vanuit haar 3-D  mogelijkheden ongezien bij Piet komen. Van bovenaf bijvoorbeeld. Piet heeft geen weet van Boven en Beneden. Terwijl hij nog nauwelijks van de schrik bekomen is – opnieuw een flits – en de iPad ligt weer op z’n bureau.

Dat beeld helpt me bij het denken over (een plaats voor) de hemel. Maar dan nog veel wonderlijker. Inderdaad een echte ruimte, een vaderhuis met vele woningen. Maar dan een meerdimensionale ruimte die onze ruimte omvat en doordringt. Dus net zoals de 3-D ruimte een plat vlak omvat en doordringt (elk punt van het platte vlak is ook een punt van de 3-D ruimte – die ruimte is dus ‘overal’ aanwezig op het platte vlak). Elk punt van onze ruimte is dus ook een punt van Gods ruimte. De hemel is overal. Ook al kunnen wij dat niet zien. Ook onze ogen zijn 3-D begrensd. Piet (met 2-D ogen…) kon Elly ook niet zien (andersom wel!).

Toen ik zo’n 25 jaar geleden iets dergelijks vertelde in een preek op Hemelvaartsdag reageerde na afloop een tiener: ‘U hebt de hemel van mij afgenomen’. Dat is natuurlijk verdrietig. Zij hield liever vast aan de kinderbijbelvertelling over een hemel hoog boven de wolken. Dat daar niets te vinden is dan vooral lege ruimte wilde zij niet horen. Laat staan met mij meedenken over een ander wereldbeeld. Ik heb dat toch maar volgehouden. Daarbij gesterkt door het werk van o.m. C.S. Lewis en L.J. van den Brom en het aardige boek van Edwin Abbott (Flatland: A Romance of Many Dimensions; zie ook Dr Quantum op Youtube).
Nog eens: de hemel als Gods meerdimensionale ruimte is veel wonderlijker dan wij ons kunnen voorstellen. Maar de eenvoudige gelijkenis van Piet P. en Elly i.d. R. helpt al om allerlei bijbelgedeelten beter te begrijpen. Ik noem er enkele.

De koning van Aram wil Elisa uitschakelen en heeft Dotan, waar de profeet is, omsingeld (2 Kon. 6). Elisa’s knecht vreest voor zijn leven. Maar toen hij op het gebed van Elisa HD-ogen kreeg – ogen die Hemelse Dimensies kunnen zien – ontdekte hij vurige wagens en paarden vol strijdbare engelen om hen heen. Die paarden en wagens waren er allang, maar zijn ogen moesten ervoor opengedaan worden.

Eeuwen later staat de opgestane Here plotseling in het midden van Zijn discipelen. Niemand in de zaal had Hem zien aankomen en de deur was dicht gebleven. Een situatie als in de gelijkenis van Piet en Elly. De discipelen schrikken ervan. Maar dat hoeft dus niet. Even plotseling als Hij kwam is Hij ook weer weg. De deur tussen onze 3-D ruimte en de goddelijke ruimte waar de Opgestane Heer is ging weer dicht. Een fractie van een seconde is daarvoor genoeg.

Die wonderlijke goddelijke ruimte heeft echt een ‘vloer’. Ik bedoel: het is een echt ‘tastbare’ ruimte waar onze tastbaar opgestane Here met zijn wonderlijk nieuwe lichaam tastbaar is heengegaan. Zijn opstandingslichaam heeft eigenschappen die passen bij de meerdimensionale goddelijke ruimte. Maar die ook passen bij het één zijn van Vader, Zoon en HG. En die dus ook passen bij de alomtegenwoordigheid van God in de alomtegenwoordige hemel. Waar wij ook zijn: er is overal maar een dunne wand tussen ons en onze verhoogde Heer. Overal kan Hij ons (letterlijk) aanraken en Zijn doorboorde hand op ons leggen. Ook al gebeurt dat na Hemelvaart maar zelden. Dat het ons bij al deze dingen duizelt is niet vreemd – dat overkwam zelfs Piet al in die eenvoudige gelijkenis toen Elly hem aanraakte.

Dan is er ook nog het wonderlijke getuigenis van Paulus. Hij werd weggevoerd tot in de hoogste hemel (1 Kor. 12). Onuitsprekelijke dingen maakte hij daar mee. Letterlijk en figuurlijk. Weggevoerd is in dit geval geen geestelijke ruimtereis ofzo, laat staan een echte. Paulus bleef waar hij was, maar hij kreeg als het ware een andere bril opgezet – dezelfde ‘HD bril’ als de knecht van Elisa. Toen zag hij niet meer de gewone werkelijkheid om zich heen, maar zag hij de hemelwerkelijkheid om zich heen. Een werkelijkheid die al steeds om hem heen stond! (Vergelijk een ‘virtual reality bril’- alleen is de hemelwerkelijkheid niet virtueel, maar echt – de hemel heeft een ‘vloer’.)

Grote kans dat de apostel Paulus het woord ‘dimensie’ nooit gehoord heeft. Maar vanwege zijn ‘wegvoering’ rekent hij wel met de hemel als een reële plaats waar geleefd en gewoond wordt – zij het voor de verlosten op een voorlopige manier tot hemel en aarde samen een nieuw geheel worden (Ef.1:10). In die tussentijd – ik bedoel de tijd tussen sterven en de grote opstanding – zijn we daar niet lichaamloos.

Ik houd van de Heidelbergse Catechismus – maar ik geloof in tegenstelling tot vraag en antwoord 57 – dat direct na dit leven meer dan alleen mijn ziel bij Christus zijn zal. Een ziel zonder lichaam is geen mens, geen ‘ik’. Over dat verbazende vertelt Paulus in 2 Kor.5:1-4. Het is bij mijn weten het enige bijbelgedeelte dat wat uitvoeriger schrijft over ons leven tussen sterven en opstanding.

Dat juist Paulus hier over schrijft zal – denk ik – te maken hebben met de ‘HD-bril’ die hij al tijdens zijn leven een keer kreeg opgezet. Wellicht heeft hij gezien dat Abraham daar is, en Izak en Jakob – maar vooral Christus in Zijn heerlijkheid. Hoe zij daar precies zijn blijft onuitsprekelijk. Ook omdat wij voor de hemelse dimensies geen woorden hebben. Daarom kiest Paulus voor de tegenstelling van ‘tent’ en ‘huis’ in 2 Kor. 5.

Nu wonen we nog in onze aardse tent. Dat wil zeggen: in dit kwetsbare, sterfelijke lichaam. Zo kwetsbaar als een tent. Maar die wordt al bij je leven afgebroken. Veroudering noemen we dat. Geen mens verlangt daarnaar. Het was ‘stof’ en het wordt ‘stof’. Reden genoeg om over te treuren, wat Paulus ook doet.
We zouden willen dat we met ons ‘hemelse huis’ worden bekleed. Let op de tegenstelling: een tent was het – beetje wind en hij waait weg – zo mooi en vast als een huis wordt het! En – schrijft Paulus – het begin van dat hemelse huis krijgen we al bij binnenkomst in de hemel aangetrokken (vers 1). Het ‘niet met handen gemaakte huis in de hemel’ is in dit bijbelgedeelte duidelijk niet de plaats die Jezus voor ons klaar gemaakt heeft in de hemel (Joh. 14: Ik ga heen om voor u plaats te bereiden). Het is ons voorlopige nieuwe lichaam. Reken maar dat we dan op de vloer van de hemel staan te dansen van vreugde. Je kijkt naar jezelf – en je zegt: wat ben ik mooi. Je kijkt naar Christus – en je zegt: Hij wint het van alles.

En als straks de bazuinen klinken wordt het nog mooier.

 

Naar aanleiding van Almatine Leene en Wim Markus, Dogmatiek voor iedereen. Weten wat je gelooft.