BijbelGeloof

Drs. Piet de Jong over Hebreeën: ‘Geloven is hopen’

Drs. Pieter L. de Jong schreef een nieuw boek: Door het geloof. Veertig dagen onderweg met getuigen en pelgrims. We publiceren hier de meditatie ‘Geloven is hopen’.


Geloven is hopen

‘Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.’
Hebreeën 11:1

 

Eerst even iets o9789023970361 - 72 dpiver de auteur. We vallen ook zomaar midden in de brief. Wie dat precies is, is een goed bewaard geheim. Een vreemd geheim. Want al lezend wordt duidelijk dat auteur en lezers elkaar heel goed kennen. Toch heeft nooit iemand de naam verklapt. Waarom niet?

Vroeger dacht men aan Paulus, omdat veel in deze brief aan hem herinnert en omdat de schrijver aan het slot (13:18-25) vertelt dat hij ergens vastzit. En ook dat hij hoopt snel op vrije voeten te zijn, net als Timoteüs.

Dan zullen ze samen naar huis komen. Wie is deze auteur? Luther dacht aan Apollos, anderen aan Barnabas of Aristion. Allemaal mensen uit het netwerk van Paulus. Een boeiende gedachte is dat een vrouw, een medewerkster van Paulus, de schrijfster zou zijn geweest. Iemand als Priscilla, de vrouw van Aquila. Samen met Timoteüs zou ze naar Rome gereisd kunnen zijn, toen in Efeze Paulus’ noodbrief − ‘Kom snel naar me toe’ (2 Tim. 4:9) − was aangekomen. Zij kende de weg in Rome heel goed, zij was er geboren, zij kende veel families. Maar of ze echt iets voor Paulus heeft kunnen doen? Vanuit Rome schreef zij, wellicht samen met Paulus, deze brief. Dit scenario neem ik in het vervolg als leidraad.

We weten dat er in die tijd in Efeze veel christenen met een Esseense achtergrond woonden. Die wisten veel van het Oude Testament en verwachtten de Messias van Israël. De brief is eigenlijk vooral een aansporing.

Meer een hartelijk woord, een soort troostbrief, dan een uiteenzetting over de laatste theologische ontwikkelingen in de wereldkerk. De lezers voor wie de brief is geschreven hebben het moeilijk. In Efeze en omgeving werden ze gezien als vreemde mensen met een raar geloof. Zelf hebben ze Jezus nooit meegemaakt; ze horen al bij een tweede of derde generatie christenen. Ze hebben het geloof vooral van horen zeggen.

Herkenbaar. Ook wij hebben het geloof vaak meer van horen zeggen dan van beleven en zelf doen. En daarom ook vinden we het moeilijk. Velen van ons groeiden op met ouders en grootouders die wel heel direct met God leefden. De impact die het evangelie had op hun hart en leven merkte je alle dagen. In hun omgang met God, in bijbellezen en gebed, in dienstbaar zijn en in de keuzes die zij maakten. Met hen opgroeien en opmerken waar zij voor gingen en nog steeds voor gaan en staan, waarvoor zij leven en sterven − dat vormt je heel sterk. Maar tegelijk: je kunt het niet nadoen.

Elke tijd is anders; je kunt niet zomaar hun geestelijke schoenen aanschieten. Zo’n vrome moeder of diepgelovige grootvader kan zelfs weleens als een last op je drukken. Omdat je van een andere generatie bent en het wiel, zeker wat het geloof betreft, zelf moet zien uit te vinden. Want geloof in God, dat is toch iets van jezelf? Dat is toch iets heel persoonlijks?

Zeggen we.

Daar zit veel waars in. Maar daardoor kan geloof ook heel ongrijpbaar worden. Omdat het zo persoonlijk en zo van jezelf moet zijn. Zo deed je misschien ook bewust belijdenis van je geloof en betekende God heel veel voor je. Voor de keuzes die je maakte, ook heel praktisch. Maar dan komt deel twee en dat is: houd vast… jouw geloof, dat persoonlijke geloof van jou…, ons geloof. Dat kan zomaar wegslijten, zoals er zo veel van mij wegslijt onderweg. Idealen, plezier in je werk, liefde die je voor iemand opvatte.

Ineens is het bijna dood water. Zo kan het ook met je geloof gaan. Aan dat soort vragen moet je denken bij de christenen in Efeze. Wat levert het geloof op? Ben je niet extra kwetsbaar als je gelooft? Is er houvast?

Ik denk: juist daarom zet de schrijver zo fors in: ‘Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen…’

 

Ons hart blijft op Hem hopen

die ons heeft liefgehad.

Straks gaan de poorten open

der grote gouden stad.

(LvdK 453:3)

Lees van deze auteur ook Door vreemd gebied, Doorgeven, Zijn roepstem horen, Stadspelgrims, Jezus en de mensen met geld, Aartsvaders m/v, 50 x de heilige Geest, Genesis.