AdventstijdGeloof

Dag 25: Advent vanuit de Catechismus

De komst van de Messias wordt ook in de Heidelbergse Catechismus besproken. W. Verboom schrijft er over in zijn dagboek Eén Houvast.

De Koning komt

Lezen: Zacharia 9:9-10

Heidelbergse Catechismus,  Zondag 14, vraag 35

De catechismus leert ons dat Jezus dé Nakomeling van David is. Het is mooi om daar speciaal bij stil te staan. David was de koning van Israël. Jezus is dus van koninklijke afkomst. Dat is een wonder. Aan David was wel beloofd dat hij een Zoon zou krijgen die tot in eeuwigheid Koning zou zijn (2 Sam. 7:12-13). Maar toen Jezus werd geboren, was er van de glorie van koning David niets meer over. Jesaja had al geprofeteerd dat het koningsgeslacht op een omver gehakte boomstronk zou lijken (Jes. 11:1). Tegen die achtergrond klinken de woorden van de engel Gabriël tegen Maria heel vreemd: Uw Zoon zal op de troon van Zijn vader David zitten (Luk. 1:32). Inderdaad vreemd, maar wel waar. De Koning der koningen wordt geboren. Het is opnieuw door de onmogelijkheid heen gebeurd.

Dat zien we nog scherper als we erop letten dat de duivel op alle mogelijke manieren geprobeerd heeft om het geslacht van koning David uit te roeien. Hij wist: als dé Nakomeling van David er komt, dan is dat mijn ondergang. Nu duivel, het is je met al je macht niet gelukt om het heilsplan van God tegen te houden. Ook jouw wrede volgeling Herodes is het niet gelukt om Jezus te doden. Luther heeft gelijk: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. En zal geen duimbreed wijken. Beef satan!

 

Ontvangen en geboren

Lezen: Psalm 51:7-13

Heidelbergse Catechismus, Zondag 14, vraag 36

Jezus is zonder zonde ontvangen en geboren. Heel anders dan wij. De zonde begint bij ons niet pas in onze kleuter-, kinder- of tienerjaren, maar is er van meet af aan. We noemen dat de erfzonde. Pas op met die term, want het zou kunnen suggereren dat we de zonde erven, zoals de kleur van ons haar of van onze ogen. Maar zo is het niet met de zonde. Je moet het zo zien dat we van meet af aan deel uitmaken van de mensheid met wie het mis gegaan is in het paradijs, toen onze eerste ouders, Adam en Eva, in zonden vielen. Geen mens kan zich daarvan losmaken, ook wij niet. Daarom ging het met ons al mis toen wij ontvangen werden in de schoot van onze moeder. We zijn van meet af aan schuldig voor God. En precies daarom begint Jezus al met het herstel van ons leven vanaf onze ontvangenis. Hij doet ons leven helemaal over, vanaf het allereerste begin. Dat is echt radicaal, tot de wortel (radix).

Ik vind dat zo’n ontroerende gedachte. Jezus is al vanaf het allereerste begin van mijn leven in de moederschoot, in mijn plaats, het mensje dat ik moest zijn, maar niet was. De catechismus zegt het zo: Jezus bedekt met Zijn onschuld en heiligheid mijn zonden, waarin ik ontvangen en geboren ben voor het aangezicht van God.

Uit: Één houvast – W. Verboom